Posts tonen met het label buitenaards. Alle posts tonen
Posts tonen met het label buitenaards. Alle posts tonen

maandag 13 mei 2013

Buitenaards bezoek – feit of fictie? (2)


De omslag van het Franse COMETA-rapport
 
Op mijn artikel over buitenaards bezoek kreeg ik verschillende reacties. Graag ga ik hieronder in op enkele vragen die me werden gesteld. Wie nog meer wil lezen over dit onderwerp kan ik verwijzen naar de link helemaal onderaan. Je komt dan terecht op de webpagina waarop de Nederlandse vertaling is te lezen van het COMETA-rapport. Dat is het in 1999 gepubliceerde verslag van een Frans onderzoek naar ufo’s die niet alleen in Frankrijk, maar over de hele wereld zijn waargenomen. Van de onderzoekscommissie maakten o.a. wetenschappers en generaals deel uit. Ze stond onder leiding van Dennis Letty, generaal van de Franse luchtmacht. De buitenaardse hypothese wordt daarin de meest waarschijnlijke genoemd. Er staat ook scherpe kritiek in te lezen op de politiek van de VS-regering om het ufo-fenomeen in de doofpot te stoppen.

UFO’S EN DE ‘COVER UP’
Het zijn vooral de Verenigde Staten waar men sinds ongeveer 1947 ufo-meldingen zo veel mogelijk in de doofpot stopt. Die neiging was het sterkst in de tijd van de Koude Oorlog. De autoriteiten daar waren bang dat ufo's konden worden aangezien voor geheime wapens van de Russen. Bovendien werkte men in de VS, net als in China en de USSR, aan nieuwe wapensystemen waar men geen ruchtbaarheid aan wilde geven. En wat voor industriële geheimen geldt, geldt des te meer voor militaire projecten: het was medewerkers van militaire bases, laboratoria en vliegvelden strikt verboden om met buitenstaanders over hun werk te praten. Die bepaling gold ook voor ufo-waarnemingen. Sprak je er toch over, dan kon je worden geschorst, ontslagen of zelfs in de gevangenis belanden. Daarom kwamen in die periode weinig waarnemingen van VS-militairen naar buiten. Na de Koude Oorlog werd het klimaat wat opener, maar ook toen was het ‘not done’ om zulke verhalen door te spelen naar de media.

In andere landen gold dat spreekverbod voor militairen ook, maar het werd niet overal zo strikt nageleefd als in de V.S. In de voormalige USSR was men hier wat opener over, schrijft Vermeeren in "Ufo's bestaan gewoon". Na de Koude Oorlog kwam er een duidelijke kentering. Zo werden in Groot-Brittannië, België en Frankrijk steeds meer documenten en onderzoeken over ufo's vrijgegeven. In Midden- en Zuid-Amerika gaat de overheid hier tegenwoordig ook heel open mee om. In Frankrijk ging men nog het verst met het 'COMETA'-rapport uit 1999; zie de link onderaan dit artikel.    

FYSIEKE BEWIJZEN
Fysieke bewijzen van het bestaan van ufo´s zijn er volgens verschillende bronnen wel. Zo hebben veel mensen verklaard dat in 1947 dicht bij Rosswell, New Mexico, niet ver van een nucleaire basis drie ufo's compleet met inzittenden zijn neergestort. Die inzittenden (in totaal 9) zijn volgens hen geborgen en naar een ziekenhuis vervoerd voor onderzoek. Ik weet dat dit fantastisch klinkt, maar getuigen daarvan zijn er genoeg. De Apollo-14 astronaut Edgar Mitchell, die zelf in Rosswell woonde, heeft daar onderzoek naar gedaan en heel veel mensen geïnterviewd die er getuige van waren geweest. Boeren uit de omgeving hebben daar wrakstukken van ufo´s gevonden en ze gefotografeerd. Later werden die resten door het leger opgeëist en voor onderzoek meegenomen.
Ook zijn op veel plaatsen, waar ufo’s zijn geland, later afdrukken gevonden in de bodem. Daardoor kon men vaststellen dat ze soms tonnen wogen. Verder vond men soms afdrukken van het landingsgestel.   

