Posts tonen met het label Halloween. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Halloween. Alle posts tonen

donderdag 8 november 2012

Visies op het hiernamaals: deel 2, de zeven niveaus

 
Zowel oosterse als westerse tradities hebben het over zeven niveaus of sferen in het hiernamaals. Die indeling is niet dwingend; het is gewoon een manier om structuur aan te brengen in de beschrijvingen van het leven na de dood. Hierin is het onderste niveau dat van de aarde. Alle aardgebonden geesten verblijven daar; het zijn de geesten waarvan men aanneemt dat ze tijdens Halloween komen ‘spoken’. Ze kunnen dat niveau pas verlaten als ze zich niet meer zo sterk aan het materiële hechten en het tot hen is doorgedrongen dat ze zijn gestorven. Ook moeten ze accepteren dat ze hulp nodig hebben om verder te komen.
Wie dat eenmaal heeft geaccepteerd, komt terecht in de Hades. Dat is het gebied waar je de zwakheden van je karakter ervaart en ervan moet leren. Voor veel mensen is het een nevelig gebied waar ze kunnen uitrusten. De omgeving ziet er ongeveer net zo uit als op aarde, maar dan droomachtig. Sommigen worden er geplaagd door spijt en berouw over wat ze anderen hebben aangedaan, want bij de terugblik op hun leven hebben ze die pijn zelf ondergaan. Deze wereld wordt gevormd door de emoties van de geesten die er verblijven, maar ook door de projecties van de mensen die nog op aarde leven. Die zijn soms akelig.
Je zou je kunnen afvragen waarom sommige mensen na hun dood nog moeten lijden. Het antwoord is simpel. Alle visies gaan er namelijk van uit dat de mens na de dood niet beter of slechter is dan op het moment waarop hij sterft. “De dood maakt van zondaars geen heiligen”, zoals de Britse professor Ralph Harlow het uitdrukte. In moreel opzicht kun je immers niet over je eigen schaduw heen springen. Pas als je je eigen fouten en zwakheden hebt ingezien en je jezelf daarvan wilt zuiveren, kom je na de dood verder. Maar er zijn ook mensen die daar geen boodschap aan hebben. Bij hen gaat de ontwikkeling langzamer.     
Verwant aan de Hades is het begrip ‘hel’. Dit kun je als een zwaardere variant van de Hades beschouwen. De zuivering van de ziel is hier dieper en grondiger, maar in de christelijke traditie wordt deze sfeer door veel mystici en kerkvaders niet als definitief beschouwd. Het Tibetaanse boeddhisme zit ook op die lijn: je zit niet voor eeuwig in de hel, maar moet er je slechte karma uitboeten. Daarna kun je verder.
Het volgende niveau is dat van de illusie. De omgeving in deze sfeer wordt bepaald door de mentale beelden van de mensen die zich daar bevinden. De geesten vormen hier groepen van gelijkgezinden die zich tot elkaar aangetrokken voelen. Sommige groepen wonen er in een mooie, vreedzame omgeving, andere in steden. Het is belangrijk om te weten dat dit projecties zijn van die geesten: het gaat hier niet om een tastbare, fysieke realiteit. Iedereen creëert hier zijn eigen werkelijkheid.
