Posts tonen met het label intelligentie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label intelligentie. Alle posts tonen

dinsdag 7 mei 2013

Buitenaards bezoek - feit of fictie?

 
Ons melkwegstelsel bevat ongeveer 200 miljard sterren. Onderzoek door satellieten zoals NASA’s Kepler Space Observatory heeft uitgewezen dat heel veel sterren door planeten worden omgeven. Er worden zelfs steeds meer sterren ontdekt waar aardachtige planeten omheen draaien. De kans is dan ook levensgroot dat op verschillende planeten leven is ontstaan dat zich gedurende lange tijd heeft kunnen ontwikkelen. Om die reden gaan de meeste sterrenkundigen er van uit dat we vroeg of laat andere beschavingen zullen ontmoeten, ofwel doordat we op afstand signalen met hen kunnen uitwisselen, ofwel doordat we contact zullen leggen met hun ruimteschepen. Niet voor niets werden de beide Voyagers, die in de zeventiger en tachtiger jaren de reuzenplaneten aan de rand van ons zonnestelsel fotografeerden, uitgerust met een plaquette waarop de positie van de aarde wordt aangegeven. Men hoopt dat ooit een andere beschaving die ruimteschepen zal bergen en dan contact met ons zal opnemen. Maar een heel andere vraag is of we dat buitenaardse leven niet té ver zoeken. Er bestaan immers al heel lang verslagen van ooggetuigen die ufo’s hebben gezien. Wat moeten we daarvan denken? Is ET de aarde aan het bespioneren? Wie zijn ze en waar komen ze vandaan?
Een boek waarin diep op deze vragen wordt ingegaan, is “Ufo’s bestaan gewoon – een wetenschappelijke visie” van Dr. ir. Coen Vermeeren. Hij studeerde Lucht- en Ruimtevaarttechniek aan de T.U. Delft en is daar hoofd van Studium Generale. Zijn boek, dat in maart dit jaar verscheen, bevat een indrukwekkende reeks documenten  en ooggetuigenverslagen van ufo-waarnemingen, niet alleen van piloten, onderzoekers en luchtmachtofficieren, maar ook van astronauten, waaronder maanreizigers als Buzz Aldrin – de tweede man op de maan – en Edgar Mitchell, de piloot van de maanlander tijdens de vlucht van de Apollo-14. Uit al die verslagen komt het beeld naar voren dat ufo’s ruimteschepen zijn van andere planeten waar men over een veel geavanceerdere techniek beschikt dan op aarde. Zo zijn ze in staat om enorm snel te accelereren, tijdens hun vlucht rechte hoeken te maken, en zelfs om plotseling te verschijnen en weer te verdwijnen, alsof ze opduiken uit een opening in het ruimte-tijd continuüm.

Onderzoekers uit de V.S. melden dat ze een bijzondere interesse tonen in nucleaire installaties, vooral in opslagplaatsen van kernraketten. Enkele malen zijn kernkoppen onklaar geraakt nadat er een ufo boven een nucleaire basis was waargenomen. Toeval? Feit is in elk geval dat er vaak elektromagnetische storingen optreden als er ufo’s worden waargenomen. In de V.S. heeft men daar ervaring mee. Tijdens ‘ufo-golven’ valt vaak het elektriciteitsnet uit. Hele delen van de V.S. lagen in de zestiger en zeventiger jaren soms plat als het land weer eens door ET werd geteisterd.
Inmiddels zijn er al zó veel foto’s, films en verslagen van ufo-waarnemingen beschikbaar, dat het heel moeilijk is om dit verschijnsel nog langer als verzinsel af te doen. Ze zijn er, onmiskenbaar, en in veel gevallen gaat het wel degelijk om fysieke objecten die ook op radarbeelden zijn te zien. De manier waarop ze in ons luchtruim en ook daarbuiten manoeuvreren doet vermoeden dat ze door buitenaardse piloten worden bemand of op afstand worden bestuurd. Dat het hier om meer dan een fata morgana gaat, wordt bewezen doordat bijna alle Amerikaanse presidenten van na W.O. II interesse in dit onderwerp hebben getoond. Ze hebben bij instanties zoals de CIA en de NSA navraag gedaan naar relevante informatie die hierover beschikbaar was. Tot hun verbazing werden ze allemaal afgescheept. Blijkbaar is sommige kennis zo geheim dat zelfs Amerikaanse presidenten geen toegang hebben tot deze archieven. Er bestaan documenten die dat aantonen.