VORMEN EN AFMETINGEN VAN UFO’S
Niet alle ufo's zijn schotelvormig. Ze kunnen alle mogelijke vormen en afmetingen hebben. Driehoekige objecten worden ook vaak gezien, bijv. tijdens de ufo-golf van 1989-1993, die vooral in België goed zichtbaar was. Het is mogelijk dat men proefversies van de driehoekige Stealth (B2) bommenwerper, die toen in ontwikkeling was, voor UFO’s heeft aangezien, maar toch is dat minder waarschijnlijk. De voorwerpen die men in die jaren zag, maakten namelijk geen herrie, terwijl een Stealth-bommenwerper volgens mensen die dat kunnen weten enorm veel lawaai produceert.  Naast driehoekige ufo’s worden ook vaak sigaarvormige, ovale en langwerpige voorwerpen gemeld.

Soms hebben ze reusachtige afmetingen, zoals de ufo die op 13 maart 1997 boven de stad Phoenix in Arizona werd gezien. Duizenden mensen waren er getuige van dat een voorwerp van 1-2 kilometer groot laag en geluidloos over de stad vloog. Maar ook in de ruimte worden door astronauten soms gigantisch grote vliegende voorwerpen waargenomen. Dat waren beslist géén luchtspiegelingen, raketonderdelen of planetoïden.

BEROUWBAARHEID VAN DE VERSLAGEN
Sommige mensen hebben me geschreven dat er veel onzinnige verhalen over ufo's in omloop zijn. Dat klopt. Er zijn verschillende valse meldingen ontmaskerd. Hetzelfde geldt voor graancirkels: grappenmakers heb je overal.  Maar wat te denken van de duizenden piloten, luchtmachtofficieren en andere getrainde waarnemers die ze hebben gerapporteerd?  Ik ken iemand die als officier op een vliegbasis heeft gewerkt en heel nuchter vertelt dat ze vaak door luchtmachtpersoneel worden gezien en dat ze eigenschappen hebben waar aardse toestellen niet aan kunnen tippen. Zo beschrijven ze haakse bochten en kunnen zomaar verschijnen en verdwijnen, alsof ze door een wormgat hiernaartoe vliegen.

EIGEN UFO-WAARNEMING
Zelf heb ik drie keer een UFO gezien, terwijl ik wel degelijk het verschil ken tussen een satelliet, een vliegtuig, een meteoor en andere dingen die aan de sterrenhemel verschijnen. Al zo’n 40 jaar ben ik amateur-astronoom. Als er iets ongewoons aan de hemel te zien is, valt het me onmiddellijk op. Zo zag ik één keer een ufo schuin boven de vliegbasis Leeuwarden hangen. We reden op dat moment op de weg van Bolsward naar Leeuwarden, recht op het object af. Ik zat naast mijn vrouw, die de auto bestuurde, en had een verrekijker bij me. Daardoor kon ik het ongeveer een kwartier lang met 7x vergroting bekijken. Het hing roerloos op enkele honderden meters hoogte, was langwerpig en voerde drie witte lichten aan de onderkant.  Dat voorval heb ik later ook gemeld aan het personeel van de basis. Ze konden het niet verifiëren, want volgens hen stond de radarinstallatie op dat moment uit omdat het zondag was…

