Posts tonen met het label atheïsme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label atheïsme. Alle posts tonen

zaterdag 29 december 2012

Atheïsten 66

 
 
Wat mij bij discussies over geloofszaken telkens weer opvalt is de heftigheid waarmee door veel atheïsten (gelukkig lang niet alle) wordt gereageerd op mensen die uitkomen voor hun christelijk geloof. Als je een onderwerp behandelt vanuit een politieke visie, kunnen anderen het ermee eens zijn of niet, maar er is dan niemand die beweert dat je dat niet zou mogen doen omdat je je mening aan anderen op zou dringen. Wie een religieuze visie ergens over geeft, krijgt dat verwijt vaak wel te horen. Bovendien worden er dan vaak allerlei dingen bijgesleept die met het onderwerp zelf helemaal niets te maken hebben.

Verder richt deze kritiek zich vaak niet alleen op de religie zelf, maar ook en vooral op de persoon van de gelovige. Het lijkt er daarom veel op alsof religie een thema is waar veel mensen hun persoonlijke frustraties bij voorkeur op botvieren. Ik vind dat hypocriet en een uiting van onverdraagzaamheid.

Opvallend is trouwens ook dat atheïsten hun pijlen vaak alleen maar richten op christenen; met boeddhisten, hindoes en joden hebben ze veel minder moeite. Zelfs moslims zijn bij hen veel minder vaak het mikpunt. Over selectieve verontwaardiging gesproken!

Het christendom is al meer dan duizend jaar één van de grote pijlers van de cultuur van de Lage Landen, naast de erfenis van de klassieke Oudheid. Niemand kan dat ontkennen. Literatuur, beeldende kunst en architectuur stonden eeuwen lang voor een groot deel in het teken van het christendom. Het Europa zoals we dat nu kennen is doordrenkt van christelijke tradities, begrippen en waarden. Het is daarom dwaas en wereldvreemd om dat verleden, deze erfenis, te ontkennen en er zelfs uit alle macht tegenaan te schoppen. Wie dat toch doet en alle uitingen van het christendom uit het openbare leven wil verbannen, is, om met Antoine Bodar te spreken, 'nooit volwassen geworden'.

Wat dat laatste betreft ontwikkelt D66 zich tot kampioen secularisering. Of het nu gaat om het intrekken van de subsidie aan de kleine levensbeschouwelijke omroepen, het verbod op weigerambtenaren, het afschaffen van de zondagsrust of het schrappen van het vloekverbod - altijd staat D66 vooraan. Alles, wat aan ons christelijke verleden herinnert, proberen politici van deze partij uit het openbare leven te bannen. Dat gebeurt ook nog met een haast en een gretigheid die grenzen aan fanatisme.

De partij zou haar naam daarom beter kunnen veranderen. Voortaan kunnen ze zich beter Atheïsten 66 noemen. Dat is wel zo duidelijk. En is transparantie niet één van de belangrijkste waarden die deze partij huldigt?



 

zondag 16 december 2012

De oorzaken van de toenemende intolerantie t.a.v. religies (2)

 

DE BOTSING TUSSEN TWEE WERELDBEELDEN
In de zestiger jaren begonnen mensen massaal de kerken te verlaten. Allerlei nieuwe vormen van religiositeit kwamen op, vooral door een steeds sterker wordende hang om de eigen spirituele ervaring centraal te stellen. De kerken speelden daar nauwelijks op in. Men dacht dat de storm na verloop van tijd wel weer zou gaan liggen. Zeker: er traden af en toe popgroepjes op in de kerk. Er werden beatmissen gehouden. Ook ging men experimenteren met eredienst en liturgie. Maar inhoudelijk was er weinig echte ruimte om te luisteren naar de verhalen van mensen die geïnteresseerd waren in oosterse religie of bijzondere ervaringen hadden waar ze over wilden praten. Door dat benauwende, afgesloten karakter van de kerken zegden steeds meer – vooral jonge - mensen hun lidmaatschap op. Het gevolg daarvan was dat de kerkbankjes steeds meer werden bevolkt door geronten. Voortaan moesten dominees vooral preken voor een rollatorbrigade die door natuurlijk verloop steeds meer uitdunde. Voor sommige predikanten werd het zelfs heel gewoon dat ze een groot deel van hun tijd moesten besteden aan het voorbereiden en leiden van begrafenissen.

Die starheid heeft men heel lang volgehouden. Zo maakte ik het zo’n twintig jaar geleden nog mee dat een Nederlands-Hervormde predikant mij tijdens een groot huisbezoek duidelijk maakte dat Allah toch echt niet dezelfde was als de God van de Bijbel; als ik daar wel van overtuigd was, dan had ik er weinig van begrepen. Ik kan me nog herinneren hoe diep teleurgesteld ik was omdat deze man zo’n beperkt Godsbegrip had en dat ook nog in zijn gemeente uitdroeg.
Nog veel erger werd het toen de kerken de subsidie introkken van het studentenpastoraat waarvoor ik twintig uur per week in touw was: we waren te links en hielden ons te veel met politiek bezig. Weg met die linkse dramkonten: game over! Voor mij was dat de reden om mijn lidmaatschap van de kerk op te zeggen.

Nu staat de ontkerkelijking niet op zichzelf. In een breder verband is er, vooral door de invloed van de medische en de natuurwetenschappen, een sterke tendens voelbaar om alles, wat niet concreet en tastbaar is, te ridiculiseren. Samengevat luidt die grondhouding: “Er is alleen materie, de geest bestaat niet”. Zo zou ons bewustzijn niet meer zijn dan het product van de chemische en elektrische processen die zich in onze hersenpan afspelen. Voor zoiets zweverigs als een ‘geest’, die ook onafhankelijk van de hersenen kan bestaan, is binnen zo’n visie geen plaats. In feite is dat een reductionistische opvatting van wetenschap, een bewustzijnsvernauwing t.o.v. een benadering waarbij men open staat voor zaken als metafysica, parapsychologie en theologie.