Op den duur bevredigt dit bestaan op het niveau van de illusie niet meer, omdat men het wisselvallige en betrekkelijke ervan inziet. De geesten komen dan terecht in het ‘niveau van de kleur’ of het ‘zomerland’. Evenals het niveau van de illusie is deze sfeer een projectie van de bewoners ervan, maar er is een wezenlijk verschil: men schept hier zijn omgeving heel bewust d.m.v. gedachtekracht, terwijl men op het vorige niveau nog ten prooi was aan zijn eigen illusies. Ziekte en pijn komen er daarom niet meer voor. Qua uiterlijk lijkt deze sfeer sterk op de traditionele voorstellingen van de hemel en het paradijs. Opvallend is verder dat hoogstaande kunst, ontdekkingen en uitvindingen in eerste instantie in dit mentale gebied plaatsvinden en vervolgens d.m.v. dromen en inspiratie op aarde worden gerealiseerd. Dat gegeven komt zowel uit BDE-verslagen als uit parapsychologisch onderzoek naar voren.
Als de geest zich nog verder ontwikkelt, daagt het bewustzijn dat men zich moet bevrijden van de vormen die aan het leven op aarde zijn ontleend. Al het aardse is immers eindig en tijdelijk, terwijl het geestelijke oneindig en onsterfelijk is. Deze vormen voldoen dus niet meer: men wil door die barrière heen breken naar de ultieme werkelijkheid, die veel groter is. Via de drie hoogste sferen, die alleen maar abstract kunnen worden beschreven omdat ze zo ver van de aardse werkelijkheid af staan, klimt de mens tenslotte op naar het allerhoogste, goddelijke niveau.
Fontana verwijst in dit verband naar Plato, naar het Tibetaanse boeddhisme en naar het hindoeïsme. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze alle drie uitgaan van de essentie van de werkelijkheid zelf, waaruit de aardse vormen voortkomen. Deze essentie wordt in het hiernamaals uiteindelijk ook bereikt: voor de hindoes is dat het ‘Brahman’, voor mystici zoals meister Eckhart is dat de sfeer van de godheid, voor de christelijke gnostici het ‘pleroma’. Daar nadert men de bron van het bestaan zelf in het zevende en hoogste niveau van het geestelijke leven.
Bij dit alles is er wel een essentieel verschil tussen oosterse en westerse ontwikkelingswegen. Oosterse tradities stellen dat de mens puur op eigen kracht alle illusies en gehechtheden moet overwinnen, terwijl westerse tradities geloven dat de mens daarbij hulp van anderen - in het christendom van Christus - nodig heeft. Die hulp van buitenaf bekort die ontwikkelingsweg trouwens wel enorm. Boeddhisten en hindoes moeten telkens reïncarneren om op eigen kracht de uiteindelijke verlichting te bereiken, terwijl Jezus de mens zijn zonden kan vergeven, zodat hij niet meer terug hoeft te komen om zich te vervolmaken. Het eindpunt is echter voor iedereen gelijk: uiteindelijk bereikt de mens een sfeer waarin hij volmaakt gelukkig is en alle aardse vormen en beperkingen achter zich heeft gelaten. Hij is dan in staat om oneindig en in alle vrijheid te scheppen en lief te hebben – wie zou dat niet willen?
Literatuur:
David Fontana:  “Na de dood – wat kunnen we verwachten?”. Ned. vert. uitgeverij Ankh-Hermes, 2010.
Raymond Moody: “Een blik in de eeuwigheid – gedeelde ervaringen met de dood”, Ned. vert. uitgeverij Bruna, 2011.
Betty Eadie, “Geleid door het licht”, Ned. vert. uitgeverij Bruna, 2008. 

