Posts tonen met het label christendom. Dawkins. Alle posts tonen
Posts tonen met het label christendom. Dawkins. Alle posts tonen

dinsdag 7 december 2010

Mijn positie t.o.v. het werk van Jakob Lorber

Naar mijn stellige overtuiging bevatten de boeken van Jakob Lorber doorgevingen uit de geestelijke wereld. Toch is de vermelding dat een doorgeving afkomstig is van God Zelf of uit de zuivere geestenwereld helemaal geen garantie dat de boodschap volkomen zuiver en betrouwbaar is. Doorgevingen worden immers altijd ontvangen door een schrijver die door zijn karaktereigenschappen en beperkingen noodzakelijkerwijs subjectief is. Dat betekent dat individuele én cultuurbepaalde opvattingen, voorkeuren, weerzin tegen bepaalde dingen en individuele attitudes de doorgevingen kleuren. Dat subjectieve elementen, die daarom van tijd tot tijd kunnen veranderen, in het Lorberwerk een rol spelen, wordt aangetoond door innerlijke tegenstrijdigheden die erin voorkomen. Zoals een mens van stemming kan veranderen, zo kunnen ook zijn uitspraken mettertijd van toon en inhoud veranderen en elkaar zelfs tegenspreken.
Als het Lorberwerk voor de volle 100% het onveranderlijke en onbetwijfelbare woord van God was, zouden dergelijke contradicties er niet in voor mogen komen. Ze komen er echter wel in voor. Daaruit kan maar één conclusie worden getrokken: het is in bepaalde opzichten mensenwerk.

Dat laatste wordt nog verergerd doordat er dingen in staan die niet waar zijn. Sneeuw komt op de maan niet voor, noch rivieren en levende wezens. De uitspraken die daarover worden gedaan in het Lorberboek "Aarde en Maan" zijn bedoeld als beschrijvingen van de natuurlijke werkelijkheid op onze satelliet. Daarom zijn ze niet waar. I.t.t. wat in dat boek staat, leert nauwkeurige en onafhankelijke waarneming dat er op de achterkant van de maan geen sneeuw en geen rivieren voorkomen. Omdat de maan geen atmosfeer bevat, is er immers ook geen organisch leven mogelijk.

Hetzelfde probleem speelt in het boek "Die Natürliche Sonne". Ik heb een heleboel uitspraken van Lorber over het heelal getoetst en ben tot de conclusie gekomen dat zijn beeld van de kosmos noch structureel, noch in de afzonderlijke details klopt.
Een systematische vergelijking tussen het Lorberwerk en de moderne sterrenkunde staat ook op nieuweopenbaring: het is op deze pagina te vinden. De Engelstalige versie ervan staat op deze URL; de Duitse versie staat op een andere pagina. Veel dingen heb ik daarin niet aangeroerd, omdat het artikel dan nog veel langer zou worden. Dat geldt o.a. voor de beschrijving die Lorber geeft van de manier waarop het licht van sterren zou ontstaan. Volgens hem fungeert de buitenste laag van een ster – in de sterrenkunde noemt men dat de chromosfeer - als een spiegelende bol die het licht van andere hemellichamen weerkaatst. Alleen de oercentraalzon en al-al-zonnen zouden zelf licht geven; alle andere sterren zenden volgens Lorber een zeer zwak licht uit, maar werken vnl. als reusachtige kerstboomballen die het licht van andere sterren reflecteren. Natuurkundig gezien is dit onmogelijk.

