Posts tonen met het label geloof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geloof. Alle posts tonen

zondag 16 december 2012

De oorzaken van de toenemende intolerantie t.a.v. religies (2)

 

DE BOTSING TUSSEN TWEE WERELDBEELDEN
In de zestiger jaren begonnen mensen massaal de kerken te verlaten. Allerlei nieuwe vormen van religiositeit kwamen op, vooral door een steeds sterker wordende hang om de eigen spirituele ervaring centraal te stellen. De kerken speelden daar nauwelijks op in. Men dacht dat de storm na verloop van tijd wel weer zou gaan liggen. Zeker: er traden af en toe popgroepjes op in de kerk. Er werden beatmissen gehouden. Ook ging men experimenteren met eredienst en liturgie. Maar inhoudelijk was er weinig echte ruimte om te luisteren naar de verhalen van mensen die geïnteresseerd waren in oosterse religie of bijzondere ervaringen hadden waar ze over wilden praten. Door dat benauwende, afgesloten karakter van de kerken zegden steeds meer – vooral jonge - mensen hun lidmaatschap op. Het gevolg daarvan was dat de kerkbankjes steeds meer werden bevolkt door geronten. Voortaan moesten dominees vooral preken voor een rollatorbrigade die door natuurlijk verloop steeds meer uitdunde. Voor sommige predikanten werd het zelfs heel gewoon dat ze een groot deel van hun tijd moesten besteden aan het voorbereiden en leiden van begrafenissen.

Die starheid heeft men heel lang volgehouden. Zo maakte ik het zo’n twintig jaar geleden nog mee dat een Nederlands-Hervormde predikant mij tijdens een groot huisbezoek duidelijk maakte dat Allah toch echt niet dezelfde was als de God van de Bijbel; als ik daar wel van overtuigd was, dan had ik er weinig van begrepen. Ik kan me nog herinneren hoe diep teleurgesteld ik was omdat deze man zo’n beperkt Godsbegrip had en dat ook nog in zijn gemeente uitdroeg.
Nog veel erger werd het toen de kerken de subsidie introkken van het studentenpastoraat waarvoor ik twintig uur per week in touw was: we waren te links en hielden ons te veel met politiek bezig. Weg met die linkse dramkonten: game over! Voor mij was dat de reden om mijn lidmaatschap van de kerk op te zeggen.

Nu staat de ontkerkelijking niet op zichzelf. In een breder verband is er, vooral door de invloed van de medische en de natuurwetenschappen, een sterke tendens voelbaar om alles, wat niet concreet en tastbaar is, te ridiculiseren. Samengevat luidt die grondhouding: “Er is alleen materie, de geest bestaat niet”. Zo zou ons bewustzijn niet meer zijn dan het product van de chemische en elektrische processen die zich in onze hersenpan afspelen. Voor zoiets zweverigs als een ‘geest’, die ook onafhankelijk van de hersenen kan bestaan, is binnen zo’n visie geen plaats. In feite is dat een reductionistische opvatting van wetenschap, een bewustzijnsvernauwing t.o.v. een benadering waarbij men open staat voor zaken als metafysica, parapsychologie en theologie.

In de media zien we dat bij de soms verhitte discussies die worden gevoerd tussen aanhangers van Pim van Lommel en Dick Swaab over de interpretatie van bijna-doodervaringen. Maar ook de druk, die vanuit de reguliere medische hoek wordt uitgeoefend om alternatieve geneesmiddelen te verbieden, is een voorbeeld van het mentale gevecht dat op allerlei fronten woedt. Inzet is daarbij de vraag welke visie prevaleert: een strikt materiële, die elke aanspraak op niet-fysieke bestaansniveaus uitsluit, of een alternatieve en spirituele, die van meer werkelijkheidsniveaus uit gaat.

Voor mijn gevoel is dit de kern van de zaak: er is een botsing gaande tussen twee wereldbeelden, twee manieren om naar de werkelijkheid te kijken en twee opvattingen over wat wetenschap is of hoort te zijn. Daar horen allerlei normen en waarden bij die met elkaar ‘vloeken’. En waar twee wereldbeelden frontaal op elkaar botsen, probeert vaak de ene visie de andere te verdringen. De toenemende intolerantie t.a.v. religie is daarvan één van de gevolgen.    
 
HOE ZIET DIE INTOLERANTIE ER UIT?
Wat ik vaak merk, is dat niet-gelovigen – al of niet atheïst – zich storen aan het feit dat er voor gelovigen een andere werkelijkheid bestaat, een geestelijke dimensie, die voor buitenstaanders volkomen ongrijpbaar is. Voor iemand die seculier denkt, bestaat die geestelijke wereld helemaal niet. Volgens de atheïstische visie is er immers alleen maar materie. De geest is voor zo iemand een relict uit een primitief verleden, een sta-in-de-weg om geestelijk ‘verlicht’ te raken, een duister spook uit een vorige ontwikkelingsfase. Termen als ‘zweverig’ en ‘occult’ worden daarom vaak gebruikt om de religieuze manier van denken aan te duiden. Wie zich desondanks van religieuze taal bedient, zou zich schuldig maken aan ‘zendingsdrang’. Logisch, want het wereldbeeld van de gelovige staat haaks op dat van iemand die alleen maar gelooft in het bestaan van een concrete, fysieke wereld.


In de politiek vertaalt die afkeer van religie zich als pogingen van vooral linkse partijen (maar ook de VVD) om ritueel slachten, weigerambtenaren en de kleine levensbeschouwelijke omroepen aan te pakken. Dit noemt men ook wel de ‘tirannie van de seculiere meerderheid’ – hoewel die meerderheid in feite helemaal niet bestaat, want slechts 1/7 deel van de Nederlandse bevolking is atheïst. Het probleem is alleen dat het geloof voor steeds minder mensen een doorslaggevende rol speelt bij hun stemgedrag. Seculiere standpunten worden daardoor steeds vaker in wetten vastgelegd – tot afgrijzen van gelovigen, hun vertegenwoordigers en organisaties.

Je kunt je afvragen hoe dit verder zal gaan, zeker nu steeds meer mensen moeite hebben om rond te komen en de samenleving steeds ingewikkelder wordt. Neemt het belang van religie af, of zal ze zich vernieuwen, tegen alle verdrukking in? Graag probeer ik in het derde en laatste deel iets te zeggen over de toekomst van de religies.



maandag 31 oktober 2011

Beweringen oktober 2011

Geloof is gevoel, ervaring, mystiek. Het dorre verstand kan die drie invalshoeken nooit vervangen, hooguit ondersteunen. Waar de kille ratio het geloof domineert, wordt het al gauw dogmatisch en tiranniek.

De ontdekking dat een neutrino veel sneller kan reizen dan het licht, wat in strijd is met de relativiteitstheorieën van Einstein, toont aan dat onze ideeën van de werkelijkheid vaak denkbeeldig zijn. De mens is een wezen dat steeds een kooi creëert van denkbeeldige grenzen, waar hij zich later met veel pijn en moeite uit moet bevrijden.