In de media zien we dat bij de soms verhitte discussies die worden gevoerd tussen aanhangers van Pim van Lommel en Dick Swaab over de interpretatie van bijna-doodervaringen. Maar ook de druk, die vanuit de reguliere medische hoek wordt uitgeoefend om alternatieve geneesmiddelen te verbieden, is een voorbeeld van het mentale gevecht dat op allerlei fronten woedt. Inzet is daarbij de vraag welke visie prevaleert: een strikt materiële, die elke aanspraak op niet-fysieke bestaansniveaus uitsluit, of een alternatieve en spirituele, die van meer werkelijkheidsniveaus uit gaat.

Voor mijn gevoel is dit de kern van de zaak: er is een botsing gaande tussen twee wereldbeelden, twee manieren om naar de werkelijkheid te kijken en twee opvattingen over wat wetenschap is of hoort te zijn. Daar horen allerlei normen en waarden bij die met elkaar ‘vloeken’. En waar twee wereldbeelden frontaal op elkaar botsen, probeert vaak de ene visie de andere te verdringen. De toenemende intolerantie t.a.v. religie is daarvan één van de gevolgen.    
 
HOE ZIET DIE INTOLERANTIE ER UIT?
Wat ik vaak merk, is dat niet-gelovigen – al of niet atheïst – zich storen aan het feit dat er voor gelovigen een andere werkelijkheid bestaat, een geestelijke dimensie, die voor buitenstaanders volkomen ongrijpbaar is. Voor iemand die seculier denkt, bestaat die geestelijke wereld helemaal niet. Volgens de atheïstische visie is er immers alleen maar materie. De geest is voor zo iemand een relict uit een primitief verleden, een sta-in-de-weg om geestelijk ‘verlicht’ te raken, een duister spook uit een vorige ontwikkelingsfase. Termen als ‘zweverig’ en ‘occult’ worden daarom vaak gebruikt om de religieuze manier van denken aan te duiden. Wie zich desondanks van religieuze taal bedient, zou zich schuldig maken aan ‘zendingsdrang’. Logisch, want het wereldbeeld van de gelovige staat haaks op dat van iemand die alleen maar gelooft in het bestaan van een concrete, fysieke wereld.


In de politiek vertaalt die afkeer van religie zich als pogingen van vooral linkse partijen (maar ook de VVD) om ritueel slachten, weigerambtenaren en de kleine levensbeschouwelijke omroepen aan te pakken. Dit noemt men ook wel de ‘tirannie van de seculiere meerderheid’ – hoewel die meerderheid in feite helemaal niet bestaat, want slechts 1/7 deel van de Nederlandse bevolking is atheïst. Het probleem is alleen dat het geloof voor steeds minder mensen een doorslaggevende rol speelt bij hun stemgedrag. Seculiere standpunten worden daardoor steeds vaker in wetten vastgelegd – tot afgrijzen van gelovigen, hun vertegenwoordigers en organisaties.

Je kunt je afvragen hoe dit verder zal gaan, zeker nu steeds meer mensen moeite hebben om rond te komen en de samenleving steeds ingewikkelder wordt. Neemt het belang van religie af, of zal ze zich vernieuwen, tegen alle verdrukking in? Graag probeer ik in het derde en laatste deel iets te zeggen over de toekomst van de religies.



vrijdag 14 december 2012

De oorzaken van de toenemende intolerantie t.a.v. religies (1)

 
“Hoe komt het toch dat wij Nederlanders nog geen vijf decennia geleden als protestant of katholiek massaal iedere zondag naar de kerk gingen, speciaal onderwijs genoten en regelmatig de Bijbel lazen, terwijl we nu net zo massaal snoeihard tegen datzelfde geloof aantrappen?” Dat vraagt Mariska Orbán, journaliste en hoofdredacteur van het Katholiek Nieuwsblad, zich af in haar in 2011 verschenen boek “Blond, brutaal en bidden”. Orban, die regelmatig met de dood wordt bedreigd als de katholieke kerk weer eens ongunstig in het nieuws is, somt een aantal mogelijke oorzaken van kerkverlating op.
Zo noemt zij als factoren o.a. de dweperigheid, lichtgelovigheid en bijgelovigheid van kerkleden. Toch zinken die elementen in het niet bij de allerbelangrijkste oorzaak van allemaal: de verlichting. Deze krachtige stroming, die opkwam in de zeventiende eeuw, beschouwde het menselijke verstand als het enige middel om de waarheid te leren kennen. Als gevolg daarvan verloor de religie geleidelijk terrein in de ethiek, de politiek en de wetenschappen. Voortaan kon het menselijk verstand immers zelf wel bepalen wat goed en nuttig was, en wat niet. Daar had men geen Heilige Schrift of goddelijke openbaring voor nodig. De rol van de wetenschap nam daardoor toe. Sterker nog: zij werd in toenemende mate gezien als een tegenstrever van God, als het nieuwe Opperwezen dat de vorige godheid langzaam maar zeker verdrong.