Matthias Schreiber, "De onsterfelijke ziel", Ned. vert. uitgeverij Forum, 2008.

dinsdag 30 oktober 2012

Halloween: waan of werkelijkheid?



Op 31 oktober wordt vooral in Angelsaksische landen Halloween gevierd. De oorsprong ervan is Keltisch. Voor de Kelten begon het nieuwe jaar op 1 november. De laatste dag van oktober was voor hen dus de laatste dag van het oude jaar. Niemand hoefde dan te werken. Wel moest je oppassen dat je niet door een geest werd aangevallen. De Kelten geloofde namelijk dat op die dag de geesten van de overledenen hun graf verlieten en teruggingen naar de plaatsen waar ze vroeger hadden gewoond. Daar zouden ze zich meester proberen te maken van het lichaam van een levende. Om dat te voorkomen was het handig om een masker te dragen, of zelfs een mal pakje, want men dacht dat dat geesten afschrikte. Ook de pompoenen, die men tegenwoordig uitholt en met een kaarsje verlicht, zijn bedoeld om boze geesten te verjagen.
De oorsprong van Halloween is dus bekend, maar wat is er nu in geestelijke zin ‘waar’ van die tradities? Kunnen de geesten van overledenen werkelijk terugkeren naar de aarde? Zo ja, zijn daar bewijzen voor te vinden en hoe kunnen we dat verschijnsel verklaren? 
Een echte expert op dit gebied was de in 2010 overleden David Fontana. Tijdens zijn leven was hij hoogleraar psychologie aan de universiteit van Cardiff. Ook leidde hij enkele jaren de beroemde Britse ‘Society for Psychical Research’, een instituut dat wetenschappelijk onderzoek verricht naar paranormale verschijnselen. In verschillende publicaties ging hij in op de vragen naar het hiernamaals. Een voortreffelijk boek hierover is “Na de dood – wat kunnen we verwachten?” Een heel sterk punt van dat werk vind ik, dat Fontana de uitkomsten van parapsychologisch onderzoek voortdurend vergelijkt met de ervaringen van BDE’ers en met de uitspraken van de wereldreligies over het leven na de dood. Daardoor krijg je een systematisch overzicht van wat er over het hiernamaals bekend is. Een belangrijk element daarvan is de kennis over geesten, die op de één of andere manier nog aan de aarde gebonden zijn en zich af en toe manifesteren. Dat zijn dus de entiteiten waar het bij Halloween om draait.
Globaal onderscheidt Fontana vier soort aardgebonden geesten. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze zich er meestal niet van bewust zijn dat ze zijn gestorven. Ze denken dat ze nog op aarde leven en hechten daarom sterk aan het materiële bestaan. Toch zijn er tussen die vier groepen belangrijke verschillen. Zo zijn er geesten die plotseling zijn overleden, bijvoorbeeld bij een ramp of een verkeersongeluk. Meestal zijn ze verward en gedesoriënteerd. Daardoor klampen ze zich vast aan bekende plaatsen en personen. Ze hebben nog geen tijd gehad om zich aan de nieuwe situatie aan te passen en denken dat ze nog leven.  

Een heel andere categorie wordt gevormd door geesten, die nog steeds gebonden zijn aan het materiële leven doordat hun nabestaanden of vrienden maar geen afscheid van hen kunnen nemen. De sterke emotionele binding, die de achterblijvers met de overledenen hebben – bijvoorbeeld door intense rouw - verhinderen dat zij zich in de geestelijke wereld verder kunnen ontwikkelen en houden hen in zekere zin binnen de aardse sfeer gevangen.

Een derde groep bestaat uit overledenen die op aarde zijn blijven ronddwalen doordat er onafgemaakte zaken zijn waar ze maar geen afscheid van kunnen nemen. Ze koesteren bijv. wrok tegen iemand of zijn ontevreden over de manier waarop er met hun nalatenschap wordt omgegaan. Deze geesten hebben met elkaar gemeen dat er iets is dat hen kwelt; dat moeten ze nog recht zetten voordat ze de aardse sfeer kunnen verlaten. Dat kan zich uiten in verschijningen en poltergeist-toestanden. Het zal duidelijk zijn dat vooral entiteiten uit deze categorie nog wel ‘es willen spoken. Sommige geesten zijn zelfs uitgesproken kwaadaardig.

Tenslotte is er nog een groep die gekenmerkt wordt doordat ze tijdens hun leven nooit in een hiernamaals hebben geloofd. Zij kunnen zich niet voorstellen dat hun bewustzijn na de dood blijft bestaan. Daarom klampen ze zich aan het aardse leven vast. Ook kunnen ze agressief worden door wat er na de dood met hun dierbaren of bezittingen gebeurt, want ze willen de gang van zaken op aarde nog steeds naar hun hand zetten, ook al zijn ze overleden.

Om verschillende redenen kunnen mensen na hun dood dus nog gehecht zijn aan het leven, dat ze hier hebben geleid, waardoor ze zich niet verder kunnen ontwikkelen. In geestelijke zin werken ze daardoor nog op aardse gebeurtenissen in. Ik denk dat Halloween ons herinnert aan de kennis, die er in oude culturen over deze geestenwereld bestond. Maar hoe past dit binnen het totale plaatje van het leven na de dood, zoals dat uit de parapsychologie, het BDE-onderzoek en de grote wereldreligies bekend is? Wat zijn de grote lijnen die bij een vergelijkend onderzoek hiernaar zichtbaar worden? Graag ga ik daar in een volgend artikel op in.       

