Posts tonen met het label engel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label engel. Alle posts tonen

donderdag 14 maart 2013

Hypnose (3): de bewoners van grote sterrenwerelden


 
De gids ving Peters verbazing op en verklaarde: “Wat je hier ziet is niet zo vreemd als het lijkt. Op aarde is er een grote kloof tussen de wereld van de levenden en de sfeer waarin de zielen van overledenen verblijven. Dat komt doordat de mensen op aarde sterk gericht zijn op de materie. Voor de subtielere signalen vanuit de geestelijke wereld hebben zij zich meestal afgesloten. Dat betekent niet dat die signalen op aarde ontbreken, maar in de meeste culturen is het de gewoonte om die te negeren. En door dat stelselmatige negeren van manifestaties uit de geestelijke wereld verliest men op den duur ook werkelijk het vermogen om ze waar te nemen. Op de sterrenwerelden wordt juist geleerd om je ervoor open te stellen. Daardoor is de scheidslijn tussen de wereld van de levenden en de sfeer van de overgegane zielen daar ook lang niet zo groot.
Toch kunnen de bewoners van deze planeten niet alle zielen van gestorvenen zien; dat geldt alleen voor de zielen van mensen met wie ze tijdens hun leven al een nauwe band hadden, zoals met vrienden of familieleden. Voor andere zielen bestaat die scheidslijn dus wel. Maar de vrouw die je in dat dorp ziet, spreekt met haar vader en een paar broers die kort geleden zijn gestorven. Zij zien elkaar niet alleen, maar voelen ook elkaars gedachten en emoties aan. Daarom zullen we hen nu niet storen en de tempel binnengaan. Let goed op alles wat je daar te zien krijgt; sommige dingen zullen je nog goed van pas komen als je weer terug bent in je lichaam.”
Enkele ogenblikken later betraden ze het inwendige van de tempel, die tegen de helling van een lage heuvel was gebouwd. Vandaar had je een prachtig uitzicht op de kleine nederzetting in het dal en op een verre bergketen met besneeuwde pieken. Via een zijingang belandden ze in een ruimte die veel weg had van een bibliotheek. Aan alle wanden waren planken bevestigd waarop boeken stonden opgesteld. De ruggen van de boeken bevatten echter geen schrifttekens, maar kleine, gestileerde tekeningen, enigszins vergelijkbaar met het Oud-Egyptische hiëroglyfenschrift. Ze zagen hoe een priester een boek van een plank pakte en ermee naar een lage tafel liep. Hij sloeg het boek open, legde zijn handen met gespreide vingers op de bladzijden en sloot daarop zijn ogen. In gedachten verzonken bleef hij zo een tijdje zitten; het leek wel alsof hij sliep. Korte tijd later stond hij op en legde het boek terug op de plank waar hij het van af had gepakt. Hij zag eruit als iemand die net een ingewikkeld vraagstuk had opgelost. Daarna begon hij snel te schrijven in een schrift dat hij uit de wijde plooien van zijn mantel te voorschijn had gehaald.
“Ongelofelijk! In een paar minuten heeft hij de inhoud van het boek in zich opgenomen”, merkte Peter op, “en dat deed hij ook nog met gesloten ogen! Hoe kan dat?”
“Heel eenvoudig”, antwoordde Naftaniël. “Het is geen gewoon boek, want het werkt volgens een heel ander principe. De inhoud ervan is niet d.m.v. drukletters op het papier aangebracht, maar d.m.v. gedachtevormen. Een wijze, die thuis was in het onderwerp waar het boek over ging – in dit geval de kosmos – heeft zijn inzichten over de ruimte d.m.v. gedachtevormen aan het boek gehecht. Wie zich nu – net als de priester - die inzichten eigen wil maken, hoeft zich alleen maar voor die gedachtevormen open te stellen. Daardoor verbindt hij zich met de inhoud van het boek en wordt er als het ware één mee. Een snellere methode van kennisoverdracht is er niet. In enkele minuten kun je op deze manier de inhoud van een complete encyclopedie in je opnemen. Zo gaat men op veel grote sterrenwerelden te werk. De taal doet er ook niet, want deze gedachtevormen zijn universeel. ”
Peter knikte. “Dat begrijp ik nu. Maar er zijn nog  een paar dingen die ik graag zou willen weten. Welke godsdienst hebben deze mensen van planeten waar ze zich hebben toegelegd op het ontwikkelen van de geest i.p.v. de materie? En hoe is volgens hen het heelal ontstaan? Bereizen deze bewoners van de sterrenwerelden de ruimte?”
“Ik zal jouw vragen beantwoorden”, antwoordde de gids. “Maar daarvoor moeten we naar een andere tempel, die ook als sterrenwacht dienst doet: daar is al deze kennis opgeslagen. Ik zal je in de geest verbinden met het Boek van de Kosmos, een priesterlijk geschrift. Daarna zal ik je terugbrengen naar de aarde, want ik merk dat je vermoeid begint te raken. Kom, geef mij je hand, dan begeven we ons naar de laatste plek die ik je van deze wereld zal laten zien. Je reis door de kosmos eindigt daar.” 