Erger wordt het als hij zich in bijzonder denigrerende bewoordingen uitlaat over bepaalde volkeren. De gedachte dat elk volk een eigen eigen ontwikkeling doormaakt, onderschrijf ik, maar het gaat mij te ver als daar allerlei vergaande waardeoordelen aan worden verbonden. Niettemin gebeurt dat in het Lorberwerk wel.
Ook sommige pedagogische adviezen van Lorber vind ik verschrikkelijk, o.a. dat je een kind, dat van vreugde lacht, zou moeten slaan om het de ernst des levens bij te brengen. Voor mijn gevoel is dat de perfecte manier om het gevoel van eigenwaarde van een kind om zeep te helpen. Liefde kan ik in zulke uitspraken niet ontdekken. Ook het feit dat een publieke marteling met een eventueel daarop volgende executie in het Lorberwerk wordt aangeprezen als de beste manier om hardnekkige misdadigers geestelijk te louteren, kan ik niet onderschrijven. Op mij komen zulke aanbevelingen tamelijk barbaars over.
Al met al zal ik mijn eigen gevoel en intuïtie moeten volgen. Ik blijf rotsvast in Jezus en in God geloven, maar kies voor een andere weg in het geloof dan die van Jakob Lorber. Hoewel er veel uitspraken in het Lorberwerk voorkomen die mij aanspreken en door mij als zuivere waarheden wordt herkend, moet mij van het hart dat er zoveel facetten van zijn werk zijn waar ik grote moeite mee heb, dat ik me niet langer kan en wil presenteren als vertegenwoordiger van een organisatie op het gebied van de Nieuwe Openbaringen. Daarom heb ik ervoor gekozen de basis van onze stichting te verbeden. Van nu af willen we werken op een algemeen-christelijke grondslag, zonder enige binding of verplichting aan een kerkgenootschap, geloofsgemeenschap of andere organisatie op religieus of levensbeschouwelijk gebied.
Het gaat er ons om méér mensen te bereiken bij onze activiteiten. Liever bepalen wij ons in het vervolg tot de essentie, en dat is Jezus Christus, die voor ons op aarde is gekomen om ons de weg naar de hemel te wijzen. Graag willen we dat in het vervolg als uitgangspunt nemen voor al ons handelen.

vrijdag 22 oktober 2010

Het geloof tussen zoektocht en zeker weten

In zijn boekje “God is gek”, dat vorig jaar oktober uitkwam, vertelt Kluun over de steeds groter wordende onverdraagzaamheid in de media t.o.v. christenen. Zo schrijft hij dat het in Nederland gemakkelijker is om toe te geven dat je homo bent dan dat je in God gelooft. De anti-God brigade rukt in de media op. Het geloof is uit. God bestaat niet, en als je het lef hebt om toch voor je Godsgeloof uit te komen, leef je nog in de middeleeuwen en word je persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de kruistochten en de inquisitie. Allerlei duistere Bijbelteksten vol doem en dreiging voor de heidense volkeren worden je dan voor de voeten geworpen. Die volkeren wagen het om te zweren bij hun eigen goden, maar God is daar niet bepaald gecharmeerd van: “Wee hen, want de ure van hun ondergang is nabij!” Armageddonachtige toestanden dus, Hollywood kan er zo een vette spektakelfilm van maken.

Bij overstromingen, aardbevingen en andere ongemakken krijg je als gelovige tegenwoordig al gauw de vraag voorgelegd waarom God dat toelaat. Hij is toch zo liefdevol? Als je Hem zo goed kent, dan zul je het antwoord daarop toch wel weten, zo is de redenering. De gelovige als collaborateur van een wrede, autoritaire, masculiene God, die voor de wreedheden van zijn baas ter verantwoording wordt geroepen – dat is zo ongeveer het beeld dat steeds meer in de media wordt opgeroepen. Uiterst goedkope beeldvorming natuurlijk. Dit is het denken in sjablonen, in one-liners, in goedkope zwart-wit tegenstellingen waar elke nuance uit verdwenen is. De meeste christenen die ik ken beantwoorden immers helemaal niet aan dat beeld. Ze denken anders, genuanceerder, intuïtiever ook.

Wat me bij de discussies op het internet telkens opvalt is niet alleen die goedkope beeldvorming. Het is ook de telkens herhaalde uitspraak dat er op het gebied van het geloof alleen maar vragen zouden zijn. Antwoorden bestaan niet, antwoorden zijn uit. Wie het lef heeft om met antwoorden aan te komen – zelf gevonden antwoorden of niet, dat maakt niet uit – is een ‘fundamentalist’ en probeert anderen te bekeren tot zijn eigen bij elkaar geharkt geloof. Niets is erger dan iemand die antwoorden heeft, niets roept meer angst op en maakt dat de lezer al gauw stichting Correlatie moet bellen om van de schrik te bekomen. Antwoorden – hoe durven ze wel?!