Het socialisme en het liberalisme, allebei kinderen van de Verlichting, leggen grote nadruk op de waarde van het individu en op onderwijs als middel om het aardse geluk te bereiken. Want niet het eeuwige geluk in een leven over de drempel van dit bestaan, maar het aardse geluk in het hier en nu staat in de Verlichting centraal. De scheiding tussen kerk en staat is een gevolg van deze ontwikkeling. Een ander uitvloeisel hiervan is het ongelimiteerde vooruitgangsgeloof van de neo-liberalen en het socialistische geloof in ‘de maakbare samenleving’. 
Nu leiden de Verlichting en de uit haar ontstane stromingen niet altijd tot het bestrijden van religie. Bovendien hebben de kerken nog heel lang stand gehouden ondanks deze invloeden. De recente oorzaken van ontkerkelijking moeten dan ook ergens anders worden gezocht. Orbán kent de belangrijkste rol toe aan de ontzuiling, die eind jaren zestig begon. Steeds minder mensen wilden zich nog iets gelegen laten liggen aan traditionele verbanden zoals kerken en verenigingen met een confessionele kleur. Het verzet daartegen groeide. Het ‘gebrek aan verinnerlijking’ en de ‘te strakke interne discipline’ brachten volgens Orban deze ontwikkeling op gang.
Ik denk dat zij vooral met die twee elementen de kern heeft benoemd. Zo kwamen vanaf de zestiger jaren allerlei spirituele en New Age-achtige stromingen op. Een deel van de aanhang bestond aanvankelijk uit mensen die zich in de kerk niet thuis voelden omdat ze geen gehoor vonden voor hun opvattingen en ervaringen. Desondanks hebben de kerken een werkelijke dialoog met deze bewegingen heel lang uitgesteld. Toen men daar uiteindelijk toe overging - zo rond het jaar 2000 - was het al te laat. Zo was ik zelf een keer aanwezig bij een ontmoetingsdag tussen vertegenwoordigers van de PKN en leden van spirituele stichtingen. Uiteindelijk leverde dat, ondanks allerlei mooie praatjes, discussies en voordrachten helemaal niets op. Men eindigde dan ook in een sfeer van ‘agree tot disagree’. Zonder meer teleurstellend.

In diezelfde periode was ik als initiatiefnemer en bestuurslid betrokken bij de oprichting van verschillende spirituele stichtingen. De meeste stonden in het begin nog wel open voor het christendom en contracteerden voor hun avonden sprekers van authentiek-christelijke origine, maar geleidelijk dreven deze organisaties steeds meer weg naar de sfeer van esoterie en New Age. Dat kwam o.a. doordat de achterban steeds meer moeite begon te krijgen met sprekers die een authentiek-christelijk verhaal uitdroegen. De echte kern van New Age is namelijk behoorlijk ant-kerkelijk en anti-christelijk, hoewel ze Jezus niettemin als een ‘verlichte meester’ erkennen. Net als de hippiebeweging uit de zestiger en zeventiger jaren zijn deze mensen erg anti-autoritair en reageren ze vaak – terecht of onterecht – op christelijke sprekers alsof ze allemaal vertegenwoordigers zouden zijn van een streng, dogmatisch instituut dat hen wil voorschrijven wat ze wel en wat ze niet moeten geloven.
De weerzin tegen het christendom zit dus nogal diep, niet alleen bij mensen die vroeger ooit lid waren van een kerk, maar zelfs binnen een deel van de aanhang van New Age. Graag ga ik in het volgende deel in op de manieren waarop die weerzin en die intolerantie zich in de praktijk uiten. Als de oorzaken van de toenemende intolerantie bekend zijn, mag je er namelijk van uit gaan dat je er ook iets aan kunt doen.  Of is het misschien al te laat en is de kloof tussen christenen en de snel seculariserende wereld al te groot geworden?
- wordt vervolgd -

maandag 24 september 2012

Is er nog toekomst voor de religies?


 
De simplistische manier waarop veel journalisten tegenwoordig denken en spreken over religie is echt tenenkrullend. Zonder het openlijk te zeggen wordt maar al te vaak verondersteld dat gelovigen vertegenwoordigers zijn van een soort achtergebleven levensgolf, naïevelingen die kruisjes slaan als hun iets ergs overkomt, domkoppen die vast blijven houden aan goden die slechts de producten zijn van hun retrograde fantasiewereld. Een markant voorbeeld van dat type godsdiensthaters is Jeroen Pauw.  Kluun schreef in zijn in 2010 verschenen boekje "God is gek – de dictatuur van het atheïsme" ook al over de stupide manier waarop deze man tegen gelovigen aankijkt. Dat geldt ook voor veel van zijn collega’s. Hun hooghartige, zelfgenoegzame ontkenning van het bestaan van een geestelijke werkelijkheid staat in schril contrast met hun gebrekkige kennis van religies en buitenzintuiglijke verschijnselen.
Toch is nog steeds het grootste deel van de Nederlanders gelovig. Ongeveer veertig procent is lid van een kerk, bijna een kwart wordt gerekend tot de 'niet-kerkelijke spirituelen'.  Een wat kleiner gedeelte is agnost. Echte atheïsten zijn maar een kleine minderheid, namelijk 14%. De onderzoeken, die de afgelopen jaren zijn verricht naar de religiositeit van de Nederlandse bevolking, geven allemaal datzelfde beeld te zien.  Daarom vraag ik me af hoe het komt dat veel opinieleiders zo'n uitgesproken atheïstisch standpunt innemen. Ze vertegenwoordigen immers niet de overgrote meerderheid, die wel degelijk in een andere, geestelijke werkelijkheid gelooft – in welke vorm dan ook. Ik denk dat het komt doordat het onder linkse intelligentsia trendy is om zich uit alle macht af te zetten tegen alles wat naar autoriteit en verzuiling riekt – en de kerken worden bij uitstek als bolwerken van autoritarisme, dogmatisme en onderdrukking gezien.

