Posts tonen met het label heelal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label heelal. Alle posts tonen

dinsdag 2 oktober 2012

Integratie, een doodnormaal kosmisch verschijnsel


 
In bijna elk land zijn wel politici te vinden die zo’n hekel hebben aan buitenlanders dat hun politieke programma’s vooral zijn gebaseerd op vreemdelingenhaat. Het idee hierachter is dat een land er wel bij vaart als het ‘van vreemde smetten vrij’ is. Meestal komt dat erop neer dat zo veel mogelijk buitenlanders eruit moeten worden geschopt omdat zij verantwoordelijk zouden zijn voor alle maatschappelijke onrust, criminaliteit en werkloosheid. Als we die gekleurde, koeterwaals sprekende figuren het land uit hebben gewerkt, breken gouden tijden aan en is het weer rustig op straat en in de tram, zo luidt de simpele redenering die nog steeds een grote aantrekkingskracht uitoefent op eenvoudige lieden.
 

Vanuit de kosmos lijkt die gedachtegang nu te worden tegengesproken: ook in het heelal zijn allochtonen een doodnormaal verschijnsel. Heel veel zonnestelsels bevatten namelijk planeten, die vroeger rondom een andere ster hebben gedraaid. Het gebeurt soms dat een planeet op korte afstand wordt gepasseerd door een grotere, zwaardere planeet of door een ster. Daardoor kan hij uit zijn normale baan rondom een ster worden geslingerd. Zijn de krachten, die op zo’n planeet worden uitgeoefend, sterk genoeg, dan verdwijnt hij in de diepten van het heelal. In theorie kan dat zelfs met bewoonde planeten gebeuren!

Dat betekent trouwens niet dat een dergelijke planeet gedoemd is om voor altijd in zijn eentje door het heelal te zwerven. Na verloop van miljoenen jaren kan onze kosmische landloper opnieuw rakelings een toevallige ster passeren. Als zo’n ster met ongeveer dezelfde snelheid om het centrum van het melkwegstelsel draait en in dezelfde richting beweegt, kan die planeet zelfs voorgoed in zijn zwaartekrachtsveld terecht komen. Hij gaat dan baantjes draaien rondom zijn nieuwe gastheer. In sterrenkundig jargon spreekt men dan van een planeet die is ‘ingevangen’.
Zulke planeten komen redelijk vaak voor. Ongeveer één op de twintig sterren heeft een planeet om zich heen draaien die hij op zijn tocht door de ruimte heeft gevangen. Dat is kort geleden door twee sterrenkundigen ontdekt. De Nederlandse astronoom Thijs Kouwenhoven en zijn Israëlische collega Hagai Perets hebben dit vastgesteld nadat ze hadden onderzocht hoe de sterren in zgn. ‘open sterrenhopen’ om elkaar heen bewegen. Open sterrenhopen zijn groepen van tussen de 100 en de 1000 sterren. Ze staan vrij dicht op elkaar en zijn in dezelfde periode geboren. Omdat men tegenwoordig weet dat er om heel veel sterren planeten draaien – op 2 oktober dit jaar waren er al 838 ontdekt! – zal het in zo’n dichtbevolkte sterrenhoop af en toe gebeuren dat een planeet van het ene zonnestelsel naar het andere hopt. Zo’n reis van het ene zonnestelsel naar het andere kan zo maar miljoenen jaren duren. Sommige migrantenplaneten komen zelfs nooit bij een andere ster aan. Zo zijn er vrije planeten ontdekt die niet om een ster, maar om een andere vrije planeet zijn gaan draaien. Dat zijn twee eenzame zielen die elkaar gevonden hebben, zeg maar. In kosmische zin hokken ze samen op een eiland dat verder onbewoond is.

Sterrenkundigen hebben intussen ook verklapt dat het met die allochtone planeten goed gaat. Van botsingen of opstootjes is geen sprake, laat staan van scheldpartijen over en weer. Autochtone planeten en de pas binnengekomen migranten laten elkaar altijd met rust. Keurig netjes draaien de verse allochtonen op gepaste afstand rondom hun nieuwe ster. Meestal zijn hun banen wat groter dan die van hun autochtone broertjes en zusjes. Dat is normaal. Ze zijn immers net uit het heelal aan komen waaien. Ook gebeurt het vaak dat ze onder een wat andere hoek rondom hun nieuwe ster cirkelen. Toch is hun integratie keurig netjes verlopen. Geen wonder, want in het heelal maakt het geen lichtseconde uit waar je vandaan komt. Naar afkomst en grootte wordt in de kosmos niet gekeken. Relletjes komen in de ruimte dan ook niet voor. Wat wil je ook: in tegenstelling tot op aarde is integratie in het heelal een doodnormaal verschijnsel.

vrijdag 28 oktober 2011

Schepping

 
 
Schepping

“Jij ging op weg als tastend licht
dat over de wateren zwierf:
glanzende kiem, geduldige vonk
waaruit de sterren zijn geboren.