Is dat reëel? Bestaan er echt alleen maar vragen? En als dat zo is, waarom stelt iemand dan voortdurend vragen als daar geen antwoord op mogelijk is? Laten we deze zaak ‘es bij de kern aanpakken. Kan de mens God kennen? Is betrouwbare kennis over God en over de geestelijke wereld mogelijk? Kunnen we God leren kennen zoals een ander kan doordringen in de wetten van de natuurkunde of de regels van de filosofie?

Alle wereldreligies kennen naast de officiële leer ook een mystieke kant. Dat geldt ook voor het christendom. In feite heeft die mystieke kant van het geloof het altijd aan de stok gehad met het hoogste gezag binnen de kerk. De reden is heel simpel: mystici proberen God te leren kennen via de weg van de ervaring en de intuïtie. Door gebed, meditatie en een beschouwende manier van leven zochten en zoeken ze God. Door hun manier van leven willen ze zich met Hem verbinden en uitdrukking geven aan hun geloof. Door die nadruk op intuïtie en persoonlijke ervaring bestaat het gevaar dat ze God anders ervaren en een ander beeld van Hem hebben dan de officiële leer van de kerk. Vroeg of laat komt daar natuurlijk gedonder van. Veel mystici zijn dan ook naar de andere wereld geholpen om de ware toedracht van het Godsrijk vast te stellen.

Dat geldt voor het christendom en ook voor andere religies. Zo heb je binnen de Islam het soefisme. De Boeddhisten hebben veel kloosters gesticht waar de monniken een beschouwend leven leiden. Eigenlijk zie je dit bij elk geloof. Nu is het opvallend dat de mystieke tradities van alle wereldgodsdiensten heel veel overeenkomsten met elkaar vertonen. Zo worden naastenliefde, vergevingsgezindheid en liefde tot God altijd als centrale waarden voorgesteld. Ook bestaan er heel veel overeenkomsten als je kijkt naar de vraag welke negatieve eigenschappen je moet zien te overwinnen. De God, die wordt beleden, heeft in praktisch alle wereldreligies menselijke trekken. Het boek “Mysticism in World Religion” van Sidney Spencer geeft een schitterend overzicht van deze overeenkomsten. Als we ook maar een greintje vertrouwen mogen hebben in het menselijke vermogen om diepere lagen van de werkelijkheid waar te nemen, zullen we moeten kijken naar de vormen waarin het goddelijke zich aan de mens vertoont: die vormen zijn bijna zonder uitzondering menselijk.

Over het leven na de dood zijn de wereldreligies het ook met elkaar eens. De ziel (of hoe je het ook maar noemen wilt) gaat na de dood van het lichaam naar het hiernamaals en wordt beoordeeld op grond van het leven dat de mens heeft geleid. Dat betekent niet dat iemand, die er een potje van heeft gemaakt, voor eeuwig aan het spit wordt gebraden (je hebt immers geen lichaam meer), maar wel dat een mens met de gevolgen van zijn gedrag wordt geconfronteerd. Ook na de dood gaat de ontwikkeling van de ziel gewoon door.

Wie echt de moeite neemt om te zoeken, zal ook antwoorden vinden. Gemakkelijk is dat zeker niet, maar het kan wel degelijk. Als je met hoofd en hart te werk gaat, je openstelt voor de goede boeken die er op dit gebied ook bestaan – naast alle rommel die er te koop is – dan kun je steeds dieper doordringen in deze kennis. Op elke vraag is immers een antwoord. Alle religies hebben een deel van het goddelijke licht, al zijn er voor mijn gevoel wel gradaties. Wie vragen heeft, gaat gerust op zoek. Niet om het antwoord aan anderen op te dringen, maar om er met anderen over van gedachten te wisselen. Ook voor geloofsvragen geldt immers: "Wie zoekt, zal vinden" en "Onderzoek alles en behoud het goede". Wat dat aangaat is er in tweeduizend jaar niets veranderd.

woensdag 20 oktober 2010

Kun je in de 21e eeuw nog wel geloven in God?

Als ik om me heen kijk en op mijn eigen ervaringen af ga, kom ik tot de conclusie dat mensen God vaak pas gaan zoeken als ze eerst heel erge dingen hebben meegemaakt. Ook merk ik dat mensen God vaak zoeken op een wonderlijke manier, bv. door een ritueel gebed af te raffelen. Dan kun je terecht de vraag stellen: “Wélke God zoeken ze?"