Vrijheid van meningsuiting is echt iets anders dan de vrijheid om anderen ongelimiteerd uit te schelden, hun reputatie te beschadigen en hen digitaal te pesten. Veel sites zouden er een stuk toonbaarder uitzien als internetters een minimale vorm van respect voor elkaar zouden opbrengen en ook zouden proberen naar elkaar te luisteren zonder meteen giftig uit te halen.


Er zijn mensen die bij conflicten allerlei vertrouwelijke zaken uit rancune doorkletsen aan anderen. Uiteraard wordt dat met allerlei drogredenen goedgepraat. Wie zó weinig respect aan de dag legt voor de privacy van anderen verdient het niet om ooit nog in vertrouwen te worden genomen.


Zoals sommige mensen 'sproeien' als ze praten, zo bestoken sommige bloggers anderen voortdurend met hun smalende, laatdunkende en besmuikte opmerkingen. Ondanks al deze activiteit naar buiten is hun geschrijf vooral bedoeld om hun innerlijk evenwicht te bewaren. Doen ze dat nl. niet, dan gaan ze mataklap.

De aanslagen van elf september waren verschrikkelijk. Maar daardoor is de wereld niet veranderd. De wereld is veranderd door de onverantwoorde en bloedagressieve manier waarop George W. Bush erop heeft gereageerd met zijn stompzinnige 'War on Terrorism'.

dinsdag 6 september 2011

Waar intolerantie begint, eindigt onze vrijheid


In zijn Trouwcolumn van 23 april schreef James Kennedy, hoogleraar geschiedenis van de UvA, dat er in Nederland een ‘zelfvoldane seculiere meerderheid is’ die de ruimte voor religieuze instellingen steeds verder in wil perken. Als voorbeeld daarvan noemde hij een toespraak van een Nederlandse hoogleraar die zelfvoldaan constateerde dat er in Nederland geen christelijke universitaire instellingen meer bestaan. Dat stelde hij met zoveel aplomb dat het geen zin had om hem tegen te spreken.

Kennedy wijt deze intolerantie aan het feit dat Nederland in hoog tempo is ontkerkelijkt. Wie vroeger bij een kerk hoorde, deed vaak alsof ongelovigen en atheïsten tot een minderwaardige mensensoort behoorden. Zelfgenoegzaam wentelde men zich in het Eigen Grote Gelijk. Goddelozen, die konden zich maar beter koest houden. Deden ze dat niet, dan zou God Zelf wel met hen afrekenen, dat kwam piekfijn in orde.

Volgens Kennedy hebben de meeste mensen het kerkelijk geloof losgelaten, maar niet de zelfvoldaanheid waarmee ze vroeger geloofden. De steeds luider wordende roep om ‘nu eens op te houden met dat religieuze gedoe’ is daar een sprekend voorbeeld van. Hij pleit daarom voor een cultuur waarin mensen elkaar de ruimte gunnen om er religieuze minderheidsstandpunten op na te houden. Anders wordt de vrijheid van meningsuiting aangetast.
In de commentaren op die column werd erop gewezen dat die seculiere meerderheid helemaal niet bestaat. Maar 14% van de Nederlandse bevolking is atheïst. Zij weten zeker dat er geen God of hogere macht bestaat. Ook wees men erop dat Kennedy kennelijk vergeet dat er ook veel buitenkerkelijke gelovigen zijn. Die kritiek is terecht. Maar hoe komt het toch dat je soms de indruk krijgt dat atheïsten in de meerderheid zijn? Waar komt dat optische bedrog vandaan?  

Ik denk dat dat laatste wel te verklaren is. Binnen linkse en centrum-linkse partijen kom je nogal wat weerstand tegen religies tegen. Geen wonder als je bedenkt dat binnen het socialisme het christendom werd gezien als de natuurlijke bondgenoot van het kapitalisme. Het christendom, dat was de manier bij uitstek om het arbeidersvolk dom en gedwee te houden. Het was kortom een handig hulpmiddel voor de winstmaximalisatie. Makkelijker konden ze het niet maken.
Hoewel er vast elementen van waarheid in hebben gezeten, lijkt me dat argument in deze sterk geseculariseerde wereld niet meer geldig. Religie en bedrijfsleven gaan al lang niet meer hand in hand. Toch zijn de klanken van die socialistische bazuin in al die tijd niet verstomd. Religie zou mensen alleen maar dom houden, daar word je niet wijzer van. Maar omdat een mens het kennelijk toch niet helemaal zonder een richtsnoer of oriëntatiepunt in zijn leven kan stellen heeft men er nu iets anders op gevonden. En met dezelfde gretigheid waarmee men vroeger de religie omarmde, klinkt nu overal het bazuingeschal dat de wetenschap het verlossende antwoord kan geven op al uw vragen.

Dat laatste is natuurlijk onzinnig. Wie zijn wereldbeeld op de wetenschap baseert, bouwt op glad ijs. De wetenschappelijke wereld staat bol van paradigma’s - aannames die niet of nauwelijks ter discussie worden gesteld. Een vorm van geloof, mag je wel zeggen. De heftigheid waarmee bestaande paradigma’s soms worden aangevallen en de felheid waarmee die kritiek wordt gepareerd geven aan dat hier méér aan de hand is dan een discussie tussen broodnuchtere geleerden die waarheid van waan proberen te onderscheiden. In psychologische zin lijken dit meer geloofsvragen die op een concilie worden uitgevochten.

Ik denk dat de felheid waarmee gelovigen en atheïsten elkaar digitaal te lijf gaan dezelfde oorzaak heeft. Het gaat hier nl. om de manier waarop je de werkelijkheid fundamenteel benadert. En omdat religie binnen linkse partijen traditioneel als een soort vijandige ideologie werd gezien, komt de meeste weerstand tegen religie – en ook de meeste intolerantie – voor bij linkse intellectuelen. De atheïstische haatbloggers zijn daarvan de exponenten. Overal kom je ze tegen. In discussies zijn ze niet geïnteresseerd. Het enige wat ze naar voren brengen is het standpunt dat religie meer kwaad heeft gedaan dan goed. Het moet daarom afgelopen zijn met religie in het publieke domein. Uit naam van de vrijheid willen ze anderen het woord ontnemen.
Voor mijn gevoel hebben zulke mensen dezelfde instelling als de groepen die moslims het zwijgen willen opleggen. Ook dat gebeurt uit naam van de vrijheid. Maar wat zegt een woord als vrijheid nog als het wordt gebruikt om andere monddood te maken? Heeft niet iedereen het recht om zich te uiten, welk geloof, politieke visie of levensbeschouwing men ook aanhangt? Als we dergelijke mensen de kans geven om anderen de mond te snoeren zetten we een streep onder de Nederlandse traditie van tolerantie en geloofsvrijheid. En ik ben bang dat we dat punt dicht genaderd zijn. Nederland is hard op weg een heel intolerant en navelstaarderig landje te worden. Ik kan Kennedy dan ook alleen maar gelijk geven. De grenzen van de vrijheid in ons ooit zo tolerante landje zijn zo langzamerhand bereikt.

zondag 7 augustus 2011

Sluiten geloof en wetenschap elkaar uit?