Het melkwegstelsel streek jij aan
tot een flonkerend wiel van licht:
om elke ster, uit gas en stof verdicht,
schiep jij groene werelden
vol hunkerend, denkend leven.”

(Hendrik, 1983)

Traag kolkten donkere massa’s door de ruimte. Als ijle, inktzwarte wolken, lichtjaren diep, wentelden ze door het heelal. Nergens was er een plaatselijke verdichting, nergens flonkerde licht, nergens was er een sprankje leven te bekennen. Miljarden jaren dreven de massa’s zo rond, door geen mensenoog bekeken, door geen hand beroerd – vormloos, stuurloos, onbezield.
Vanuit deze onbezielde leegte, deze ongeordende duisternis, maakte zich een lichtje los – aarzelend nog, tastend, alsof het zocht naar houvast. Allengs werd het sterker, krachtiger, zelfbewuster. Toen het zich sterk genoeg voelde zond het een eerste puls uit die door de verten streek, een zwakke trilling, een vage gloed nog die over de donkere afgronden zweefde. Na deze eerste verkenning trok het zich peinzend in zijn punt van oorsprong terug.
Aeonen verstreken voordat het opnieuw naar buiten trad, krachtiger en zelfbewuster nu dan eerst. Het had de vorm aangenomen van een lans van licht die als een vuurtorenbundel de donkere wolken aftastte, doorboorde, bevoelde met zijn bewustzijn in een steeds versnellende, golvende beweging.  
Als antwoord op het pulserende licht gloeiden de nevels op. Ze klonterden samen, voegden zich aaneen tot steeds grotere massa’s. Behaaglijk koesterden ze zich in het licht vanuit de centrale bron. Tussen hen in ontstonden openingen, miljoenen lichtjaren diep
Traag begonnen de nevels daarop als reusachtige wielen rond te draaien, en in de spaken van die wielen gloeiden de eerste sterren op. Steeds meer sterren werden geboren, rij na rij, golf na golf, totdat er flonkerende netwerken waren ontstaan, lappendekens van lichtpuntjes die traag rondwentelden door de eindeloze wereldruimte. De eerste sterrenstelsels, roterende eilanden van licht, waren geboren. En rond een klein sterretje, geel van kleur, vormde zich een stofring die zich langzaam verdichtte tot een kleine, rotsachtige planeet. De aarde was geboren. 


zondag 13 februari 2011

Hoe reizen andere beschavingen door het heelal?

Vroeger was ik een groot liefhebber van de boeken van Erich von Däniken, Jochim Pahl en Stefan Denaerde. Ook werkjes over ufo´s verslond ik, hoewel ik ze met de nodige scepsis las. Al deze schrijvers waren gefascineerd door het idee dat andere beschavingen af en toe onze aarde bezoeken. Volgens hen hebben veel civilisaties het stadium van de interstellaire ruimtevaart bereikt en stimuleren ze de ontwikkeling op planeten waarvan de hoogste levensvormen zich nog met knots en speer staande proberen te houden. Een soort ontwikkelingshulp dus, en niet geheel zonder bijbedoelingen. De aarde moet immers worden opgestoten in de interstellaire vaart der volkeren, zodat ook de andere ruimtevarende intelligenties daarvan kunnen meeprofiteren en het in de ruimte geen rommeltje wordt.

Opvallend bij al deze schrijvers is de Star Trek-achtige manier waarop ze de werkelijkheid van het heelal benaderen. Meestal speelt de techniek een allesoverheersende rol. Toch heb ik daar grote twijfels over. Wat is nl. het belangrijkste doel van de hele materiële schepping? Is dat niet de vergeestelijking van het bewustzijn van de mens en de totale bevrijding uit de wereld van de materie? En als dat het belangrijkste doel van alles is, waarom zouden we dan met technische hulpmiddelen het heelal moeten veroveren? Is dat niet een paradox?

Na het lezen van de boeken van verschillende mystici ben ik dit alles systematisch gaan vergelijken met modern ruimteonderzoek. Daarbij heb ik gemerkt dat er in de hele wereld van de materie wel degelijk één centraal principe is, en wel dat alles in het heelal zich langzaam maar zeker ontwikkelt tot steeds hogere vormen, totdat alles op den duur volkomen vergeestelijkt is en in fysieke zin 'oplost'.
Je ziet dat ook bij sterren, planeten en kometen. Aan het eind van hun ontwikkeling lossen ze volkomen op: ze 'verdampen' als ze hun tijd hebben uitgediend. Precies hetzelfde geldt ook voor de mens. We zijn beslist niet geschapen om in de wereld van de materie te blijven hangen. Dit is maar een tussenstadium, een noodzakelijk kwaad omdat we ooit door een bewuste keuze - de val uit de geestenwereld - onze frequentie hebben verlaagd. Zo kon het stoffelijke heelal ontstaan. Het is een hulpmiddel om via een aantal incarnaties terug te keren naar de geestelijke wereld.