Ik geloof dat God méér is dan alleen maar een energievorm, méér dan een eerste oorzaak, de alomvattende liefde of - helemaal lekker vaag - 'al wat is'. Wat zou dat trouwens zijn: 'al wat is?' Dat klinkt raadselachtig en tegelijk veelbelovend. Alles wat er is, dat is ontzettend veel. Maar is God dan het geheel, de optelsom van alle afzonderlijke dingen, of misschien het overkoepelende geheel?

'Al wat is' lijkt me daarom té vaag om voor God in aanmerking te komen. Je kunt er immers alle kanten mee op. Het is net een toverbal die alle kleuren van de regenboog aanneemt als je er maar lang genoeg op sabbelt. Goed. Welke kandidaten zijn er nog meer? God als energievorm dan? Klinkt lekker technisch in dit moderne tijdperk. Het doet me denken aan God als een soort energiecentrale of als een wolk elektromagnetische lading. Maar energie is op zichzelf neutraal. Als ik de stekker in het stopcontact steek, speelt de radio ook op energie. Maar God moet als God toch méér zijn dan een energetische lading? Hij heeft toch ook eigenschappen en vermogens? Hoe zou Hij anders de wereld hebben kunnen scheppen?

Dat laatste brengt me op een ander godsbeeld: God als persoon. In deze tijd is dat beeld van God niet populair. Het is niet modern genoeg, niet hip en niet flitsend. Het doet veel mensen denken aan de kerken en aan de Bijbelse God. En die God van de bijbel... Nee, bah, daar willen ze niets mee te maken hebben, dat hebben we nu zo langzamerhand wel gehad. We leven nu in de 21e eeuw en niet meer in de Middeleeuwen, nietwaar...
Maar klopt die redenering eigenlijk wel? Is dat godsbeeld écht verouderd, of durven we simpelweg geen duidelijke keuzes meer te maken? Schamen we ons voor het godsbeeld van de Vader die ons als Zijn kinderen heeft voortgebracht? Zo ja, waarom dan?

Als het daarop aankomt, zie ik om me heen dat veel mensen meteen als door een speld gestoken overeind veren als iemand het woord 'God' laat vallen. Ik denk dat dat vooral komt door de puinhopen die de kerken ons in de loop der eeuwen hebben nagelaten. In plaats van de gemeenteleden te dienen zoals Christus Zijn leerlingen diende - denk maar aan de voetwassing - zagen de kerkbestuurders, bisschoppen en kardinalen het als hun voornaamste taak om hun eigen machtspositie en wereldlijke belangen veilig te stellen en waar mogelijk uit te breiden, desnoods ten koste van het welzijn van de gemeente. Dat er desondanks ook altijd priesters zijn geweest die écht om hun gemeenteleden gaven en voor hun wereldse en geestelijke belangen opkwamen, is een pluspunt en heeft ervoor gezorgd dat de traditie bewaard bleef, maar ook niet meer dan dat.

De kerken hebben veel schade aangericht en mensen kopschuw gemaakt voor het geloof. Dat gebeurt in feite nog steeds. De recente onthullingen over seksschandalen binnen de R.K. kerk roepen veel walging en weerzin op, en dat is volkomen terecht. De katholieken hebben dat voor een groot deel aan zichzelf te danken. Een instelling als het celibaat zorgt ervoor dat mensen hun seksuele driften op alle mogelijke manieren moeten onderdrukken. Natuurlijk gaat dat vaak fout. De leiding van de R.K. kerk zou er heel verstandig aan doen om te erkennen dat seksualiteit niet per definitie zondig en verdorven is, maar een normale menselijke drift die je in goede banen moet leiden. Het celibaat zouden ze dan ook onmiddellijk moeten afschaffen.