Malafide wetenschapper pur sang: dr. Faust

  

Sinds mijn studententijd heb ik me afgevraagd of geloof en wetenschap wel met elkaar kunnen samengaan en zo ja, waarom er desondanks vaak sprake lijkt van een onoverbrugbare kloof tussen die twee. Waarom verdragen ze elkaar toch vaak zo slecht? Zijn het dan twee volkomen van elkaar gescheiden gebieden, of is het mogelijk ze met elkaar te verenigen zonder dat één van beide tekort wordt gedaan? Om die vraag te kunnen beantwoorden heb ik eerst geïnventariseerd hoe door de grondleggers van stromingen als de theosofie, de antroposofie en de nieuwe openbaringen (een onderdeel van de christelijke mystiek) tegen de wetenschap wordt aangekeken. Het waren alle drie mensen die veel over de relatie tussen die twee hebben nagedacht.

BLAVATSKY
Dr. Murdoch, een kenner van haar werk, schrijft over haar:
”Het voornaamste doel van H.P. Blavatsky was wetenschap, religie en filosofie te doen samensmelten, zoals blijkt uit de ondertitel van ‘De Geheime Leer’. Dit doel vindt men bovendien exact terug in het tweede Doeleinde van de Society.”

RUDOLF STEINER
Rudolf Steiner omschrijft het doel van zijn werk a.v.:
"wetenschap en godsdienst weer verenigen, God weer invoeren in de wetenschap, en de natuur in de godsdienst en zodoende de kunst en het leven opnieuw bevruchten."

JAKOB LORBER
Deze 19e-eeuwse mysticus schreef: "Pas in die tijd (d.w.z. de tijd van de wederkomst van Christus) zal Ik de oude boom der kennis zegenen en door hem zal de boom des levens in de mens weer zijn kracht terugkrijgen."

Als je dieper doorspit in deze materie, kom je veel meer voorbeelden tegen van zieners, theologen en mystici die beslist niet wars zijn van wetenschap, ontdekkingen of nieuwe inzichten. Ze zoeken eerder naar een synthese tussen de kennis van het hoofd en die van het hart, tussen magie en rede. Willekeur en subjectivisme horen daar zeker niet bij. Wél orde, systematiek en het open staan voor de wereld om ons heen. Een grappig voorbeeld daarvan is het feit dat het Vaticaan tegenwoordig over een eigen sterrenwacht beschikt waaraan wetenschappers van naam zijn verbonden.

Voor mijn gevoel is er niets mis met het verzamelen en systematiseren van wetenschappelijke kennis over de materiële wereld. Die kennis kan uitstekend worden gebruikt om het leven van mensen aangenamer, gezonder en gelukkiger te maken. Toch zijn er ook grenzen aan wat ik nog acceptabel vind. Zo houden heel veel wetenschappers zich bezig met het ontwikkelen, verbeteren en testen van wapentechnologie. Wat daarbij vooral ontbreekt zijn algemeen aanvaarde normen over wat in ethisch opzicht wél en wat niet verantwoord is. Natuurlijk wordt daar wel over nagedacht, maar in de praktijk zie je dat in elke dubieuze industrie en veld van onderzoek geleerden werkzaam zijn, om over corrupte regimes maar te zwijgen.

Wat de wetenschap blijkbaar te weinig heeft, heeft het geloof misschien wel te veel. Alle religies kennen een stelsel van normen, waarden, leefregels en sancties die het individuele en openbare leven reguleren. Ook kennen religies verschillende niveaus of dimensies van de werkelijkheid. Waar de reguliere wetenschappen alleen uitgaan van het bestaan van een fysieke wereld waarin vaste wetten regeren, gaan godsdiensten uit van verschillende bestaansniveaus.
Naast de fysieke wereld, die door de wetenschap wordt onderzocht, onderscheiden zij ook een geestelijke wereld, die het domein is van goden, hemelse en lagere geesten, evenals de zielen van de overledenen. Verder gaan religies uit van interactie tussen die bestaansniveaus. Zo kan God, een engel of de ziel van een overledene zich volgens alle religies aan een levend persoon kenbaar maken, bv. door een verschijning, het horen van een stem of materiële manifestaties.

Uiteraard staat men daar in de wetenschap o.h.a. heel gereserveerd, om niet te zeggen sceptisch of zelfs cynisch tegenover. Gelukkig zijn er uitzonderingen. De parapsychologie bv. onderzoekt verschijnselen als bv. telepathie, telekinese, bandstemmen en geestverschijningen. Je kunt zulke verschijnselen alleen onderzoeken als je ervan uitgaat dat er méér bestaansniveaus of frequenties zijn dan alleen de materiële. Naast de parapsychologie wordt ook in de theologie uitgegaan van een geestelijke wereld, die in wisselwerking staat met de concrete werkelijkheid.

Het grootste probleem dat zich voordoet in de relatie tussen de wetenschappen en religies is voor mijn gevoel dat vooral binnen de wetenschappen, die materiëel of biologisch zijn geöriënteerd (bv. de natuurwetenschappen en de medische wetenschap) ervan wordt uitgegaan dat alleen het concrete, fysieke bestaansniveau de werkelijke is. Andere bestaansniveaus worden als niet-bestaand beschouwd. Preciezer gezegd: daar wordt volstrekt geen rekening mee gehouden.

Zo wordt binnen de medische wetenschap al vrij lang vastgehouden aan het paradigma, dat het bewustzijn het product is van de hersenfuncties. Dat betekent concreet, dat bij afwezigheid van aantoonbare hersenactiviteit géén bewustzijn meer mogelijk is. Desondanks heeft de cardioloog Pim van Lommel op een overtuigende manier laten zien dat het menselijke bewustzijn ook onafhankelijk van de hersenen kan functioneren. Mensen die tijdens een bijna-dood-ervaring geen enkele hersenactiviteit meer vertoonden (zgn. ‘flatliners’, bij wie het EEG een vlakke lijn vertoont, wat wijst op de hersendood), rapporteerden later, als ze gereanimeerd waren, vaak dat hun geest zich tijdens zulke momenten buiten het lichaam bevond. Vanuit die positie nam men allerlei dingen waar die later geverifiëerd konden worden. Dit verschijnsel heeft men bij duizenden BDE's kunnen waarnemen. Dat roept de vraag op of dit een bewijs is voor een voortbestaan na de fysieke dood. Het maakt het bestaan van een hiernamaals in elk geval wel aannemelijk.

De felle weerstanden die de resultaten van dit BDE-onderzoek bij veel van zijn collega’s hebben opgeroepen, geven duidelijk aan dat in dit geval een paradigma onder vuur is komen te liggen. Zijn conclusies zijn immers moeilijk te loochenen. Daarom haalt men alles uit de kast om zijn werk te torpederen. Zelfs aanvallen op zijn persoonlijke integriteit schuwt men daarbij niet. Blijkbaar is men bang dat een heleboel uitgangspunten, die met het paradigma van het bewustzijn samenhangen, op de helling moeten als men aanvaardt dat het bewustzijn ook onafhankelijk van de hersenen kan functioneren. Zelfs het accepteren van een hiernamaals komt dan immers binnen bereik.