CONCLUSIE
Na het lezen van de boeken van Coen Vermeeren, Allen Hynek en andere schrijvers over ufo´s kan ik maar één conclusie trekken: er cirkelen ruimteschepen van andere beschavingen rond de aarde. We zijn niet alleen in het heelal. Sterker nog: we lopen ver achter op deze beschavingen. Ik denk dat het daarom hoog tijd wordt dat méér mensen dit verschijnsel serieus nemen en het onderzoeken. Daar is moed voor nodig, want de kans is groot dat we vergeleken met andere civilisaties nog maar een heel primitieve soort zijn, met een diepgewortelde angst voor het onbekende. Ik vermoed dat het vooral deze angst is, deze ‘horror vacui’, die ervoor zorgt dat veel mensen dit onderwerp ridiculiseren. Daar is geen enkele reden voor. Steeds meer wetenschappers, ufo-onderzoekers en piloten zijn tot de conclusie gekomen dat ufo’s fysieke voorwerpen zijn en hoogstwaarschijnlijk ruimteschepen van interstellaire beschavingen. Het Franse COMETA-rapport uit 1999 is in dat opzicht veelzeggend. Ik kan dan ook iedereen aanraden om het te downloaden en te lezen.

Dit rapport kun je downloaden op http://www.ufowijzer.nl/pdf/Cometa%20Rapport%20Compleet.pdf

dinsdag 7 mei 2013

Buitenaards bezoek - feit of fictie?

 
Ons melkwegstelsel bevat ongeveer 200 miljard sterren. Onderzoek door satellieten zoals NASA’s Kepler Space Observatory heeft uitgewezen dat heel veel sterren door planeten worden omgeven. Er worden zelfs steeds meer sterren ontdekt waar aardachtige planeten omheen draaien. De kans is dan ook levensgroot dat op verschillende planeten leven is ontstaan dat zich gedurende lange tijd heeft kunnen ontwikkelen. Om die reden gaan de meeste sterrenkundigen er van uit dat we vroeg of laat andere beschavingen zullen ontmoeten, ofwel doordat we op afstand signalen met hen kunnen uitwisselen, ofwel doordat we contact zullen leggen met hun ruimteschepen. Niet voor niets werden de beide Voyagers, die in de zeventiger en tachtiger jaren de reuzenplaneten aan de rand van ons zonnestelsel fotografeerden, uitgerust met een plaquette waarop de positie van de aarde wordt aangegeven. Men hoopt dat ooit een andere beschaving die ruimteschepen zal bergen en dan contact met ons zal opnemen. Maar een heel andere vraag is of we dat buitenaardse leven niet té ver zoeken. Er bestaan immers al heel lang verslagen van ooggetuigen die ufo’s hebben gezien. Wat moeten we daarvan denken? Is ET de aarde aan het bespioneren? Wie zijn ze en waar komen ze vandaan?
Een boek waarin diep op deze vragen wordt ingegaan, is “Ufo’s bestaan gewoon – een wetenschappelijke visie” van Dr. ir. Coen Vermeeren. Hij studeerde Lucht- en Ruimtevaarttechniek aan de T.U. Delft en is daar hoofd van Studium Generale. Zijn boek, dat in maart dit jaar verscheen, bevat een indrukwekkende reeks documenten  en ooggetuigenverslagen van ufo-waarnemingen, niet alleen van piloten, onderzoekers en luchtmachtofficieren, maar ook van astronauten, waaronder maanreizigers als Buzz Aldrin – de tweede man op de maan – en Edgar Mitchell, de piloot van de maanlander tijdens de vlucht van de Apollo-14. Uit al die verslagen komt het beeld naar voren dat ufo’s ruimteschepen zijn van andere planeten waar men over een veel geavanceerdere techniek beschikt dan op aarde. Zo zijn ze in staat om enorm snel te accelereren, tijdens hun vlucht rechte hoeken te maken, en zelfs om plotseling te verschijnen en weer te verdwijnen, alsof ze opduiken uit een opening in het ruimte-tijd continuüm.