Deze en andere misstanden roepen walging en weerzin op. Begrijpelijk. Maar rechtvaardigt dat de enorme, soms fanatieke afkeer die sommige mensen in zich voelen opkomen zodra het woordje 'geloof' valt of iemand er openlijk voor uitkomt dat hij of zij christen is? Is dat voor de anderen, die dat horen, een gerechtvaardigde reden om alle stekels op te zetten en naar zo iemand uit te halen? Natuurlijk niet! Wie afkeer voelt voor christenen en elke christen goedkoop en gedachteloos vereenzelvigt met kruistochten, inquisitie, onderdrukking en dwang, is in principe sterk bevooroordeeld bezig. Zo iemand zou zijn eigen motieven, frustraties en zondebokken eens moeten onderzoeken i.p.v. altijd maar de blik naar buiten te richten en anderen - God, de christenen of de kerken – overal de schuld van te geven.
Christenen en het christendom veroordelen onder verwijzing naar de fouten van vroegere eeuwen is dan ook goedkoop en gedachteloos. Goedkoop, omdat een dergelijke gedachtegang met simpele etiketten werkt, die men elke christen zonder aanzien des persoons op kan plakken. Gedachteloos, omdat deze manier van denken en redeneren zelden onderbouwd is en gewoonlijk op onderbuikgevoelens is gebaseerd.

De werkelijkheid is, dat het christendom weliswaar veel te lijden heeft gehad van allerlei menselijke fouten en stommiteiten, maar tegelijkertijd ook voor heel veel mensen een bron van inspiratie en zingeving is geweest. Dat geldt in feite nog steeds. Door de eeuwen heen hebben christenen God als een liefdevolle Vader ervaren, die hen kon bereiken in de enige plaats waar een mens écht in de geest kan worden bereikt, nl. in zijn hart.

Ik geloof dat voor een mens, die eenmaal tot dat inzicht gekomen is en zich realiseert wat voor een onvolmaakt wezen hij is, de rest op den duur vanzelf op zijn plaats valt. Maar we zullen wél eerst van onze troon, onze gedroomde goddelijkheid, af moeten komen. Zonder deemoed - noem het voor mijn part gepaste bescheidenheid - is geen echte geestelijke ontwikkeling mogelijk. Helaas kunnen de meeste mensen die gepaste bescheidenheid alleen maar leren door eerst flink met hun kop (d.w.z. hun hoogmoed) tegen de muur te lopen. Dat is een bitter gegeven, maar gezien onze menselijke natuur pakt het vaak wel zo uit. Dat we dan al snel door Gods liefde in genade worden aangenomen, is daarbij gelukkig een hele troost.

Mission impossible voor de atheïstische zending

Wie tegenwoordig openlijk voor zijn geloof uitkomt, wordt al snel voor 'gestoord', 'achterlijk' of op zijn best voor 'niet meer bij de tijd' uitgemaakt. Er is een sterke atheïstische tendens merkbaar. Die zie je niet alleen in het alledaagse leven, die zie je ook op het internet. Gelovigen vormen binnen deze visie een soort achtergebleven levensgolf, de Neanderthalers van de 21e eeuw die de grotten van hun irrationale manier van denken verkiezen boven het heldere licht van de rede.

Toch is dat een optisch overwicht: in werkelijkheid is er maar een héél kleine minderheid - niet meer dan 14% - van de Nederlanders die helemaal niets gelooft. Te oordelen naar hun volume op het internet zou je bijna geneigd zijn te denken dat de verhoudingen precies andersom liggen. Niets is echter minder waar.

Een paar maanden geleden keek ik naar een programma waarin Richard Dawkins, de patroonheilige van de congregatie der atheïsten, zich uit de naad werkte om aan te tonen dat christenen onwetenschappelijk en onredelijk zouden zijn.
Zo beschreef hij, staande tussen een menigte gelovigen in Lourdes, de bedevaartgangers zoals een bioloog een bavianenkolonie op Madagascar zou beschrijven. Mariabeeldjes, daar krijgt deze botte Brit spontaan bijtneigingen van. Later zag je hem in gesprek met een predikant uit de V.S. Hatelijk was zijn opmerking aan het adres van die dominee, waarin hij de manier waarop deze de gemeente toesprak vergeleek met de toespraken van de Nazi-ideoloog Joseph Goebbels. Op zulke momenten verstrakte zijn gezicht en kon je de haat er wel van af scheppen.