Het onderzoek naar bijna-dood-ervaringen, waar Van Lommel zich mee bezig heeft gehouden, zou daarom de scharnier kunnen betekenen tussen de materiëel en biologisch georiënteerde wetenschappen aan de ene kant, en disciplines als bv. de theologie en de parapsychologie aan de andere kant, omdat zij verschillende bestaansniveaus onderscheiden, waarvan de fysieke wereld er maar één is.

De verschillen tussen de theologie en de natuurwetenschappen laten zien dat ook het begrip ‘wetenschap’ maar een verzamelnaam is voor een heleboel disciplines die onderling sterk kunnen verschillen. De theologie als de wetenschap die allerlei verschijnselen, teksten en uitingen op het gebied van de religies bestudeert, mag gerust uitgaan van een geestelijke wereld, terwijl daar in bijna alle andere disciplines – de parapsychologie uitgezonderd – geen rekening mee hoeft te worden gehouden. De verschillen tussen geloof en wetenschap kom je dus in zekere zin ook binnen het terrein van de wetenschappen zelf tegen, al worden ze daar niet zo sterk als echte tegenstellingen gevoeld. Je kunt bv. ook theologie studeren zonder dat je in God gelooft; je bestudeert dan alleen uitingen van het geloof van anderen, zoals teksten en rituelen, en probeert daar theorieën over op te stellen.

Groter is de tegenstelling tussen de religies zelf en de meeste wetenschappelijke disciplines. Dat heeft vooral te maken met de bron van de kennis waar ze uit putten. Godsdiensten baseren zich op openbaringen, terwijl wetenschappen zich bezig houden met het verzamelen, beschrijven en klassificeren van kennis die door onderzoek is verkregen; daarbij mogen alleen methoden worden gebruikt die binnen die disciplines als geldig worden beschouwd.

Als je godsdienst puur opvat als de verzameling kennis die door openbaringen is verkregen, dan moet ook heel goed gekeken worden naar de eigenschappen, sterke en zwakke punten van de persoon die de openbaring heeft ontvangen. Ook de tijd en de cultuur waarbinnen de openbaringen zijn verkregen is van belang. Die menselijke factor mag nooit uitgeschakeld worden, maar ook niet overschat.

Zo heb ik de afgelopen jaren bv. gekeken in hoeverre de openbaringen van verschillende mystici over het heelal te rijmen zijn met natuurwetenschappelijk onderzoek. Daarbij kwam ik heel grote verschillen tegen: sommige mystici deden uitspraken over het heelal, die verrassend goed overeenkwamen met wat later door sterrenkundigen is ontdekt, terwijl anderen een beeld van de kosmos gaven dat daar sterk van afweek. In het laatste geval is er vaak sprake van het gebruik van allerlei symbolen en mogen de beschrijvingen niet letterlijk worden opgevat.

Als voorbeeld van het eerste wil ik o.a. mystici noemen als Lorber en Swedenborg; zij beschreven in de 18e en 19e eeuw structuren in het heelal, die sterk aan sterrenstelsels en clusters (groepen sterrenstelsels) doen denken. Ook wisten ze dat alles uit atomen is opgebouwd. Hildegard von Bingen, een Duitse mystica uit de 12e eeuw, gebruikte veel symbolen uit de toenmalige astrologie, waardoor haar uitspraken over de kosmos veel moeilijker toegankelijk zijn. Toch zit er een duidelijke systematiek in. Haar enorme kennis van de werking van geneeskrachtige kruiden, waarover zij veel heeft geschreven, laat zien dat ze een heel praktisch ingesteld iemand was. De symbolen zijn dan wel wat gedateerd, maar haar scherpe manier van denken doet toch heel modern aan.

Veel uitspraken van deze mystici kun je vrij goed verifiëren; ze zijn vaak betrouwbaar. Ook in deze tijd kun je ze nog wel toepassen. Toch zijn er ook wel openbaringen met een (voor mijn gevoel) dubieus karakter. Altijd blijkt dan weer dat de kwaliteit van een openbaring sterk afhankelijk is van de eigenschappen van de persoon die de openbaring ontvangt. Kortom: de geestelijke wereld heeft mensen nodig om zich kenbaar te maken, maar die openbaringen hullen zich dan wel in de gedaante van de tijd en de persoon in kwestie. Vaak wordt dat vergeten.

Dat brengt me meteen bij een ander punt, dat bij een vergelijking tussen wetenschappen en religies héél belangrijk is: de taal van openbaringen en van mystici verschilt sterk van de taal van wetenschappers. Een woord of begrip binnen de mystiek kan bv. een heel andere betekenis hebben dan in de natuurwetenschappen. Zo wordt binnen de mystiek onder de term ‘licht’ meestal het geestelijke licht – dus de wijsheid – verstaan, terwijl de natuurwetenschappen daarbij denken aan het fysieke licht van een aardse of kosmische bron.

Daar liggen nogal wat addertjes onder het gras. Om een simpel voorbeeld te noemen: de beide scheppingsverhalen in Genesis (er staan immers twee scheppingsverhalen in het Oude Testament) beschrijven het ontstaan van de wereld, waarbij elke fase een ‘dag’ wordt genoemd. Die dagen staan voor perioden of tijdperken, niet letterlijk voor een periode van 24 uur. Jammer genoeg zijn er hele volksstammen die toch vasthouden aan die letterlijke interpretatie. Het spreekt vanzelf dat dit op de buitenwacht heel ongeloofwaardig overkomt. Willen wetenschap en geloof ooit op een zinvolle manier met elkaar in gesprek raken, dan zal er allereerst gekeken moeten worden naar de taal en de betekenis van de begrippen die men hanteert, want daar zitten haast nog de grootste problemen.

Om te kijken in hoeverre religie en wetenschap elkaar verdragen op het internet, heb ik twee jaar geleden een rondje gemaakt langs verschillende forums over het Oude Egypte en over sterrenkunde. Wat me daarbij opviel, was dat noch sterrenkundige, noch archeologische sites uitingen met een religieus of politiek karakter accepteerden. Wie daarover begon, liep het risico dat zijn forumbericht werd verwijderd. Een discussie over de raakvlakken tussen geloof en wetenschap, spiritualiteit en rationaliteit, was daardoor onmogelijk.
Ik ben ook het tegenovergestelde tegengekomen, nl. dat op spirituele sites wetenschappelijke info - zeker als het in strijd was met de opvattingen van de beheerders - niet erg werd gewaardeerd. Ook uitingen met een christelijk karakter werden soms verwijderd.

In feite waren dat een paar steekproeven, maar helemaal toevallig was dat natuurlijk niet. Wat ik daarmee bedoel is, dat het vaak schort aan de wisselwerking tussen die twee. Men wil ófwel puur 'wetenschappelijk' blijven, maar neemt daarbij dan een houding aan van "Ben je religieus? Prima, maar doe dat dan maar bij een ander voor de deur", ófwel men blijft in spirituele sferen hangen, maar laat dan niet of slechts mondjesmaat gedegen informatie uit de hoek van de wetenschap toe. Men spreekt vaak niet met elkaar en houdt de boot zelfs af.
Dat vind ik jammer. Op die manier blijven het twee volkomen van elkaar gescheiden gebieden. Eigenlijk zou er véél meer uitwisseling en contact moeten zijn. Mijn hele leven ben ik al op zoek naar een synthese tussen die twee, naar een harmonisch evenwicht tussen verstand en gevoel, hoofd en hart, emotie en verstand, magie en rede. Ik denk wel dat zoiets mogelijk is, maar het is binnen spirituele kringen vaak verhipte moeilijk om de inhoud van een bepaald geloof te confronteren met wetenschappelijk onderzoek, zoals wetenschappers vaak ook de boot afhouden als het erom gaat hun kennis te vergelijken met de inhoud van religies.