Onderzoekers uit de V.S. melden dat ze een bijzondere interesse tonen in nucleaire installaties, vooral in opslagplaatsen van kernraketten. Enkele malen zijn kernkoppen onklaar geraakt nadat er een ufo boven een nucleaire basis was waargenomen. Toeval? Feit is in elk geval dat er vaak elektromagnetische storingen optreden als er ufo’s worden waargenomen. In de V.S. heeft men daar ervaring mee. Tijdens ‘ufo-golven’ valt vaak het elektriciteitsnet uit. Hele delen van de V.S. lagen in de zestiger en zeventiger jaren soms plat als het land weer eens door ET werd geteisterd.
Inmiddels zijn er al zó veel foto’s, films en verslagen van ufo-waarnemingen beschikbaar, dat het heel moeilijk is om dit verschijnsel nog langer als verzinsel af te doen. Ze zijn er, onmiskenbaar, en in veel gevallen gaat het wel degelijk om fysieke objecten die ook op radarbeelden zijn te zien. De manier waarop ze in ons luchtruim en ook daarbuiten manoeuvreren doet vermoeden dat ze door buitenaardse piloten worden bemand of op afstand worden bestuurd. Dat het hier om meer dan een fata morgana gaat, wordt bewezen doordat bijna alle Amerikaanse presidenten van na W.O. II interesse in dit onderwerp hebben getoond. Ze hebben bij instanties zoals de CIA en de NSA navraag gedaan naar relevante informatie die hierover beschikbaar was. Tot hun verbazing werden ze allemaal afgescheept. Blijkbaar is sommige kennis zo geheim dat zelfs Amerikaanse presidenten geen toegang hebben tot deze archieven. Er bestaan documenten die dat aantonen.

Het ufo-verschijnsel is in de V.S. altijd met veel geheimzinnigheid omgeven. Voor Vermeeren was er daarom alle reden om uitgebreid aandacht te besteden aan de ‘cover up’ die kort na W.O. II begon en tot op de dag van vandaag voortduurt. Wat weet de Amerikaanse overheid van ufo’s en hun voortstuwingstechniek? Zijn er al contacten gelegd, en zo ja, met welk doel? Het deel van “Ufo’s bestaan gewoon” dat die contacten beschrijft is het meest speculatief. Geen wonder als je bedenkt dat de verhalen daarover bijna allemaal afkomstig zijn van mensen die rapporteren uit de tweede of derde hand. Eén persoon, die bij de NASA heeft gewerkt, beweert zelfs dat de Amerikaanse autoriteiten op de hoogte zijn van het bestaan van 57 buitenaardse  beschavingen.
Het is niet duidelijk wat zulke uitspraken waard zijn. Duidelijk is in elk geval wel dat Vermeeren in zijn 200 pagina’s tellende boek een helder en goed gedocumenteerd overzicht geeft van de belangrijkste informatie die op dit moment over ufo’s voorhanden is. De antwoorden die hij formuleert op de vraag waarom de kennis hierover vooral in de V.S. zo lang onder de pet is gehouden, vind ik geloofwaardig. In de periode van de koude oorlog wilde men voorkomen dat er paniek uitbrak omdat ufo’s konden worden aangezien voor geheime wapens van het Oostblok. Ook was men bang dat het grote publiek niet bestand was tegen het idee dat er beschavingen bestaan die veruit superieur zijn aan de onze en stoeien met afstanden die onze ruimteschepen nog in geen duizend jaar kunnen afleggen. Ik denk dat die angst in onze tijd volkomen ongegrond is. Boeken als die van Vermeeren laten zien dat deze civilisaties geen kwade bedoelingen hebben. Als ze dezelfde instelling hadden als wij, waren we waarschijnlijk al lang gedecimeerd, net als de Maya’s en de Azteken in de tijd van de conquistadores. Dat had trouwens wel een onschatbaar voordeel: iedereen was dan van het bestaan van ET overtuigd.

maandag 22 april 2013

De nacht van het ruimteschip (1)