Wat doen nu al die levende wezens op de sterren en planeten? Als ze zich van hun geestelijke opdracht bewust zijn, zullen ze kiezen voor een ontwikkeling van hun geest en niet van de materie, omdat materie op zichzelf genomen praktisch dood is. Miljarden en nog eens miljarden beschavingen zijn er in het heelal. Hun aantal moet zó onnoemelijk groot zijn, dat we dit niet eens met een aards getal uit kunnen drukken. Toch zullen de meest wijze civilisaties nooit beginnen aan een ongeremde technische ontwikkeling. Waarom niet? Het antwoord is simpel: met de geest kun je veel langere en betere reizen maken dan met een ruimteschip.

De Zweedse ontdekker, geleerde en ziener Emanuel Swedenborg heeft dat in zijn boek "Over de aarbollen in ons zonnestelsel" duidelijk laten zien. Hij trad uit en bezocht met zijn geest verschillende werelden. Hij sprak met de bewoners daar. En overal spreken de meer ontwikkelde wezens dezelfde taal: ze kunnen met elkaar communiceren en bezitten een wijsheid, waarbij vergeleken de wijsheid van ons meestal maar een hersenschim is.
Om te reizen in het heelal heb je geen techniek, geen ruimteschepen nodig, maar een wakkere, heldere geest. Een geest die zich volkomen op Jezus richt en vast op Hem vertrouwt. Neem van mij aan dat de rest dan vanzelf gaat. Maar bijna niemand op aarde heeft dát vermogen, díe geestelijke kracht, omdat we in de materie verzonken zijn. Ons bewustzijn is ongelofelijk mat.

Daar zal beslist verandering in komen. De ontwikkeling op aarde kan niet blijven stilstaan, we móeten echt verder. Zoals Jezus de materie volkomen overwon, zo zullen wij dat ook ooit 'es moeten doen. Niet met techniek, niet met ruimteschepen, maar alleen met onze vrije geest, die peilloos ver boven de materie staat.
Wat er tijdens de laatste fase van de wederkomst van Christus zal gebeuren, God only knows. Maar ik weet wel dat dat een transformatie van de aardse omstandigheden zal betekenen waar we ons nauwelijks een voorstelling van kunnen maken.
Wie zullen er na de wederkomst overblijven? Jezus zei ooit: "De zachtmoedigen zullen de aarde beërven". Ik denk dat dat betekent, dat niet de slechte mensen achter zullen blijven, maar juist de liefdevolle, deemoedige mensen. De rest zal weggevoerd worden. Niet met ruimteschepen, maar in de geest. Op andere werelden mogen ze hun ontwikkeling vervolgen. Soms zal dat materiëel gebeuren, soms ook niet. Want ook de geestelijke wereld heeft heel veel sferen waarin de mens kan worden opgevoed.

In die zin kijk ik ook tegen de voorspellingen over de drie dagen van duisternis aan, die volgens velen onmiddellijk voorafgaan aan de transformatie van de aarde. De opvatting dat een heleboel mensen met ruimteschepen van de aarde worden opgehaald, kom je o.a. tegen in de boekjes van Bertha Dudde. Ook binnen New Age doen zulke verhalen de ronde. Toch geloof ik dat niet. UFO's zijn al vaak beschouwd als vertegenwoordigers van de 'goden' of als bezoekers uit een andere dimensie. Ik heb die ideeën bestudeerd, maar er nooit overtuigende bewijzen voor gevonden. UFO's bestaan wel, maar ze kunnen nooit zijn gebouwd door hoogstaande beschavingen. Simpelweg omdat hoogstaande beschavingen hun heil niet zoeken in de materie, maar in de mogelijkheden van de vrije, op God gelijkende geest.
Alleen beschavingen die in het materiële stadium zijn blijven steken, zullen ruimteschepen bouwen die de afstanden tussen de sterren - gemiddeld ca. 4 lichtjaren - kunnen overbruggen. Een bewijs voor hun geestelijke superioriteit is dat echter allerminst. Het wijst eerder op een sterke gehechtheid aan de materie en op een fascinatie voor de verworvenheden van de techniek. De boodschappen die we van dergelijke beschavingen kunnen opvangen, hebben in spiritueel opzicht dan ook maar een heel beperkte waarde. Een civilisatie die immers grondig over haar eigen plaats en oorsprong heeft nagedacht, zal zich vooral in geestelijke zin ontwikkelen en de techniek hooguit gebruiken als een middel om geestelijke doeleinden te verwerkelijken.