De tijden lijken sinds de middeleeuwen niet echt veranderd. Nog steeds is er die kloof. Nog steeds is er veel onwil om de dialoog aan te gaan. Dat is jammer. Niet alleen voor mijzelf, maar vooral omdat er een tijd zit aan te komen waarin die kloof zal worden overbrugd. Ik geloof vast en zeker dat de komende transformatie van de aarde óók een transformatie van de wetenschap zal inhouden en dat er dan eindelijk wetenschap zal worden bedreven die een duidelijke ethiek kent en doordrongen is van het bestaan van een geestelijke wereld.

Er zullen technieken worden ontwikkeld om mensen sneller en effectiever te genezen. Misschien zullen ooit alle ziekten worden uitgebannen. Ook zullen er meer ontdekkingen in Egypte worden gedaan - ontdekkingen waardoor we sommige inzichten over die cultuur zullen moeten bijstellen. Het heelal zal beter in kaart worden gebracht. Nieuwe planeten zullen worden ontdekt, veraf en dichtbij, naast de ruim 300 die al door telescopen vanaf de aarde en in de ruimte (zoals de Hubble en de Spitzer) zijn waargenomen. Op den duur zal men ook met aardse instrumenten leven op andere planeten ontdekken. Het verleden zal steeds meer open voor ons komen te liggen en misschien zullen mensen ooit nog reizen ondernemen naar andere sterren.

Dat alles wordt pas mogelijk als éérst die kloof wordt gedicht, waardoor de wetenschap de geestelijke dimensie herontdekt, en ook de liefde met wijsheid wordt verbonden. Vaak is het nu óf het één, óf het ander. Beide polen – aarde en hemel, lichaam en geest – hebben elkaar nodig, horen onverbrekelijk samen. Pas als ze weer worden samengebracht krijgt ook de wetenschap de diepgang die nodig is om de mensheid verder te brengen. Door de eenzijdige gerichtheid op de materie staat ze nu immers nog vaak in dienst van allerlei kortzichtige doelen.

maandag 8 november 2010

Mythen over christelijk Nederland

Eén van de meest wrange aspecten van de discussies die tegenwoordig worden gevoerd tussen christenen en atheïsten is de enorme verharding die over en weer optreedt. Zo krijg je als christen soms de indruk dat je persoonlijk verantwoordelijk wordt gesteld voor middeleeuwse brandstapels, de kruistochten en de inquisitie, terwijl atheïsten van de weeromstuit moeten vrezen dat Mao en Stalin tegen hen in stelling worden gebracht. Het zijn immers voorbeelden van de verschrikkingen waartoe een goddeloze visie leiden kan. De wederzijdse stellingen zijn meestal even zwart-wit als een schaakbord, van nuances en subtiliteiten is vaak totaal geen sprake.

Krasse voorbeelden van het gepolariseerde denken van atheïsten over christelijke Nederlanders kwam ik een paar maanden geleden op het internet tegen. Die voorbeelden staan niet alleen. Er zijn nl. atheïsten die rustig durven beweren dat een niet onaanzienlijk deel van de Nederlandse bevolking tenminste eenmaal per zondag naar de kerk gaat en gelooft dat de wereld letterlijk in zeven dagen geschapen is. Volgens deze criticasters zouden veel kerkgangers even extreem en onverdraagzaam zijn als de radicale groeperingen binnen de Islam. Het is natuurlijk een koud kunstje om mensen, die zó zijn neergezet, vervolgens alle hoeken van het internet te laten zien. Als je dán nog niet scoren kunt... Maar wat is er van deze verhalen waar?

Tal van rapporten tonen aan dat deze atheïsten een karikaturaal beeld hanteren van christenen. Sterker nog: het is zelfs nog niet eens representatief voor de kerkelijke verhoudingen uit de vijftiger jaren. Uit het CBS-rapport van 2008 over "Religie aan het begin van de 21-ste eeuw", waarvoor meer dan duizend mensen zijn geïnterviewd, blijkt dat op dat moment maar 11 % van de Nederlanders elke zondag de kerk bezocht. Dat percentage daalt elk jaar nog verder. Als we rekening houden met deze snelle daling bedraagt dat percentage nu waarschijnlijk nog geen 10%. Het gaat dus maar om een kleine minderheid.

Extreem-fundamentalistische, Amish-achtige toestanden in strenge kerkgenootschappen zijn volstrekt niet representatief voor Nederlandse gelovigen. Dat geldt ook voor de directe koppeling die vaak door atheïsten wordt gelegd tussen het geloof en een letterlijke bijbelinterpretatie. De aanhang van de SGP en de kerkgenootschappen die daaraan geliëerd zijn, bedraagt nog geen drie procent.

Nog erger wordt het als op grond van deze karikatuur wordt geconcludeerd dat deze mensen achterlijk zouden zijn en dat anderen, die hun denkbeelden niet onderschrijven, er volgens hen niet toe zouden doen.
In werkelijkheid is Nederland een pluriforme samenleving, waarin van oudsher geen enkele kerk een aanhang heeft onder de meerderheid van de bevolking. Tussen die christenen was bovendien altijd onderlinge rivaliteit. Zo mochten de Doopsgezinden bv. wel kerken bouwen, maar deze mochten niet opvallen om geen aanstoot te geven. Katholieken hadden het moeilijker, want zij werden eeuwen lang als tweederangsburgers behandeld, net als veel andere religieuze minderheden. Die verdeeldheid is er trouwens ook binnen de moslimgemeenschap in landen waarin de meerderheid van de bevolking de Islam aanhangt. De islam is niet één geheel zoals vaak wordt gedacht, maar is in de praktijk veel pluriformer.

Een andere realiteit is, dat de ruimte die christenen innemen in de media in hoog tempo kleiner wordt. Dat gebeurt vooral door de toenemende druk vanuit de atheïstische hoek. Hoewel minder dan 20% van de Nederlandse bevolking helemaal nergens in gelooft, krijg je in de media de indruk dat ze minstens 90% van de bevolking uitmaken. De oorzaak is vooral dat de religiositeit onder journalisten en intellectuelen een stuk kleiner is dan onder de hele bevolking. De schrijver Kluun geeft daar in zijn boekje "God is gek" een paar fraaie voorbeelden van.