Het ufo-verschijnsel is in de V.S. altijd met veel geheimzinnigheid omgeven. Voor Vermeeren was er daarom alle reden om uitgebreid aandacht te besteden aan de ‘cover up’ die kort na W.O. II begon en tot op de dag van vandaag voortduurt. Wat weet de Amerikaanse overheid van ufo’s en hun voortstuwingstechniek? Zijn er al contacten gelegd, en zo ja, met welk doel? Het deel van “Ufo’s bestaan gewoon” dat die contacten beschrijft is het meest speculatief. Geen wonder als je bedenkt dat de verhalen daarover bijna allemaal afkomstig zijn van mensen die rapporteren uit de tweede of derde hand. Eén persoon, die bij de NASA heeft gewerkt, beweert zelfs dat de Amerikaanse autoriteiten op de hoogte zijn van het bestaan van 57 buitenaardse  beschavingen.
Het is niet duidelijk wat zulke uitspraken waard zijn. Duidelijk is in elk geval wel dat Vermeeren in zijn 200 pagina’s tellende boek een helder en goed gedocumenteerd overzicht geeft van de belangrijkste informatie die op dit moment over ufo’s voorhanden is. De antwoorden die hij formuleert op de vraag waarom de kennis hierover vooral in de V.S. zo lang onder de pet is gehouden, vind ik geloofwaardig. In de periode van de koude oorlog wilde men voorkomen dat er paniek uitbrak omdat ufo’s konden worden aangezien voor geheime wapens van het Oostblok. Ook was men bang dat het grote publiek niet bestand was tegen het idee dat er beschavingen bestaan die veruit superieur zijn aan de onze en stoeien met afstanden die onze ruimteschepen nog in geen duizend jaar kunnen afleggen. Ik denk dat die angst in onze tijd volkomen ongegrond is. Boeken als die van Vermeeren laten zien dat deze civilisaties geen kwade bedoelingen hebben. Als ze dezelfde instelling hadden als wij, waren we waarschijnlijk al lang gedecimeerd, net als de Maya’s en de Azteken in de tijd van de conquistadores. Dat had trouwens wel een onschatbaar voordeel: iedereen was dan van het bestaan van ET overtuigd.

zondag 13 februari 2011

Hoe reizen andere beschavingen door het heelal?

Vroeger was ik een groot liefhebber van de boeken van Erich von Däniken, Jochim Pahl en Stefan Denaerde. Ook werkjes over ufo´s verslond ik, hoewel ik ze met de nodige scepsis las. Al deze schrijvers waren gefascineerd door het idee dat andere beschavingen af en toe onze aarde bezoeken. Volgens hen hebben veel civilisaties het stadium van de interstellaire ruimtevaart bereikt en stimuleren ze de ontwikkeling op planeten waarvan de hoogste levensvormen zich nog met knots en speer staande proberen te houden. Een soort ontwikkelingshulp dus, en niet geheel zonder bijbedoelingen. De aarde moet immers worden opgestoten in de interstellaire vaart der volkeren, zodat ook de andere ruimtevarende intelligenties daarvan kunnen meeprofiteren en het in de ruimte geen rommeltje wordt.

Opvallend bij al deze schrijvers is de Star Trek-achtige manier waarop ze de werkelijkheid van het heelal benaderen. Meestal speelt de techniek een allesoverheersende rol. Toch heb ik daar grote twijfels over. Wat is nl. het belangrijkste doel van de hele materiële schepping? Is dat niet de vergeestelijking van het bewustzijn van de mens en de totale bevrijding uit de wereld van de materie? En als dat het belangrijkste doel van alles is, waarom zouden we dan met technische hulpmiddelen het heelal moeten veroveren? Is dat niet een paradox?

Na het lezen van de boeken van verschillende mystici ben ik dit alles systematisch gaan vergelijken met modern ruimteonderzoek. Daarbij heb ik gemerkt dat er in de hele wereld van de materie wel degelijk één centraal principe is, en wel dat alles in het heelal zich langzaam maar zeker ontwikkelt tot steeds hogere vormen, totdat alles op den duur volkomen vergeestelijkt is en in fysieke zin 'oplost'.
Je ziet dat ook bij sterren, planeten en kometen. Aan het eind van hun ontwikkeling lossen ze volkomen op: ze 'verdampen' als ze hun tijd hebben uitgediend. Precies hetzelfde geldt ook voor de mens. We zijn beslist niet geschapen om in de wereld van de materie te blijven hangen. Dit is maar een tussenstadium, een noodzakelijk kwaad omdat we ooit door een bewuste keuze - de val uit de geestenwereld - onze frequentie hebben verlaagd. Zo kon het stoffelijke heelal ontstaan. Het is een hulpmiddel om via een aantal incarnaties terug te keren naar de geestelijke wereld.