dinsdag 26 oktober 2010

Mogelijkheden en gevaren van contacten met de geestenwereld

Op 31 oktober wordt in veel Angelsaksische landen Halloween gevierd. Dit feest is afgeleid van het ‘Samhain’, een Keltisch feest uit de tijd vòòr de invoering van het christendom. De Kelten dachten dat de scheidingswand tussen deze wereld en het hiernamaals tijdens het Samhain dunner was dan anders, waardoor allerlei soorten geesten en goden de wereld van de levenden konden binnendringen en voor chaos konden zorgen. De wicca’s van onze tijd zetten de Samhaintraditie voort en gedenken dan hun voorouders. Ze hebben zelfs riten om de doden aan te roepen. Daarbij wordt er ook voedsel voor de geesten klaargezet om te laten merken dat ze welkom zijn.
......................................................................................................................................................
Op het eerste gezicht lijken er overeenkomsten te bestaan tussen dit gebruik en het christelijke avondmaal. Toch zijn er ook kenmerkende verschillen. Ik heb me afgevraagd hoe die overeenkomsten en verschillen konden worden verklaard. Gaandeweg werd het me daarbij ook duidelijk wat één van de hoofdoorzaken is van de enorme verstarring die al in de eerste eeuwen in de kerk optrad. Om dat te kunnen verklaren begin ik met de betekenis van het avondmaal.

Bij de protestanten zijn het brood en de wijn puur en alleen een symbool voor het lichaam en het bloed van Christus, terwijl de katholieken de zgn. 'transsubstantiatieleer' kennen. Daarbij geloven ze dat brood en wijn d.m.v. het eucharistieritueel van de priester worden omgezet in de essentie van het bloed en het lichaam van Christus. Natuurlijk geloven ze niet dat brood en wijn letterlijk (fysiek) veranderen in Zijn lichaam en bloed, maar ze geloven dat de geestelijke essentie ervan wél aan Zijn bloed en lichaam gelijk wordt. Dat laatste vind ik een eigenaardige bokkesprong van de katholieke theologie, een soort spirituele acrobatiek, maar het is wel de officiële uitleg ervan.
Omdat er in onze tijd steeds meer kritiek kwam op die al te letterlijke aanname, is men ook wel gaan spreken over transfinalisatie e.d., waarbij men afstand nam van een al te letterlijke interpretatie.

Hoewel de mate waarin men tijdens het avondmaal deel meent te hebben aan het lichaam en het bloed van Christus bij protestanten en katholieken dus van elkaar verschilt, is er zeker sprake van een soort geestelijke vereniging met Hem. Daarbij gaat het er in de eerste plaats om dat de gelovige zijn geloof uitdrukt in Christus als degene van wie het heil (=geestelijke wedergeboorte) wordt verwacht.

In het christendom wordt er verschillend aangekeken tegen het contact met de geesten van overledenen. In het oudste christendom had men het over 'gemeenschap met de heiligen'. Met die 'heiligen' bedoelde men de gemeenteleden die in het geloof gestorven waren. Men dacht dat ze in een mystieke of geestelijke zin nog deel hadden aan de samenkomsten van de christenen. Ook ging men ervan uit dat ze boodschappen konden doorgeven aan de levenden.
Natuurlijk hield dit bepaalde gevaren in. Zo was men bij dat contact sterk afhankelijk van het geestelijke onderscheidingsvermogen van de levenden om te kunnen beoordelen of men met een zuivere of met een onzuivere geest te maken had. Vandaar ook de herhaalde waarschuwing in de bijbel tegen 'satan die zich voordoet als een engel van het licht'. Die waarschuwing had betrekking op die geesten, die zich heel mooi, zuiver en geestelijk voordeden maar ondertussen de leer subtiel verdraaiden of ronduit kwaad in de zin hadden.