Zijn die christenen en kerkelijk betrokken Nederlanders nu werkelijk zo onverdraagzaam t.o.v. andere groepen als vanuit atheïstische hoek af en toe wordt beweerd? Zulke clubjes heb je wel degelijk. Maar er kan niet gezegd worden dat het juist deze groepen zijn die zo'n felle afkeer hebben van moslims. De meeste moslimhaters kom je immers tegen in PVV-kringen. Logisch. Maar de onkerkelijkheid en het gebrek aan religiositeit is nergens groter dan juist onder PVV-ers. In onderzoeken naar religiositeit valt deze groep samen met de 'niet kerkelijk gebonden niet-religieuzen'. Met deze term doelt men op mensen die geen lid zijn van een kerk en ook niet op een andere manier religieus zijn. Een duidelijk bewijs hiervoor is het feit dat verschillende ideologen van deze partij tot de meest fervente atheïsten behoren die Nederland telt. Het plan van Wilders om artikel 1 van de grondwet te schrappen en te vervangen door de bepaling dat Nederland een christelijk-humantische cultuur heeft, die gerespecteerd moet worden, is vooral bedoeld om moslims de pas af te snijden.

Vanuit de kerken zijn altijd initiatieven voortgekomen om bv. uitgeprocedeerde asielzoekers (ook moslims) aan onderdak te helpen. Je kunt deze Nederlandse situatie vergelijken met de progressieve opstelling van de Evangelische Kirche in Duitsland. In dat verband kun je bv. ook denken aan een initiatief als bv. http://www.bijbelenkoran.nl/ Dat is een initiatief van de IKON en de Wereldomroep. Het is bedoeld om meer begrip te kweken tussen moslims en christenen. Daar ben ik dan ook heel erg blij mee! Het zou goed zijn als méér christenen zouden weten dat de Bijbel en de Koran voor een groot deel dezelfde tradities in hun heilige boeken hebben verwerkt.
Dat onverdraagzaamheid t.o.v. moslims en andere religies vooral te vinden zou zijn onder christenen vind ik dan ook nogal tendentieus. Feiten en argumenten spreken een andere taal.

Het CBS-rapport over religie in Nederland is te downloaden op: http://zembla.vara.nl/fileadmin/uploads/VARA/be_users/documents/tv/pip/zembla/2010/Wilders/Religie_21e_eeuw_CBS.pdf

vrijdag 22 oktober 2010

Het geloof tussen zoektocht en zeker weten

In zijn boekje “God is gek”, dat vorig jaar oktober uitkwam, vertelt Kluun over de steeds groter wordende onverdraagzaamheid in de media t.o.v. christenen. Zo schrijft hij dat het in Nederland gemakkelijker is om toe te geven dat je homo bent dan dat je in God gelooft. De anti-God brigade rukt in de media op. Het geloof is uit. God bestaat niet, en als je het lef hebt om toch voor je Godsgeloof uit te komen, leef je nog in de middeleeuwen en word je persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de kruistochten en de inquisitie. Allerlei duistere Bijbelteksten vol doem en dreiging voor de heidense volkeren worden je dan voor de voeten geworpen. Die volkeren wagen het om te zweren bij hun eigen goden, maar God is daar niet bepaald gecharmeerd van: “Wee hen, want de ure van hun ondergang is nabij!” Armageddonachtige toestanden dus, Hollywood kan er zo een vette spektakelfilm van maken.

Bij overstromingen, aardbevingen en andere ongemakken krijg je als gelovige tegenwoordig al gauw de vraag voorgelegd waarom God dat toelaat. Hij is toch zo liefdevol? Als je Hem zo goed kent, dan zul je het antwoord daarop toch wel weten, zo is de redenering. De gelovige als collaborateur van een wrede, autoritaire, masculiene God, die voor de wreedheden van zijn baas ter verantwoording wordt geroepen – dat is zo ongeveer het beeld dat steeds meer in de media wordt opgeroepen. Uiterst goedkope beeldvorming natuurlijk. Dit is het denken in sjablonen, in one-liners, in goedkope zwart-wit tegenstellingen waar elke nuance uit verdwenen is. De meeste christenen die ik ken beantwoorden immers helemaal niet aan dat beeld. Ze denken anders, genuanceerder, intuïtiever ook.

Wat me bij de discussies op het internet telkens opvalt is niet alleen die goedkope beeldvorming. Het is ook de telkens herhaalde uitspraak dat er op het gebied van het geloof alleen maar vragen zouden zijn. Antwoorden bestaan niet, antwoorden zijn uit. Wie het lef heeft om met antwoorden aan te komen – zelf gevonden antwoorden of niet, dat maakt niet uit – is een ‘fundamentalist’ en probeert anderen te bekeren tot zijn eigen bij elkaar geharkt geloof. Niets is erger dan iemand die antwoorden heeft, niets roept meer angst op en maakt dat de lezer al gauw stichting Correlatie moet bellen om van de schrik te bekomen. Antwoorden – hoe durven ze wel?!

Is dat reëel? Bestaan er echt alleen maar vragen? En als dat zo is, waarom stelt iemand dan voortdurend vragen als daar geen antwoord op mogelijk is? Laten we deze zaak ‘es bij de kern aanpakken. Kan de mens God kennen? Is betrouwbare kennis over God en over de geestelijke wereld mogelijk? Kunnen we God leren kennen zoals een ander kan doordringen in de wetten van de natuurkunde of de regels van de filosofie?

Alle wereldreligies kennen naast de officiële leer ook een mystieke kant. Dat geldt ook voor het christendom. In feite heeft die mystieke kant van het geloof het altijd aan de stok gehad met het hoogste gezag binnen de kerk. De reden is heel simpel: mystici proberen God te leren kennen via de weg van de ervaring en de intuïtie. Door gebed, meditatie en een beschouwende manier van leven zochten en zoeken ze God. Door hun manier van leven willen ze zich met Hem verbinden en uitdrukking geven aan hun geloof. Door die nadruk op intuïtie en persoonlijke ervaring bestaat het gevaar dat ze God anders ervaren en een ander beeld van Hem hebben dan de officiële leer van de kerk. Vroeg of laat komt daar natuurlijk gedonder van. Veel mystici zijn dan ook naar de andere wereld geholpen om de ware toedracht van het Godsrijk vast te stellen.

Dat geldt voor het christendom en ook voor andere religies. Zo heb je binnen de Islam het soefisme. De Boeddhisten hebben veel kloosters gesticht waar de monniken een beschouwend leven leiden. Eigenlijk zie je dit bij elk geloof. Nu is het opvallend dat de mystieke tradities van alle wereldgodsdiensten heel veel overeenkomsten met elkaar vertonen. Zo worden naastenliefde, vergevingsgezindheid en liefde tot God altijd als centrale waarden voorgesteld. Ook bestaan er heel veel overeenkomsten als je kijkt naar de vraag welke negatieve eigenschappen je moet zien te overwinnen. De God, die wordt beleden, heeft in praktisch alle wereldreligies menselijke trekken. Het boek “Mysticism in World Religion” van Sidney Spencer geeft een schitterend overzicht van deze overeenkomsten. Als we ook maar een greintje vertrouwen mogen hebben in het menselijke vermogen om diepere lagen van de werkelijkheid waar te nemen, zullen we moeten kijken naar de vormen waarin het goddelijke zich aan de mens vertoont: die vormen zijn bijna zonder uitzondering menselijk.