Wat doen nu al die levende wezens op de sterren en planeten? Als ze zich van hun geestelijke opdracht bewust zijn, zullen ze kiezen voor een ontwikkeling van hun geest en niet van de materie, omdat materie op zichzelf genomen praktisch dood is. Miljarden en nog eens miljarden beschavingen zijn er in het heelal. Hun aantal moet zó onnoemelijk groot zijn, dat we dit niet eens met een aards getal uit kunnen drukken. Toch zullen de meest wijze civilisaties nooit beginnen aan een ongeremde technische ontwikkeling. Waarom niet? Het antwoord is simpel: met de geest kun je veel langere en betere reizen maken dan met een ruimteschip.

De Zweedse ontdekker, geleerde en ziener Emanuel Swedenborg heeft dat in zijn boek "Over de aarbollen in ons zonnestelsel" duidelijk laten zien. Hij trad uit en bezocht met zijn geest verschillende werelden. Hij sprak met de bewoners daar. En overal spreken de meer ontwikkelde wezens dezelfde taal: ze kunnen met elkaar communiceren en bezitten een wijsheid, waarbij vergeleken de wijsheid van ons meestal maar een hersenschim is.
Om te reizen in het heelal heb je geen techniek, geen ruimteschepen nodig, maar een wakkere, heldere geest. Een geest die zich volkomen op Jezus richt en vast op Hem vertrouwt. Neem van mij aan dat de rest dan vanzelf gaat. Maar bijna niemand op aarde heeft dát vermogen, díe geestelijke kracht, omdat we in de materie verzonken zijn. Ons bewustzijn is ongelofelijk mat.

Daar zal beslist verandering in komen. De ontwikkeling op aarde kan niet blijven stilstaan, we móeten echt verder. Zoals Jezus de materie volkomen overwon, zo zullen wij dat ook ooit 'es moeten doen. Niet met techniek, niet met ruimteschepen, maar alleen met onze vrije geest, die peilloos ver boven de materie staat.
Wat er tijdens de laatste fase van de wederkomst van Christus zal gebeuren, God only knows. Maar ik weet wel dat dat een transformatie van de aardse omstandigheden zal betekenen waar we ons nauwelijks een voorstelling van kunnen maken.
Wie zullen er na de wederkomst overblijven? Jezus zei ooit: "De zachtmoedigen zullen de aarde beërven". Ik denk dat dat betekent, dat niet de slechte mensen achter zullen blijven, maar juist de liefdevolle, deemoedige mensen. De rest zal weggevoerd worden. Niet met ruimteschepen, maar in de geest. Op andere werelden mogen ze hun ontwikkeling vervolgen. Soms zal dat materiëel gebeuren, soms ook niet. Want ook de geestelijke wereld heeft heel veel sferen waarin de mens kan worden opgevoed.

In die zin kijk ik ook tegen de voorspellingen over de drie dagen van duisternis aan, die volgens velen onmiddellijk voorafgaan aan de transformatie van de aarde. De opvatting dat een heleboel mensen met ruimteschepen van de aarde worden opgehaald, kom je o.a. tegen in de boekjes van Bertha Dudde. Ook binnen New Age doen zulke verhalen de ronde. Toch geloof ik dat niet. UFO's zijn al vaak beschouwd als vertegenwoordigers van de 'goden' of als bezoekers uit een andere dimensie. Ik heb die ideeën bestudeerd, maar er nooit overtuigende bewijzen voor gevonden. UFO's bestaan wel, maar ze kunnen nooit zijn gebouwd door hoogstaande beschavingen. Simpelweg omdat hoogstaande beschavingen hun heil niet zoeken in de materie, maar in de mogelijkheden van de vrije, op God gelijkende geest.
Alleen beschavingen die in het materiële stadium zijn blijven steken, zullen ruimteschepen bouwen die de afstanden tussen de sterren - gemiddeld ca. 4 lichtjaren - kunnen overbruggen. Een bewijs voor hun geestelijke superioriteit is dat echter allerminst. Het wijst eerder op een sterke gehechtheid aan de materie en op een fascinatie voor de verworvenheden van de techniek. De boodschappen die we van dergelijke beschavingen kunnen opvangen, hebben in spiritueel opzicht dan ook maar een heel beperkte waarde. Een civilisatie die immers grondig over haar eigen plaats en oorsprong heeft nagedacht, zal zich vooral in geestelijke zin ontwikkelen en de techniek hooguit gebruiken als een middel om geestelijke doeleinden te verwerkelijken.