Omdat lang niet iedereen, die zich aan het geestenverkeer waagde, over een sterk geloof beschikte, gingen er natuurlijk allerlei dingen mis. Mensen raakten bezeten of beïnvloed. Gaandeweg nam men daarom steeds meer afstand van dit geestenverkeer.
Tot op zekere hoogte had dit voordelen. Lagere geesten hadden zo geen toegang meer tot de gemeenteleden (hoewel het stiekem natuurlijk wel gebeurde). Het nadeel van deze al te stringente opvatting was echter dat men zich afsloot voor nieuwe openbaringen en geestelijke boodschappen. Daardoor verstarde de kerk tot een rigide geloofssysteem. Je kunt het vergelijken met levend water dat uit een bron opwelt, maar door het ontbreken van nieuwe aanvoer van vers water op den duur brak wordt en verstikkend en vergiftigend gaat werken. Dat beeld komt bij me boven als ik denk aan de orthodoxie van de R.K.-kerk. De manier waarop men de bijbel uitlegde, groeide niet mee met nieuwe inzichten en aanvullende openbaringen.

Als ik nu terugkeer naar het Samhain, dan zijn er wel een paar overeenkomsten tussen dat Keltische feest en het avondmaal, maar al te letterlijk moet dat toch niet genomen worden. Bij het avondmaal gaat het om een vorm van liefdevolle geestelijke verbinding met God als uitdrukking van het geloof, terwijl de Kelten de sluizen van de geestelijke wereld wijd openzetten om verbinding te zoeken met gestorven voorouders en natuurgeesten.

Het christendom wijst het actieve zoeken naar een verbinding met de geestenwereld echter af, maar streeft wél een vereniging of verbinding met God na. Die afwijzing is niet zonder reden als je kijkt naar allerlei vormen van beïnvloeding en bezetenheid. In de exorcismeleer van de R.K. kerk maakt men bv. onderscheid tussen:
1. Circumsessio. In dit stadium wordt de persoon omgeven door het kwaad. Zo iemand kun je vergelijken met een belegerde stad;
2. Obsessio. Als je de persoon in kwestie vergelijkt met een land, zijn al enkele steden en landstreken bezet;
3. Possessio. Hierbij is de persoon volledig in handen van lage geesten.

Om dergelijke vormen van beïnvloeding te voorkomen verbood men in het christendom het geestenverkeer, waarbij er vaak heel selectief gebruik werd gemaakt van allerlei bijbelteksten. Toch wordt tijdens rituelen als het gebed en het avondmaal wél actief contact gezocht met God. Waarom is dat binnen het christendom wél toegestaan, terwijl het geestenverkeer meestal radicaal wordt afgewezen?
Ik denk dat dat komt doordat het onderscheid tussen God en mens in het christendom veel groter is dan in natuurreligies zoals die van de Kelten en andere volkeren uit vroegere tijden. Bovendien heb je in natuurreligies (maar ook in bv. het Hindoeïsme en het Boedhisme) allerlei goden die half goed, half slecht zijn, dus een dubbele natuur hebben. Of hun uitwerking positief of negatief is, hangt vooral van de omstandigheden af en van het perspectief waaronder men ernaar kijkt. In het christendom worden God en Zijn manifestaties en dienaren (zoals engelen) gezien als vertegenwoordigers van het absoluut goede. Vandaar dat men niet bang is om contact te zoeken met God, terwijl men wél het contact met de niet helemaal uitgezuiverde geesten van overledenen afwijst.

Hierdoor worden niet alleen de verschillen, maar ook de overeenkomsten tussen het christendom en de Keltische religie duidelijk. In feite kun je dit onderscheid ook gebruiken om duidelijk te maken waarom het christendom een andere visie heeft op het contact met de geestelijke wereld dan de meeste andere wereldreligies: hun godsbeelden zijn fundamenteel anders. Ook de grens tussen leven en dood is in het christendom scherper.

zondag 17 oktober 2010

Halloween


Veel christelijke feesten bevatten elementen die teruggaan tot voorchristelijke tradities. Allerheiligen en Allerzielen, die respectievelijk op 1 en 2 november worden gevierd, zijn daar twee duidelijk voorbeelden van. Het zijn de dagen waarop men in de kerk de gestorven ‘heiligen’ en gemeenteleden herdenkt. Ze zijn grotendeels ontstaan uit het Keltische Samhainfeest, dat op 31 oktober werd gevierd.