Over het leven na de dood zijn de wereldreligies het ook met elkaar eens. De ziel (of hoe je het ook maar noemen wilt) gaat na de dood van het lichaam naar het hiernamaals en wordt beoordeeld op grond van het leven dat de mens heeft geleid. Dat betekent niet dat iemand, die er een potje van heeft gemaakt, voor eeuwig aan het spit wordt gebraden (je hebt immers geen lichaam meer), maar wel dat een mens met de gevolgen van zijn gedrag wordt geconfronteerd. Ook na de dood gaat de ontwikkeling van de ziel gewoon door.

Wie echt de moeite neemt om te zoeken, zal ook antwoorden vinden. Gemakkelijk is dat zeker niet, maar het kan wel degelijk. Als je met hoofd en hart te werk gaat, je openstelt voor de goede boeken die er op dit gebied ook bestaan – naast alle rommel die er te koop is – dan kun je steeds dieper doordringen in deze kennis. Op elke vraag is immers een antwoord. Alle religies hebben een deel van het goddelijke licht, al zijn er voor mijn gevoel wel gradaties. Wie vragen heeft, gaat gerust op zoek. Niet om het antwoord aan anderen op te dringen, maar om er met anderen over van gedachten te wisselen. Ook voor geloofsvragen geldt immers: "Wie zoekt, zal vinden" en "Onderzoek alles en behoud het goede". Wat dat aangaat is er in tweeduizend jaar niets veranderd.

woensdag 20 oktober 2010

Kun je in de 21e eeuw nog wel geloven in God?

Als ik om me heen kijk en op mijn eigen ervaringen af ga, kom ik tot de conclusie dat mensen God vaak pas gaan zoeken als ze eerst heel erge dingen hebben meegemaakt. Ook merk ik dat mensen God vaak zoeken op een wonderlijke manier, bv. door een ritueel gebed af te raffelen. Dan kun je terecht de vraag stellen: “Wélke God zoeken ze?"

Ik geloof dat God méér is dan alleen maar een energievorm, méér dan een eerste oorzaak, de alomvattende liefde of - helemaal lekker vaag - 'al wat is'. Wat zou dat trouwens zijn: 'al wat is?' Dat klinkt raadselachtig en tegelijk veelbelovend. Alles wat er is, dat is ontzettend veel. Maar is God dan het geheel, de optelsom van alle afzonderlijke dingen, of misschien het overkoepelende geheel?

'Al wat is' lijkt me daarom té vaag om voor God in aanmerking te komen. Je kunt er immers alle kanten mee op. Het is net een toverbal die alle kleuren van de regenboog aanneemt als je er maar lang genoeg op sabbelt. Goed. Welke kandidaten zijn er nog meer? God als energievorm dan? Klinkt lekker technisch in dit moderne tijdperk. Het doet me denken aan God als een soort energiecentrale of als een wolk elektromagnetische lading. Maar energie is op zichzelf neutraal. Als ik de stekker in het stopcontact steek, speelt de radio ook op energie. Maar God moet als God toch méér zijn dan een energetische lading? Hij heeft toch ook eigenschappen en vermogens? Hoe zou Hij anders de wereld hebben kunnen scheppen?

Dat laatste brengt me op een ander godsbeeld: God als persoon. In deze tijd is dat beeld van God niet populair. Het is niet modern genoeg, niet hip en niet flitsend. Het doet veel mensen denken aan de kerken en aan de Bijbelse God. En die God van de bijbel... Nee, bah, daar willen ze niets mee te maken hebben, dat hebben we nu zo langzamerhand wel gehad. We leven nu in de 21e eeuw en niet meer in de Middeleeuwen, nietwaar...
Maar klopt die redenering eigenlijk wel? Is dat godsbeeld écht verouderd, of durven we simpelweg geen duidelijke keuzes meer te maken? Schamen we ons voor het godsbeeld van de Vader die ons als Zijn kinderen heeft voortgebracht? Zo ja, waarom dan?

Als het daarop aankomt, zie ik om me heen dat veel mensen meteen als door een speld gestoken overeind veren als iemand het woord 'God' laat vallen. Ik denk dat dat vooral komt door de puinhopen die de kerken ons in de loop der eeuwen hebben nagelaten. In plaats van de gemeenteleden te dienen zoals Christus Zijn leerlingen diende - denk maar aan de voetwassing - zagen de kerkbestuurders, bisschoppen en kardinalen het als hun voornaamste taak om hun eigen machtspositie en wereldlijke belangen veilig te stellen en waar mogelijk uit te breiden, desnoods ten koste van het welzijn van de gemeente. Dat er desondanks ook altijd priesters zijn geweest die écht om hun gemeenteleden gaven en voor hun wereldse en geestelijke belangen opkwamen, is een pluspunt en heeft ervoor gezorgd dat de traditie bewaard bleef, maar ook niet meer dan dat.

De kerken hebben veel schade aangericht en mensen kopschuw gemaakt voor het geloof. Dat gebeurt in feite nog steeds. De recente onthullingen over seksschandalen binnen de R.K. kerk roepen veel walging en weerzin op, en dat is volkomen terecht. De katholieken hebben dat voor een groot deel aan zichzelf te danken. Een instelling als het celibaat zorgt ervoor dat mensen hun seksuele driften op alle mogelijke manieren moeten onderdrukken. Natuurlijk gaat dat vaak fout. De leiding van de R.K. kerk zou er heel verstandig aan doen om te erkennen dat seksualiteit niet per definitie zondig en verdorven is, maar een normale menselijke drift die je in goede banen moet leiden. Het celibaat zouden ze dan ook onmiddellijk moeten afschaffen.

Deze en andere misstanden roepen walging en weerzin op. Begrijpelijk. Maar rechtvaardigt dat de enorme, soms fanatieke afkeer die sommige mensen in zich voelen opkomen zodra het woordje 'geloof' valt of iemand er openlijk voor uitkomt dat hij of zij christen is? Is dat voor de anderen, die dat horen, een gerechtvaardigde reden om alle stekels op te zetten en naar zo iemand uit te halen? Natuurlijk niet! Wie afkeer voelt voor christenen en elke christen goedkoop en gedachteloos vereenzelvigt met kruistochten, inquisitie, onderdrukking en dwang, is in principe sterk bevooroordeeld bezig. Zo iemand zou zijn eigen motieven, frustraties en zondebokken eens moeten onderzoeken i.p.v. altijd maar de blik naar buiten te richten en anderen - God, de christenen of de kerken – overal de schuld van te geven.
Christenen en het christendom veroordelen onder verwijzing naar de fouten van vroegere eeuwen is dan ook goedkoop en gedachteloos. Goedkoop, omdat een dergelijke gedachtegang met simpele etiketten werkt, die men elke christen zonder aanzien des persoons op kan plakken. Gedachteloos, omdat deze manier van denken en redeneren zelden onderbouwd is en gewoonlijk op onderbuikgevoelens is gebaseerd.

De werkelijkheid is, dat het christendom weliswaar veel te lijden heeft gehad van allerlei menselijke fouten en stommiteiten, maar tegelijkertijd ook voor heel veel mensen een bron van inspiratie en zingeving is geweest. Dat geldt in feite nog steeds. Door de eeuwen heen hebben christenen God als een liefdevolle Vader ervaren, die hen kon bereiken in de enige plaats waar een mens écht in de geest kan worden bereikt, nl. in zijn hart.