Niettemin is het de vraag of religiositeit en kerkelijkheid zonder meer op één lijn mogen worden gesteld. De onderzoeken, die de afgelopen jaren hiernaar zijn verricht, geven duidelijk aan dat veel mensen zich van de kerk hebben afgekeerd, maar niet van spiritualiteit. New Age – een amalgaam van allerhande groepen en groepjes – is zo langzamerhand getalsmatig even groot geworden als de traditionele kerkgenootschappen, zo niet groter. Toch staat deze stroming niet sterk in zijn schoenen: het is een reus op lemen voeten.  New Age kenmerkt zich vooral door het vrijblijvende karakter ervan en door ‘reli-shopping’ – het bij elkaar scharrelen van ingrediënten uit allerhande, vaak met elkaar strijdige tradities. Het lijkt dan ook vooral een modeverschijnsel. De opkomst van het Nieuwe Tijdsdenken kan niet verhullen dat de ervaring van een andere, niet-ruimtelijke en niet-tijdelijke werkelijkheid langzaam aan het verdwijnen is. De spiegeltjes en kralen van New Age zijn een voorbijgaand en ook erg commercieel verschijnsel. Denk maar eens aan de vele parabeurzen, waar helderziende standwerkers, zolderkamerastrologen en Klazien-uit-Zalk-achtige types op een achternamiddag hun koopwaar aanbieden.
Betekent dat nu dat de toekomst voor de wereldgodsdiensten er somber uitziet? Gaan zij op den duur helemaal verdwijnen? Ik denk het niet. Als je kijkt naar de geschiedenis van de mensheid – vooral naar de grote lijnen ervan – lijkt het er meer op dat het atheïsme zijn beste tijd heeft gehad, vooral na de val van de Muur en het communisme, de meest atheïstische ideologie die de mensheid ooit heeft gekend.  Wie die grote lijnen in het oog houdt, ziet ook nog iets anders.    

Net als de laatste episoden van het Romeinse Rijk wordt ook onze tijd gekarakteriseerd door megalomane bouwwerken, sociale onrust, angst voor vreemdelingen en voortwoekerend ongeloof. Ik geloof dan ook dat onze beschaving-  of wat daarvoor doorgaat - het niet erg lang meer uit zal houden, in elk geval niet in de huidige vorm. Dat ook de religie zich zal vernieuwen, staat vast. Perioden van ongeloof hebben nooit zo heel erg lang geduurd. En mensen die het bestaan van een andere, geestelijke wereld hebben ontkend en er de spot mee dreven, waren er ook altijd al. Maar hun meningen waren nooit meer dan onbeduidend gekrabbel in de marge van de geschiedenis. Daar verandert geen breinbaas als Dick Swaab iets aan, noch een atheïstische curiekardinaal als Richard Dawkins.

De diepe, voortgaande impuls van de menselijke geschiedenis is spiritueel van karakter, omdat de mens een spiritueel wezen is. Religies zijn ontstaan doordat de mens een andere werkelijkheid ervoer en daar door rituelen en tradities vorm aan gaf. Die tradities raakten steeds meer versteend en verstard. Dat neemt niet weg dat religieuze ervaringen van alle tijden zijn. Altijd en overal hebben mensen dat andere bestaansniveau ervaren en er uitdrukking aan gegeven. Daarom zullen religies zich hooguit vernieuwen en van vorm veranderen als ze zich van hun verstarde rituelen en machtsstructuren hebben bevrijd. De geestelijke wereld, die aan de basis van de menselijke ervaring ligt, verandert zelf niet. Daarom geloof ik niet dat er ooit een eind komt aan de dominante kracht van religies – hoe men daar verder ook over mag denken.

woensdag 23 november 2011

Kenmerken van de atheïstische intolerantie



Een navigator is een mooi ding. De meeste mensen denken daarbij aan een klein, handig apparaatje dat hen de weg wijst als ze achter het stuur zitten. Reuze handig als je ergens naartoe moet waar je nooit eerder bent geweest en te lui bent om een kaart te lezen.
Toch kom je navigators niet alleen op de autoweg tegen. Er zijn ook tomtoms die je de weg wijzen op het internet. Eén zo’n exemplaar probeert me al maanden lang te coachen bij het schrijven van mijn artikelen over religie. Als ik rechtdoor wil door te beweren dat er een God bestaat, roept hij me toe: “Probeer om te keren, je zit op de verkeerde weg”. Een beetje vreemd is dat wel, want deze aanwijzingen komen ongevraagd. Toch trekt Tomtommetje zich daar niets van aan, want als ik dan tóch door blijf rijden, verklaart hij me voor dom en onwetenschappelijk. Goeiemorgen, daar heb ik niet van terug. Wat blieft, meneer Tomtom? 

Atheïstische haatbloggers en anti-religieuze stalkers. Tegenwoordig zitten er op elke website en elk forum wel een paar. Tomtom is er één van. Onder allerlei schuilnamen posten ze hun eindeloze riedels zodra een gelovige het durft te wagen om te verklaren dat hij of zij in God gelooft. Al gauw worden de middeleeuwen, heksenvervolgingen, kruistochten en inquisitie in stelling gebracht. Het christendom was immers gewelddadig en extreem intolerant. Dat wordt me dan in het gezicht geslingerd alsof dat totaal nieuw voor mij is. Ga ik dan nog niet door de bocht, dan wordt een andere troef in stelling gebracht: het geloof is onwetenschappelijk. De wetenschap zou immers hebben aangetoond dat er geen God bestaat. Alsof men dat proefondervindelijk in een laboratorium heeft vastgesteld. In werkelijkheid kunnen geleerden die vraag helemaal niet beantwoorden. Echte wetenschappers stellen de Godsvraag immers niet: ze zijn agnost.