De eerste november was in de Keltische traditie nieuwjaarsdag. Keltische stammen kwamen tijdens dit feest samen om oude vetes te beëindigen en huwelijken te arrangeren. Ze dachten dat de geesten van overledenen rond die datum de wereld van de levenden bezochten. Dat bracht het risico met zich mee dat mensen bezeten konden raken. Met verschillende rituelen probeerde men zich daartegen te beschermen.

Het Halloweenfeest van tegenwoordig is de moderne variant van het ‘Samhain’. Daarom bevat het zowel elementen waarmee men geesten oproept als bezweringsrituelen om hen op een dwaalspoor te brengen in de hoop dat de levenden daardoor met rust worden gelaten.

De wicca’s van onze tijd zetten de Samhaintraditie voort. Ik was benieuwd hoe zij dit feest tegenwoordig vieren en welke teksten ze daarbij gebruiken. Daarbij stuitte ik op een rituele Samhaintekst die nog steeds wordt toegepast. Deze luidt:

“God van de donkere maanden, Heer van verre rijken, wij komen tot u op deze avond van de schaduwen om uw zegen te vragen. Haal de sluier tussen de werelden omhoog en laat onze voorouders en dierbaren in vrede tevoorschijn komen.Laat ons samen feesten en ons één voelen voordat zij wederkeren naar het Zomerland. O grote leraar, leer ons de cyclus van dood en wedergeboorte zodat wij zonder angst daarheen afreizen. Toon ons welke liefde er is na de dood.”

Ik heb me afgevraagd waarom men de sluier tussen het hiernamaals en de wereld van de levenden wil wegnemen. Is het niet beter om de doden (overgegane zielen) met rust te laten? Er staat nl.: "Laat ons samen feesten en ons één voelen". Het doel van die vereniging met de doden staat verderop aangegeven: "zodat wij zonder angst daarheen afreizen.Toon ons welke liefde er is na de dood."

De doden moeten dus in de geest naar ons terugkeren om ons iets te leren, nl. dat wij onze angst voor de dood verliezen. Maar waarom zouden we de geesten van onze overleden vrienden en verwanten daarvoor moeten gebruiken? Moeten ze aan ons verschijnen en zich met ons verbinden zodat wij de zekerheid hebben dat we na de dood goed terecht komen? Is dat niet iets wat we toch al met zekerheid wisten door de karrevracht aan spirituele kennis die in de loop van millennia over het hiernamaals is verzameld?

Ik denk dat het goed is om de zielen van mensen, die ons zijn voorgegaan, met rust te laten zodat ze zich in hun eigen sfeer verder kunnen ontwikkelen. Pogingen om ons met hen te verbinden leiden hen daar alleen maar van af. Als zich een geest uit eigen beweging aan ons wil manifesteren, kunnen we altijd nog beslissen of we hem toe willen laten, maar dan ligt het initiatief niet bij ons. Als dat wel het geval is – bv. bij het ‘glaasje draaien’ en andere manieren om met geesten in contact te komen – bestaat wel degelijk het risico dat zo’n geest een auraverbinding met één van de aanwezigen aangaat. Veel psychische problemen zijn daar voor een deel uit verklaarbaar, hoewel dat meestal niet wordt onderkend.

Ik zie daarom ook geen heil in Halloween. Voor veel mensen mag dat misschien een onschuldig vermaak zijn, maar het koketteren met allerlei symbolen van dood en bezetenheid vind ik helemaal niet zo onschuldig en grappig. De wereld van het hiernamaals is toch een wereld van liefde? Waarom dan al die maffe symbolen en rituelen? Bovendien vraag ik me af of we wel moeten meegaan met allerlei hypes uit Groot-Brittannië en Amerika. Daar zitten immers grote commerciële belangen achter.

