Het eiland Skye, landschap met eindeloos mooie vergezichten
Gisteren voeren we met een rondvaartboot over het meer van Loch Ness. Aan boord waren veel Japanners en Amerikanen. Die Amerikanen hoor je overal boven uit, alsof ze pas de wereld veroverd hebben. Ik voelde er weinig voor om hen van dat tragische misverstand af te helpen; het werd dus een kalm en ontspannen tochtje, dat nogal obligaat begon met een informatief praatje uit de speakers van het schip. Zo leerden we dat het water van Loch Ness een gemiddelde temperatuur heeft van 5 graden Celsius en dat de flora en fauna hier sinds het einde van de laatste IJstijd niet meer is veranderd. Doordat het gebied heel erg afgelegen ligt heeft ook de Keltische taal - hier meestal het Gaelic genoemd, er zijn ook radiozenders die volledig in het Gaelic uitzenden - zich hier kunnen handhaven.
De Engelsen zijn hier niet erg populair, maar dat zal niemand verbazen die de geschiedenis van Schotland ook maar benadering kent. Zo zijn de Schotse hooglanders een paar eeuwen geleden door het Engelse bestuur gedwongen om de 'highlands' te verlaten en hun intrek te nemen in dorpen en steden in het laangland. Veel Schotten zijn in die periode - de 18e en 19e eeuw - geëmigreerd naar Australië, Canada en de V.S. omdat ze hier geen bestaansmogelijkheden meer hadden. Je ziet in deze omgeving dan ook veel verlaten, vaak half ingestorte huizen waarvan de bewoners naar verre kusten zijn vertrokken. Dat heeft de haat tegen de Britten behoorlijk aangewakkerd. De Engelse garnizoenen die in Schotland gelegerd waren, werden vaak aangevallen door highlanders die het Engelse bestuur wilden verdrijven; ze streden voor volledige onafhankelijkheid van de gehate Britten.
Fort Augustus was ook af en toe het doelwit van deze overvallen. Eén keer werd het munitiedepôt van Fort Augustus door Schotse vrijheidsstrijders opgeblazen, waarbij alle munitie de lucht in ging. Het moet een explosie zijn geweest waarbij vergeleken de vuurwerkramp in Enschede maar kinderspel was. In paniek zijn de 300 Engelse roodjassen, die hier gelegerd waren, de bergen in gevlucht. Te oordelen naar het enthousiasme waarmee de kapitein dit verhaal vertelde had hij graag aan dat avontuur meegedaan.
Even later voeren we langs een grot waar een beroemde Schotse vrijheidsstrijder zich maanden lang voor de Engelse troepen had schuilgehouden. Nadat zijn clan door het Britse bestuur was aangevallen en gedecimeerd, had hij geprobeerd de Engelse gouverneur te vermoorden. Zijn schot miste deze man op een haar, waarna hij de bergen was ingevlucht. Hij kende de omgeving zó goed dat het Engelse leger hem nooit heeft kunnen opsporen. Ook dit verhaal werd met de nodige heroïek verteld. Je krijgt hier dan ook regelmatig de indruk dat men het liefst vandaag nog de Schotse onafhankelijkheud zou willen uitroepen.
Vandaag zijn we naar "The Isle of Skye" gereden. Strikt genomen is dat een eiland van de Binnen-Hebriden, de rij eilanden die het dichtst voor de Schotse westkust ligt. Met een lange brug is het met het vasteland verbonden. Na zo'n 15 km. zijn we van de doorgaande weg afgeweken, in de richting van het pittoreske plaatsje Elgol. Over een weg die nauwelijks breder was dan een flink fietspad en bovendien heel erg bochtig, bereikten we een half uur later Elgol. Een havenplaatsje kun je het nauwelijks noemen. Er liggen een paar vissersboten voor de kade. Bovendien meren er af en toe een paar rondvaartboten aan. Omdat het laatste gedeelte van de rit naar Elgol voert over een traject met een hellingspercentage van 25 hebben we dat maar gelopen.
De vergezichten zijn er zonder meer adembenemend. Een lange rij van kleine en grote rotsachtige eilanden slingert zich van de haven van Elgol naar de Atlantische Oceaan. Bergen van ongeveer een kilometer hoogte zie je rondom; de verste toppen zijn in een blauwachtige waas gehuld. Het water is er aan de rotskust bauwachtig groen. We hebben daarom een hele serie foto's genomen. Als we terug zijn van vakantie - komende vrijdag - zal ik een aantal foto's plaatsen die we vandaag op Skye hebben genomen.