Maar het kan nog veel gekker. Zo werd mij een paar weken geleden op een forum voor vijftigplussers verweten dat een Europese organisatie, waar ik nog nooit van had gehoord, had vastgesteld dat religieus fundamentalisme een uiting is van een neurologische afwijking. En omdat ik voorzichtig de vraag had opgeworpen of de natuurwetten, de oerknal en de evolutie misschien wezen op het bestaan van een schepper, was ik automatisch een fundamentalist waartegen met harde hand moest worden opgetreden. Ook werd ik in dat verband een creationist genoemd. Dat is nog veel erger, want een creationist gelooft dat de wereld letterlijk in zeven dagen geschapen is. Alsof God de wereld in een paar dagen heeft gesmurft. Nu acht ik Hem tot veel in staat, maar ik geloof niet dat Hij zó veel haast heeft gehad. Het kan ook wel wat kalmer aan. Wat dacht je van zo’n 18 miljard jaar? Lijkt me ruim voldoende.  Alles op zijn tijd, nietwaar.

Voor atheïsten zijn alle gelovigen kerklid, het liefst natuurlijk van een zwarte kousenkerk. Zulke mensen zijn makkelijk te bestrijden. Je legt dan de letterlijke tekst van de bijbel naast het evangelie van de oerknaltheorie, en klaar is Kees. Dat is makkelijk scoren. Toch is maar een paar procent van de Nederlandse bevolking creationist. Het overgrote deel van de christenen combineert het geloof met de wetenschap. Geloof en evolutie bijten elkaar immers niet. Het Vaticaan heeft een eigen sterrenwacht en ook christelijke geleerden houden zich met astronomie bezig.

Wat mij nog het meest stoort is het gigantische pars pro toto-denken van de meeste atheïstische bloggers. Eén of twee facetten van het christendom worden eruit gelicht en als de hele christelijke traditie voorgesteld. Het gaat dan altijd om uitwassen zoals de kruistochten en andere uitingen van geweld en onverdraagzaamheid. De conclusie is dan ook simpel: religies zijn onverdraagzaam, want ze zetten aan tot haat en geweld. Om die reden zouden uitingen van religie uit het openbare leven moeten worden gebannen.

Wat men daarbij vergeet zijn centrale christelijke waarden als solidariteit, het opkomen voor armen en mensen die worden vervolgd vanwege hun overtuiging. Vanuit het geloof dat er een God bestaat die wil dat mensen solidair zijn met elkaar zijn er ook altijd personen en organisaties geweest die opkwamen voor de rechten van minderheden. Sommigen hebben dat met de dood moeten bekopen. Dat gebeurt ook nu nog. De zorg voor zieken en gehandicapten is voortgekomen uit de middeleeuwse kerken en kloosters. En hoeveel dingen er in de traditie ook zijn misgegaan, deze centrale waarden zijn recht overeind gebleven, dwars tegen alle individualistische en egocentrische tendensen van deze tijd in. 
Ik vraag me wel eens af hoe lang het nog duurt voordat het ook tot links Nederland is doorgedrongen dat het christendom méér is dan een synoniem voor onverdraagzaamheid en grenzeloze naïviteit. Het christendom is allereerst een ethische religie. Ik vind het daarom ontzettend jammer dat bij alle opwinding over donkere aspecten van kerk en religie dit centrale, bindende element over het hoofd wordt gezien. Juist door linkse mensen die de mond vol hebben over solidariteit en het opkomen voor onderdrukte groepen.

Ik denk dan ook dat het tijd wordt dat links Nederland, naast de terechte aandacht die er is voor uitwassen, ook oog begint te krijgen voor de essentie van het christendom. Die essentie is m.i. de ethiek die uitgaat van zorg voor de medemens en voor de aarde als geheel. De overeenkomsten zijn immers veel groter dan de verschillen. Zodra atheïsten, die men meestal bij links aantreft, oog beginnen te krijgen voor die aspecten van het christendom, en christenen hun eigen waarden herkennen in de linkse politiek, zullen zinloze discussies tussen christenen en atheïsten langzaam maar zeker verstommen.

dinsdag 6 september 2011

Waar intolerantie begint, eindigt onze vrijheid


In zijn Trouwcolumn van 23 april schreef James Kennedy, hoogleraar geschiedenis van de UvA, dat er in Nederland een ‘zelfvoldane seculiere meerderheid is’ die de ruimte voor religieuze instellingen steeds verder in wil perken. Als voorbeeld daarvan noemde hij een toespraak van een Nederlandse hoogleraar die zelfvoldaan constateerde dat er in Nederland geen christelijke universitaire instellingen meer bestaan. Dat stelde hij met zoveel aplomb dat het geen zin had om hem tegen te spreken.

Kennedy wijt deze intolerantie aan het feit dat Nederland in hoog tempo is ontkerkelijkt. Wie vroeger bij een kerk hoorde, deed vaak alsof ongelovigen en atheïsten tot een minderwaardige mensensoort behoorden. Zelfgenoegzaam wentelde men zich in het Eigen Grote Gelijk. Goddelozen, die konden zich maar beter koest houden. Deden ze dat niet, dan zou God Zelf wel met hen afrekenen, dat kwam piekfijn in orde.