Een doorslaggevend argument om niet in deze nieuwe hype mee te gaan is m.i. dat men zich in oude tijden nog bewust was van het feit dat er ook donkere, gevaarlijke kanten aan dat feest zitten. Dat bewustzijn is later volledig verdwenen. Zo zijn de uitgeholde pompoenen, die men bij Halloween gebruikt, van oorsprong maskers om boze geesten af te schrikken. Dat het contact met de geestenwereld risico’s inhield was aan de Kelten en aan de vroege christenen bekend. Daarom namen ze ook voorzorgsmaatregelen om zich tegen deze gevaren te beschermen. Nu het westen voor een deel atheïstisch is geworden en spiritistische spelletjes door jonge mensen vaak als een onschuldig tijdverdrijf worden gezien, is ook dat elementaire bewustzijn verdwenen. De kans dat gevoelige jonge mensen daardoor beschadigd raken, is daardoor alleen maar groter geworden.

Ik vraag me verder af wat toch het aantrekkelijke is van zo’n archaïsch feest. Waarom wordt er in veel spirituele kringen zo'n ophef over gemaakt, alsof het een diepe, geestelijke betekenis zou hebben? Wat trekt de mensen aan in een feest waarin men pompoenen uitholt en koketteert met horrorsymbolen?

De mens, als een mengsel van licht en schaduw, een mix van goed en kwaad, kan alleen maar ontvankelijk zijn voor het duivelse en negatieve buiten zichzelf doordat hij in zijn binnenste voor dat kwaad ontvankelijk is. Soms kun je je daarvan bewust worden, bv. wanneer je in extreme omstandigheden wordt geplaatst die het uiterste van je ziel vergen. Er zijn omstandigheden waarin mensen je zó verschrikkelijk veel pijn doen, dat je ze wel wat zou kúnnen aandoen. Dat betekent natuurlijk niet dat je dan automatisch tot actie overgaat, maar wél kunnen de gevoelens zo heftig zijn dat er allerlei impulsen in je worden opgeroepen waartegen je zult moeten vechten om jezelf weer in het gareel te krijgen.

Er zíjn sferen, invloeden en geestelijke machten die actief bestreden moeten worden, al was het alleen maar om te voorkomen dat ze invloed op ons denken en handelen krijgen. Tegenwoordig zie ik om me heen dat veel mensen de ernst van deze geestelijke strijd niet inzien of hem zó sterk bagatelliseren, dat ze geen onderscheid meer willen maken tussen datgene, wat in spiritueel opzicht goed voor hen is en datgene, wat hun ziel vergiftigt en aantast. Niet alles wat zich als spiritueel aandient, is goed. Niet alles is zuiver en niet alles is opbouwend. Vaak gooit men in spirituele kringen alles op één hoop met de pretentie dat alles aan elkaar gelijkwaardig is. M.i. is dat een grote, gevaarlijke vergising.

Zoals er in de geestelijke wereld diverse sferen zijn voor zielen met verschillende rijpings- of ontwikkelingsgraden, zo zijn er op aarde ook karakteristieke verschillen tussen de spirituele leren, gedachtengangen en inzichten. Je hebt hier allerlei gradaties. Het gaat erom onderscheid te maken en duidelijke beslissingen te nemen: wat is opbouwend, zuiver en liefdevol, en wat niet?

Iedereen zal die vraag voor zichzelf moeten beantwoorden. Toch lijkt het me goed om hem kort voor Halloween in alle openheid te stellen. Halloween als het 'feest' met allerlei horrorsymbolen vind ik geen bijdrage aan spirituele kennis. Integendeel: ik beschouw het als een groteske vervorming van een feest dat oorspronkelijk was bedoeld om de zielen van de gestorvenen te gedenken en naar het licht te dragen. Dankzij de commercie en allerlei warrige spirituele stromingen is het verworden tot een feest dat angst oproept en duistere gevoelens prikkelt. Zoals het nu gevierd wordt, stimuleert het alleen maar de angst en de sensatiezucht. Dat zegt m.i. genoeg over het niveau ervan.

Ik heb dan ook niets met Halloween, maar wel met Allerzielen en Allerheiligen. Dat we één maal per jaar denken aan de mensen uit onze omgeving die zijn overleden, is niet verkeerd. Dat we één maal per jaar bij wijze van vermaak geesten oproepen en koketteren met de dood, lijkt me een uiting van grote oppervlakkigheid en gebrek aan kennis van de niet-fysieke niveaus van de werkelijkheid.