Ik geloof dat voor een mens, die eenmaal tot dat inzicht gekomen is en zich realiseert wat voor een onvolmaakt wezen hij is, de rest op den duur vanzelf op zijn plaats valt. Maar we zullen wél eerst van onze troon, onze gedroomde goddelijkheid, af moeten komen. Zonder deemoed - noem het voor mijn part gepaste bescheidenheid - is geen echte geestelijke ontwikkeling mogelijk. Helaas kunnen de meeste mensen die gepaste bescheidenheid alleen maar leren door eerst flink met hun kop (d.w.z. hun hoogmoed) tegen de muur te lopen. Dat is een bitter gegeven, maar gezien onze menselijke natuur pakt het vaak wel zo uit. Dat we dan al snel door Gods liefde in genade worden aangenomen, is daarbij gelukkig een hele troost.

Mission impossible voor de atheïstische zending

Wie tegenwoordig openlijk voor zijn geloof uitkomt, wordt al snel voor 'gestoord', 'achterlijk' of op zijn best voor 'niet meer bij de tijd' uitgemaakt. Er is een sterke atheïstische tendens merkbaar. Die zie je niet alleen in het alledaagse leven, die zie je ook op het internet. Gelovigen vormen binnen deze visie een soort achtergebleven levensgolf, de Neanderthalers van de 21e eeuw die de grotten van hun irrationale manier van denken verkiezen boven het heldere licht van de rede.

Toch is dat een optisch overwicht: in werkelijkheid is er maar een héél kleine minderheid - niet meer dan 14% - van de Nederlanders die helemaal niets gelooft. Te oordelen naar hun volume op het internet zou je bijna geneigd zijn te denken dat de verhoudingen precies andersom liggen. Niets is echter minder waar.

Een paar maanden geleden keek ik naar een programma waarin Richard Dawkins, de patroonheilige van de congregatie der atheïsten, zich uit de naad werkte om aan te tonen dat christenen onwetenschappelijk en onredelijk zouden zijn.
Zo beschreef hij, staande tussen een menigte gelovigen in Lourdes, de bedevaartgangers zoals een bioloog een bavianenkolonie op Madagascar zou beschrijven. Mariabeeldjes, daar krijgt deze botte Brit spontaan bijtneigingen van. Later zag je hem in gesprek met een predikant uit de V.S. Hatelijk was zijn opmerking aan het adres van die dominee, waarin hij de manier waarop deze de gemeente toesprak vergeleek met de toespraken van de Nazi-ideoloog Joseph Goebbels. Op zulke momenten verstrakte zijn gezicht en kon je de haat er wel van af scheppen.

Het is niet alleen het fanatisme wat me bij mensen als Dawkins opvalt. Wat ik namelijk steeds mis in de opvattingen van atheïsten is de erkenning dat hun standpunt in feite ook een geloof is, een aanname die ze niet rationeel kunnen beargumenteren.
Zo geloven ze dat het menselijk bestaan met de dood ophoudt, hoewel inmiddels al door Pim van Lommel en andere medici is aangetoond dat het bewustzijn ook onafhankelijk van de hersenen kan functioneren. Andere verklaringen voor BDE's zoals 'zuurstoftekort', 'vergiftiging', 'hallucinaties' e.d. zijn al lang ontkracht door mensen als Michael Sabom. Toch wordt op alle mogelijke manieren geprobeerd de onderzoeksresultaten van Van Lommel onderuit te halen. Dat gaat zelfs zó ver dat men hem op de persoon gaat aanvallen. Toen ik vorig jaar februari bij een lezing van hem was, hoorde ik hem daar krasse staaltjes over vertellen. Sommige atheïsten gaan blijkbaar tot elke lengte om een theorie, die hen onwelgevallig is, te ontkrachten.
Voor een deel hangt dat ook samen met het conservatisme van veel wetenschappers. Het was niemand minder dan de natuurkundige en Nobelprijswinnaar Max Planck die stelde dat een wetenschappelijke theorie pas uitsterft als de laatste wetenschapper, die hem aanhangt, onder de groene zoden ligt.

Dawkins en consorten hebben de ijdele hoop dat ze het geloof kunnen overwinnen met de rede. Dat zal hen nooit lukken. In de eerste plaats niet omdat hun eigen positie ook niet 'redelijk' is. Verder is in de hele geschiedenis van de mensheid nooit meer dan een kleine minderheid werkelijk ongelovig geweest. Belangrijker nog is het feit dat de mens van nature voelt dat z'n bestaan niet eindigt met de dood. Tekenend daarvoor zijn de BDE's van fervente atheïsten: ook zij zien tijdens een BDE een geestelijke wereld, komen overleden familieleden en vrienden tegen en ontmoeten een opperwezen, in welke gedaante dan ook.

Ik denk dat het atheïstische geloof dat het heelal spontaan uit het niets tevoorschijn is geplopt, de hele wereld van 'toevalligheden' aan elkaar hangt en ons bestaan met de dood ophoudt, zijn langste tijd heeft gehad. De meest vooruitstrevende takken van wetenschap ontdekken tegenwoordig immers dingen die meer traditionele opvattingen aan het wankelen brengen. De kwantummechanica is daar een mooi voorbeeld van. Het onderzoek naar BDE's is een ander voorbeeld dat laat zien dat allerlei gevestigde ideeën toch niet zo zeker zijn als men lang had gedacht.

Tekenend voor het religieuze karakter van het atheïsme à la Dawkins is zijn geloof in de evolutietheorie. Men heeft nog nooit een echte missing link tussen twee diersoorten gevonden. Dat weerhoudt deze zuilenheilige van de atheïsten er echter niet van om heilig in de evolutietheorie te blijven geloven.
In dit verband is het aardig om te vermelden dat zelfs een atheïst als de geoloog Salomon Kroonenberg in zijn boek "De menselijke maat - de aarde over tienduizend jaar" met stelligheid beweert dat de evolutietheorie volstrekt onbewezen is; de tussenschakels zijn immers nooit gevonden.

Dawkins' geloof dat de ontwikkeling van planten- en diersoorten op aarde volgens de principes van de evolutietheorie verloopt, lijkt me even hardnekkig als het geloof van fundamentalistische christenen dat de wereld letterlijk in zeven dagen zou zijn geschapen. Beide groepen zijn behoorlijk irrationeel. Ze geloven immers in dingen die op alle mogelijke manieren kunnen worden weerlegd. Ik denk daarom dat het geloof van de toekomst er één zal zijn waarin hoofd en hart, gevoel en verstand, samengaan. Wat men als waarheid aanvoelt, moet ook door het verstand beredeneerd en geaccepteerd kunnen worden, en omgekeerd moet datgene, wat men kan beredeneren, ook overeenkomen met het gevoel. Een geloof waarin één van beide polen ontbreekt, zal dan ook langzaam uitsterven. Het geleidelijke verdwijnen van de meeste kerken en de opkomst van nieuwe religieuze bewegingen laat duidelijk zien dat deze trend onomkeerbaar is.