Volgens Kennedy hebben de meeste mensen het kerkelijk geloof losgelaten, maar niet de zelfvoldaanheid waarmee ze vroeger geloofden. De steeds luider wordende roep om ‘nu eens op te houden met dat religieuze gedoe’ is daar een sprekend voorbeeld van. Hij pleit daarom voor een cultuur waarin mensen elkaar de ruimte gunnen om er religieuze minderheidsstandpunten op na te houden. Anders wordt de vrijheid van meningsuiting aangetast.
In de commentaren op die column werd erop gewezen dat die seculiere meerderheid helemaal niet bestaat. Maar 14% van de Nederlandse bevolking is atheïst. Zij weten zeker dat er geen God of hogere macht bestaat. Ook wees men erop dat Kennedy kennelijk vergeet dat er ook veel buitenkerkelijke gelovigen zijn. Die kritiek is terecht. Maar hoe komt het toch dat je soms de indruk krijgt dat atheïsten in de meerderheid zijn? Waar komt dat optische bedrog vandaan?  

Ik denk dat dat laatste wel te verklaren is. Binnen linkse en centrum-linkse partijen kom je nogal wat weerstand tegen religies tegen. Geen wonder als je bedenkt dat binnen het socialisme het christendom werd gezien als de natuurlijke bondgenoot van het kapitalisme. Het christendom, dat was de manier bij uitstek om het arbeidersvolk dom en gedwee te houden. Het was kortom een handig hulpmiddel voor de winstmaximalisatie. Makkelijker konden ze het niet maken.
Hoewel er vast elementen van waarheid in hebben gezeten, lijkt me dat argument in deze sterk geseculariseerde wereld niet meer geldig. Religie en bedrijfsleven gaan al lang niet meer hand in hand. Toch zijn de klanken van die socialistische bazuin in al die tijd niet verstomd. Religie zou mensen alleen maar dom houden, daar word je niet wijzer van. Maar omdat een mens het kennelijk toch niet helemaal zonder een richtsnoer of oriëntatiepunt in zijn leven kan stellen heeft men er nu iets anders op gevonden. En met dezelfde gretigheid waarmee men vroeger de religie omarmde, klinkt nu overal het bazuingeschal dat de wetenschap het verlossende antwoord kan geven op al uw vragen.

Dat laatste is natuurlijk onzinnig. Wie zijn wereldbeeld op de wetenschap baseert, bouwt op glad ijs. De wetenschappelijke wereld staat bol van paradigma’s - aannames die niet of nauwelijks ter discussie worden gesteld. Een vorm van geloof, mag je wel zeggen. De heftigheid waarmee bestaande paradigma’s soms worden aangevallen en de felheid waarmee die kritiek wordt gepareerd geven aan dat hier méér aan de hand is dan een discussie tussen broodnuchtere geleerden die waarheid van waan proberen te onderscheiden. In psychologische zin lijken dit meer geloofsvragen die op een concilie worden uitgevochten.

Ik denk dat de felheid waarmee gelovigen en atheïsten elkaar digitaal te lijf gaan dezelfde oorzaak heeft. Het gaat hier nl. om de manier waarop je de werkelijkheid fundamenteel benadert. En omdat religie binnen linkse partijen traditioneel als een soort vijandige ideologie werd gezien, komt de meeste weerstand tegen religie – en ook de meeste intolerantie – voor bij linkse intellectuelen. De atheïstische haatbloggers zijn daarvan de exponenten. Overal kom je ze tegen. In discussies zijn ze niet geïnteresseerd. Het enige wat ze naar voren brengen is het standpunt dat religie meer kwaad heeft gedaan dan goed. Het moet daarom afgelopen zijn met religie in het publieke domein. Uit naam van de vrijheid willen ze anderen het woord ontnemen.
Voor mijn gevoel hebben zulke mensen dezelfde instelling als de groepen die moslims het zwijgen willen opleggen. Ook dat gebeurt uit naam van de vrijheid. Maar wat zegt een woord als vrijheid nog als het wordt gebruikt om andere monddood te maken? Heeft niet iedereen het recht om zich te uiten, welk geloof, politieke visie of levensbeschouwing men ook aanhangt? Als we dergelijke mensen de kans geven om anderen de mond te snoeren zetten we een streep onder de Nederlandse traditie van tolerantie en geloofsvrijheid. En ik ben bang dat we dat punt dicht genaderd zijn. Nederland is hard op weg een heel intolerant en navelstaarderig landje te worden. Ik kan Kennedy dan ook alleen maar gelijk geven. De grenzen van de vrijheid in ons ooit zo tolerante landje zijn zo langzamerhand bereikt.

maandag 8 november 2010

Mythen over christelijk Nederland

Eén van de meest wrange aspecten van de discussies die tegenwoordig worden gevoerd tussen christenen en atheïsten is de enorme verharding die over en weer optreedt. Zo krijg je als christen soms de indruk dat je persoonlijk verantwoordelijk wordt gesteld voor middeleeuwse brandstapels, de kruistochten en de inquisitie, terwijl atheïsten van de weeromstuit moeten vrezen dat Mao en Stalin tegen hen in stelling worden gebracht. Het zijn immers voorbeelden van de verschrikkingen waartoe een goddeloze visie leiden kan. De wederzijdse stellingen zijn meestal even zwart-wit als een schaakbord, van nuances en subtiliteiten is vaak totaal geen sprake.

Krasse voorbeelden van het gepolariseerde denken van atheïsten over christelijke Nederlanders kwam ik een paar maanden geleden op het internet tegen. Die voorbeelden staan niet alleen. Er zijn nl. atheïsten die rustig durven beweren dat een niet onaanzienlijk deel van de Nederlandse bevolking tenminste eenmaal per zondag naar de kerk gaat en gelooft dat de wereld letterlijk in zeven dagen geschapen is. Volgens deze criticasters zouden veel kerkgangers even extreem en onverdraagzaam zijn als de radicale groeperingen binnen de Islam. Het is natuurlijk een koud kunstje om mensen, die zó zijn neergezet, vervolgens alle hoeken van het internet te laten zien. Als je dán nog niet scoren kunt... Maar wat is er van deze verhalen waar?