Het is niet alleen het fanatisme wat me bij mensen als Dawkins opvalt. Wat ik namelijk steeds mis in de opvattingen van atheïsten is de erkenning dat hun standpunt in feite ook een geloof is, een aanname die ze niet rationeel kunnen beargumenteren.
Zo geloven ze dat het menselijk bestaan met de dood ophoudt, hoewel inmiddels al door Pim van Lommel en andere medici is aangetoond dat het bewustzijn ook onafhankelijk van de hersenen kan functioneren. Andere verklaringen voor BDE's zoals 'zuurstoftekort', 'vergiftiging', 'hallucinaties' e.d. zijn al lang ontkracht door mensen als Michael Sabom. Toch wordt op alle mogelijke manieren geprobeerd de onderzoeksresultaten van Van Lommel onderuit te halen. Dat gaat zelfs zó ver dat men hem op de persoon gaat aanvallen. Toen ik vorig jaar februari bij een lezing van hem was, hoorde ik hem daar krasse staaltjes over vertellen. Sommige atheïsten gaan blijkbaar tot elke lengte om een theorie, die hen onwelgevallig is, te ontkrachten.
Voor een deel hangt dat ook samen met het conservatisme van veel wetenschappers. Het was niemand minder dan de natuurkundige en Nobelprijswinnaar Max Planck die stelde dat een wetenschappelijke theorie pas uitsterft als de laatste wetenschapper, die hem aanhangt, onder de groene zoden ligt.

Dawkins en consorten hebben de ijdele hoop dat ze het geloof kunnen overwinnen met de rede. Dat zal hen nooit lukken. In de eerste plaats niet omdat hun eigen positie ook niet 'redelijk' is. Verder is in de hele geschiedenis van de mensheid nooit meer dan een kleine minderheid werkelijk ongelovig geweest. Belangrijker nog is het feit dat de mens van nature voelt dat z'n bestaan niet eindigt met de dood. Tekenend daarvoor zijn de BDE's van fervente atheïsten: ook zij zien tijdens een BDE een geestelijke wereld, komen overleden familieleden en vrienden tegen en ontmoeten een opperwezen, in welke gedaante dan ook.

Ik denk dat het atheïstische geloof dat het heelal spontaan uit het niets tevoorschijn is geplopt, de hele wereld van 'toevalligheden' aan elkaar hangt en ons bestaan met de dood ophoudt, zijn langste tijd heeft gehad. De meest vooruitstrevende takken van wetenschap ontdekken tegenwoordig immers dingen die meer traditionele opvattingen aan het wankelen brengen. De kwantummechanica is daar een mooi voorbeeld van. Het onderzoek naar BDE's is een ander voorbeeld dat laat zien dat allerlei gevestigde ideeën toch niet zo zeker zijn als men lang had gedacht.

Tekenend voor het religieuze karakter van het atheïsme à la Dawkins is zijn geloof in de evolutietheorie. Men heeft nog nooit een echte missing link tussen twee diersoorten gevonden. Dat weerhoudt deze zuilenheilige van de atheïsten er echter niet van om heilig in de evolutietheorie te blijven geloven.
In dit verband is het aardig om te vermelden dat zelfs een atheïst als de geoloog Salomon Kroonenberg in zijn boek "De menselijke maat - de aarde over tienduizend jaar" met stelligheid beweert dat de evolutietheorie volstrekt onbewezen is; de tussenschakels zijn immers nooit gevonden.

Dawkins' geloof dat de ontwikkeling van planten- en diersoorten op aarde volgens de principes van de evolutietheorie verloopt, lijkt me even hardnekkig als het geloof van fundamentalistische christenen dat de wereld letterlijk in zeven dagen zou zijn geschapen. Beide groepen zijn behoorlijk irrationeel. Ze geloven immers in dingen die op alle mogelijke manieren kunnen worden weerlegd. Ik denk daarom dat het geloof van de toekomst er één zal zijn waarin hoofd en hart, gevoel en verstand, samengaan. Wat men als waarheid aanvoelt, moet ook door het verstand beredeneerd en geaccepteerd kunnen worden, en omgekeerd moet datgene, wat men kan beredeneren, ook overeenkomen met het gevoel. Een geloof waarin één van beide polen ontbreekt, zal dan ook langzaam uitsterven. Het geleidelijke verdwijnen van de meeste kerken en de opkomst van nieuwe religieuze bewegingen laat duidelijk zien dat deze trend onomkeerbaar is.