 
Achteraf kan ik niet meer precies zeggen wanneer het begonnen is, maar op een nacht was het er, zomaar, en nestelde het zich in mijn hoofd met een onverwoestbare kracht en een hardnekkigheid waardoor ik meteen wist dat het nooit meer weg zou gaan. Ik heb ertegen gevochten, geloof me, ik heb gedaan wat ik kon; ik heb geneesheren en therapeuten bezocht, zowel regulier als alternatief, kruidentheeën gedronken, oosterse en westerse meditatietechnieken beoefend, ja ik heb me zelfs van onder tot boven door een ondoorgrondelijk kijkende Chinees met spelden laten prikken om het weg te krijgen – maar het mocht allemaal niet baten: het melodietje dat nu al weken door mijn hoofd speelt gaat van zijn levensdagen niet meer weg. Het is echt om gek van te worden.

’s Nachts ben ik gaan zwerven, niet lopend, maar op mijn racefiets, om maar aan iets anders te denken. Dan heb ik een MP3-speler erbij aan, de oortelefoontjes diep in mijn oren gedrukt, en probeer ik me op de muziek te concentreren. Soms lukt dat, maar meestal niet, want dan krijgt dat verrekte melodietje weer de overhand en bekruipt mij soms de neiging om maar in de sloot te fietsen, want dan ben ik van al dat gedonder af. Maar ik mag daar niet aan toegeven, het leven is te kostbaar om me door dat getetter eronder te laten krijgen. Daarom haal ik alles uit de kast om nog zo veel mogelijk een normaal leven te leiden, of iets wat daarvoor doorgaat tenminste.
 
Gelukkig is nu het einde van de tunnel in zicht. Dat wil zeggen: ik hoop het vurig, maar helemaal zeker weten doe ik het niet. U moet weten dat ik een keer, toen ik ’s nachts aan het fietsen was, als in trance ben doorgereden naar de Noordzeekust. Daar wilde ik ongestoord naar de sterren kijken, ver weg van alle neonreclames en lichtmasten die het zicht op de sterrenhemel verpesten. Heerlijk vind ik dat, om in mijn eentje de Melkweg te zien die zich van horizon tot horizon door het firmament slingert, een tijdloze oase van rust en stilte in een knotsgekke wereld. Een rustig nachtje onder de sterren zou het echter niet worden. Daar zorgden die vreemde gasten wel voor die ik er tegenkwam. Wie het zijn en waar ze vandaan komen – Joost mag het weten. Ze komen in elk geval van ver, dat is zeker. Anders land je niet midden in de nacht in een UFO op een verlaten plekje op het Noordzeestrand. Sinds ik hen heb ontmoet is alles anders geworden.

Het moet tegen een uur of twee ’s nachts zijn geweest toen ik mijn fiets vastmaakte aan een hekje aan de voet van de duinen. Echt donker was het niet, want het was helder en hoog in het zuiden scheen de volle maan. Snel liep ik daarom het rulle zandpad op. Daarachter, zo wist ik, ruiste de Noordzee. Maar tot mijn stomme verbazing zag ik in die heldere sterrennacht niet alleen de branding, maar ook een groot, zilverkleurig voorwerp dat op het strand rustte. Het leek wel een ruimteschip. Ik schat dat het een doorsnee had van zo’n 25 meter. Het was rond, wat afgeplat en bezat een soort patrijspoorten die hel verlicht waren. Rondom het voorwerp liepen vier kleine wezentjes in zilverkleurige pakken. Ik kon niet zien wat ze aan het doen waren. Een beetje eng was het wel, want ze waren misschien wel gewapend, maar mijn nieuwsgierigheid won het van mijn angst. Daarom begon ik naar het ruimteschip toe te lopen. Dat ik mijn angst opzij zette had ook nog een andere reden: de ellendige melodie die mij nu al weken lang het leven zuur maakte, werd steeds zwakker naarmate ik dichter in de buurt van het vreemde voorwerp kwam. Zou dat gejengel misschien helemaal stoppen als ik ervoor stond? Toen ik het ruimteschip tot op een paar passen genaderd was, wachtte me echter een verrassing.
 
- wordt vervolgd -