Tal van rapporten tonen aan dat deze atheïsten een karikaturaal beeld hanteren van christenen. Sterker nog: het is zelfs nog niet eens representatief voor de kerkelijke verhoudingen uit de vijftiger jaren. Uit het CBS-rapport van 2008 over "Religie aan het begin van de 21-ste eeuw", waarvoor meer dan duizend mensen zijn geïnterviewd, blijkt dat op dat moment maar 11 % van de Nederlanders elke zondag de kerk bezocht. Dat percentage daalt elk jaar nog verder. Als we rekening houden met deze snelle daling bedraagt dat percentage nu waarschijnlijk nog geen 10%. Het gaat dus maar om een kleine minderheid.

Extreem-fundamentalistische, Amish-achtige toestanden in strenge kerkgenootschappen zijn volstrekt niet representatief voor Nederlandse gelovigen. Dat geldt ook voor de directe koppeling die vaak door atheïsten wordt gelegd tussen het geloof en een letterlijke bijbelinterpretatie. De aanhang van de SGP en de kerkgenootschappen die daaraan geliëerd zijn, bedraagt nog geen drie procent.

Nog erger wordt het als op grond van deze karikatuur wordt geconcludeerd dat deze mensen achterlijk zouden zijn en dat anderen, die hun denkbeelden niet onderschrijven, er volgens hen niet toe zouden doen.
In werkelijkheid is Nederland een pluriforme samenleving, waarin van oudsher geen enkele kerk een aanhang heeft onder de meerderheid van de bevolking. Tussen die christenen was bovendien altijd onderlinge rivaliteit. Zo mochten de Doopsgezinden bv. wel kerken bouwen, maar deze mochten niet opvallen om geen aanstoot te geven. Katholieken hadden het moeilijker, want zij werden eeuwen lang als tweederangsburgers behandeld, net als veel andere religieuze minderheden. Die verdeeldheid is er trouwens ook binnen de moslimgemeenschap in landen waarin de meerderheid van de bevolking de Islam aanhangt. De islam is niet één geheel zoals vaak wordt gedacht, maar is in de praktijk veel pluriformer.

Een andere realiteit is, dat de ruimte die christenen innemen in de media in hoog tempo kleiner wordt. Dat gebeurt vooral door de toenemende druk vanuit de atheïstische hoek. Hoewel minder dan 20% van de Nederlandse bevolking helemaal nergens in gelooft, krijg je in de media de indruk dat ze minstens 90% van de bevolking uitmaken. De oorzaak is vooral dat de religiositeit onder journalisten en intellectuelen een stuk kleiner is dan onder de hele bevolking. De schrijver Kluun geeft daar in zijn boekje "God is gek" een paar fraaie voorbeelden van.

Zijn die christenen en kerkelijk betrokken Nederlanders nu werkelijk zo onverdraagzaam t.o.v. andere groepen als vanuit atheïstische hoek af en toe wordt beweerd? Zulke clubjes heb je wel degelijk. Maar er kan niet gezegd worden dat het juist deze groepen zijn die zo'n felle afkeer hebben van moslims. De meeste moslimhaters kom je immers tegen in PVV-kringen. Logisch. Maar de onkerkelijkheid en het gebrek aan religiositeit is nergens groter dan juist onder PVV-ers. In onderzoeken naar religiositeit valt deze groep samen met de 'niet kerkelijk gebonden niet-religieuzen'. Met deze term doelt men op mensen die geen lid zijn van een kerk en ook niet op een andere manier religieus zijn. Een duidelijk bewijs hiervoor is het feit dat verschillende ideologen van deze partij tot de meest fervente atheïsten behoren die Nederland telt. Het plan van Wilders om artikel 1 van de grondwet te schrappen en te vervangen door de bepaling dat Nederland een christelijk-humantische cultuur heeft, die gerespecteerd moet worden, is vooral bedoeld om moslims de pas af te snijden.

Vanuit de kerken zijn altijd initiatieven voortgekomen om bv. uitgeprocedeerde asielzoekers (ook moslims) aan onderdak te helpen. Je kunt deze Nederlandse situatie vergelijken met de progressieve opstelling van de Evangelische Kirche in Duitsland. In dat verband kun je bv. ook denken aan een initiatief als bv. http://www.bijbelenkoran.nl/ Dat is een initiatief van de IKON en de Wereldomroep. Het is bedoeld om meer begrip te kweken tussen moslims en christenen. Daar ben ik dan ook heel erg blij mee! Het zou goed zijn als méér christenen zouden weten dat de Bijbel en de Koran voor een groot deel dezelfde tradities in hun heilige boeken hebben verwerkt.
Dat onverdraagzaamheid t.o.v. moslims en andere religies vooral te vinden zou zijn onder christenen vind ik dan ook nogal tendentieus. Feiten en argumenten spreken een andere taal.

Het CBS-rapport over religie in Nederland is te downloaden op: http://zembla.vara.nl/fileadmin/uploads/VARA/be_users/documents/tv/pip/zembla/2010/Wilders/Religie_21e_eeuw_CBS.pdf

woensdag 20 oktober 2010

Mission impossible voor de atheïstische zending

Wie tegenwoordig openlijk voor zijn geloof uitkomt, wordt al snel voor 'gestoord', 'achterlijk' of op zijn best voor 'niet meer bij de tijd' uitgemaakt. Er is een sterke atheïstische tendens merkbaar. Die zie je niet alleen in het alledaagse leven, die zie je ook op het internet. Gelovigen vormen binnen deze visie een soort achtergebleven levensgolf, de Neanderthalers van de 21e eeuw die de grotten van hun irrationale manier van denken verkiezen boven het heldere licht van de rede.

Toch is dat een optisch overwicht: in werkelijkheid is er maar een héél kleine minderheid - niet meer dan 14% - van de Nederlanders die helemaal niets gelooft. Te oordelen naar hun volume op het internet zou je bijna geneigd zijn te denken dat de verhoudingen precies andersom liggen. Niets is echter minder waar.

Een paar maanden geleden keek ik naar een programma waarin Richard Dawkins, de patroonheilige van de congregatie der atheïsten, zich uit de naad werkte om aan te tonen dat christenen onwetenschappelijk en onredelijk zouden zijn.
Zo beschreef hij, staande tussen een menigte gelovigen in Lourdes, de bedevaartgangers zoals een bioloog een bavianenkolonie op Madagascar zou beschrijven. Mariabeeldjes, daar krijgt deze botte Brit spontaan bijtneigingen van. Later zag je hem in gesprek met een predikant uit de V.S. Hatelijk was zijn opmerking aan het adres van die dominee, waarin hij de manier waarop deze de gemeente toesprak vergeleek met de toespraken van de Nazi-ideoloog Joseph Goebbels. Op zulke momenten verstrakte zijn gezicht en kon je de haat er wel van af scheppen.

Het is niet alleen het fanatisme wat me bij mensen als Dawkins opvalt. Wat ik namelijk steeds mis in de opvattingen van atheïsten is de erkenning dat hun standpunt in feite ook een geloof is, een aanname die ze niet rationeel kunnen beargumenteren.
Zo geloven ze dat het menselijk bestaan met de dood ophoudt, hoewel inmiddels al door Pim van Lommel en andere medici is aangetoond dat het bewustzijn ook onafhankelijk van de hersenen kan functioneren. Andere verklaringen voor BDE's zoals 'zuurstoftekort', 'vergiftiging', 'hallucinaties' e.d. zijn al lang ontkracht door mensen als Michael Sabom. Toch wordt op alle mogelijke manieren geprobeerd de onderzoeksresultaten van Van Lommel onderuit te halen. Dat gaat zelfs zó ver dat men hem op de persoon gaat aanvallen. Toen ik vorig jaar februari bij een lezing van hem was, hoorde ik hem daar krasse staaltjes over vertellen. Sommige atheïsten gaan blijkbaar tot elke lengte om een theorie, die hen onwelgevallig is, te ontkrachten.
Voor een deel hangt dat ook samen met het conservatisme van veel wetenschappers. Het was niemand minder dan de natuurkundige en Nobelprijswinnaar Max Planck die stelde dat een wetenschappelijke theorie pas uitsterft als de laatste wetenschapper, die hem aanhangt, onder de groene zoden ligt.

Dawkins en consorten hebben de ijdele hoop dat ze het geloof kunnen overwinnen met de rede. Dat zal hen nooit lukken. In de eerste plaats niet omdat hun eigen positie ook niet 'redelijk' is. Verder is in de hele geschiedenis van de mensheid nooit meer dan een kleine minderheid werkelijk ongelovig geweest. Belangrijker nog is het feit dat de mens van nature voelt dat z'n bestaan niet eindigt met de dood. Tekenend daarvoor zijn de BDE's van fervente atheïsten: ook zij zien tijdens een BDE een geestelijke wereld, komen overleden familieleden en vrienden tegen en ontmoeten een opperwezen, in welke gedaante dan ook.

Ik denk dat het atheïstische geloof dat het heelal spontaan uit het niets tevoorschijn is geplopt, de hele wereld van 'toevalligheden' aan elkaar hangt en ons bestaan met de dood ophoudt, zijn langste tijd heeft gehad. De meest vooruitstrevende takken van wetenschap ontdekken tegenwoordig immers dingen die meer traditionele opvattingen aan het wankelen brengen. De kwantummechanica is daar een mooi voorbeeld van. Het onderzoek naar BDE's is een ander voorbeeld dat laat zien dat allerlei gevestigde ideeën toch niet zo zeker zijn als men lang had gedacht.

Tekenend voor het religieuze karakter van het atheïsme à la Dawkins is zijn geloof in de evolutietheorie. Men heeft nog nooit een echte missing link tussen twee diersoorten gevonden. Dat weerhoudt deze zuilenheilige van de atheïsten er echter niet van om heilig in de evolutietheorie te blijven geloven.
In dit verband is het aardig om te vermelden dat zelfs een atheïst als de geoloog Salomon Kroonenberg in zijn boek "De menselijke maat - de aarde over tienduizend jaar" met stelligheid beweert dat de evolutietheorie volstrekt onbewezen is; de tussenschakels zijn immers nooit gevonden.

Dawkins' geloof dat de ontwikkeling van planten- en diersoorten op aarde volgens de principes van de evolutietheorie verloopt, lijkt me even hardnekkig als het geloof van fundamentalistische christenen dat de wereld letterlijk in zeven dagen zou zijn geschapen. Beide groepen zijn behoorlijk irrationeel. Ze geloven immers in dingen die op alle mogelijke manieren kunnen worden weerlegd. Ik denk daarom dat het geloof van de toekomst er één zal zijn waarin hoofd en hart, gevoel en verstand, samengaan. Wat men als waarheid aanvoelt, moet ook door het verstand beredeneerd en geaccepteerd kunnen worden, en omgekeerd moet datgene, wat men kan beredeneren, ook overeenkomen met het gevoel. Een geloof waarin één van beide polen ontbreekt, zal dan ook langzaam uitsterven. Het geleidelijke verdwijnen van de meeste kerken en de opkomst van nieuwe religieuze bewegingen laat duidelijk zien dat deze trend onomkeerbaar is.