zaterdag 9 maart 2013

Hypnose (2): op een verre sterrenwereld

 
De man had een jeugdig uiterlijk en droeg een lang, wit gewaad. Toen hij hem tot op een paar meter was genaderd, bleef zijn gestalte roerloos, als een tot leven gekomen hemelteken, voor hem in de ruimte zweven. Helder stak zijn silhouet af tegen het gitzwarte, met sterren bezaaide firmament. “Wat houdt je tegen om andere zonnestelsels te bezoeken?”, vroeg hij, alsof hij de aangesprokene kende en zijn gedachten had geraden. “Zie je op tegen de reis door de interstellaire ruimte? Dat hoeft niet: als je reist in de geest, wordt de duur van je reis niet door de materie, maar door je eigen gedachten bepaald. Alles is een kwestie van concentratie. Kies gerust een ster uit waar je naartoe wilt en richt al je aandacht daarop, dan zul je daar over enkele ogenblikken verschijnen.”
“Ongetwijfeld hebt u gelijk”, antwoordde de aangesprokene, “u schijnt te weten waarover u spreekt. Maar wie bent u? Hoe komt het dat u wist wat ik van plan was? Bent u een engel?”
“Dat ben ik”, antwoordde de man, “men noemt mij Naftaniël. Ik ben een gids voor reizigers tussen sterrenwerelden. Er zijn maar weinigen die over voldoende diepgang en verbeeldingskracht beschikken om de indrukken, die men op verre werelden opdoet, te kunnen verdragen. Maar als je je onder mijn bescherming stelt, zal ik alles in goede banen leiden. Ik wist, Peter, dat je zo ver zou komen, en heb je opgewacht. Als jij dat wilt, zal ik je planeten laten zien die sterk verschillen van de aarde. Zie je die witgele ster in de Kleine Hond? Op aarde noemt hem Procyon. Als je je daar op concentreert, zijn wij er over enkele ogenblikken.”
Peter stemde toe. Hij fixeerde al zijn aandacht op die ster, en merkte dat ze er even later waren aangekomen. Het firmament was plotseling veranderd; uit sommige constellaties waren sterren verdwenen, terwijl andere sterrenbeelden waren vervormd. Geen wonder: hij bevond zich nu op meer dan tien lichtjaar van de aarde. Onder hen bevond zich een planeet die wel iets weg had van de aarde; hij was alleen wat groter en bevatte minder oceanen. Ook ontbraken de poolkappen die zo kenmerkend zijn voor onze eigen wereld.   
 
“We dalen nu af naar het oppervlak. We maken een rondgang over deze planeet, die de derde is vanaf de hoofdster Procyon. Onthoud dat wij voor de bewoners ervan onzichtbaar zijn, maar wij kunnen hen wel zien. Als je iets weten wilt, kun je het mij gerust vragen, maar neem eerst maar op je gemak alle indrukken in je op. Dan zal jou veel duidelijk worden.”
Even later landde het tweetal in een zacht glooiend, heuvelachtig gebied. De toppen van de heuvels waren bedekt met hoog gras. Daaromheen groeiden reusachtige loofbomen, groene kathedralen waarvan de takken de hemel leken te raken. Er was geen levend wezen te zien. Langzaam zweefden ze voort boven een smal, slingerend pad totdat ze een dal bereikten waarin zich een kleine nederzetting bevond. In een wijde kring stonden daar zo’n dertig woningen, witbepleisterd en met een koepelvormig dak. Iets verderop was tegen een heuvelflank een soort tempel gebouwd, opgetrokken uit doorzichtig materiaal. Het gebouw was vrij groot, langwerpig en bezat verschillende torens. Voor de ingang stond een man in een lang, diepblauw gewaad; zijn handen rustten zegenend op de kruin van een vrouw die op een krukje voor hem zat. Beiden hadden hun ogen gesloten. Af en toe prevelde de man iets in een zangerige taal. Daarop viel de vrouw in slaap. De man – kennelijk een priester – riep iets, waarna twee helpers te voorschijn kwamen die de vrouw in het inwendige van de tempel droegen.

Vragend keek Peter zijn gids aan. “De priester, die je daar ziet, heeft een vrouw die hulp bij hem zocht in een genezende slaap gebracht en daarna naar binnen laten brengen”, verklaarde hij. “Daar zal ze herstellen, maar dat kan wel een paar dagen duren. Op deze wereld worden mensen genezen door de krachten van de geest, soms aangevuld met een behandeling door kruiden. Dat gebeurt allemaal heel kalm en ordelijk. Valt jou trouwens in het dal iets op? Kijk eens goed naar de huizen van de nederzetting; wat zie je?”
Peter draaide zich om en keek naar het dorp. Enkele vrouwen stonden daar met elkaar te praten. Verderop speelden een paar kinderen. Maar ook zag hij schimmen die tussen de huizen liepen alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Eén van de vrouwen voerde zelfs een geanimeerd gesprek met hen, terwijl hij zeker wist dat het zielen van overledenen waren. Wat moest dat betekenen? Op wat voor een vreemde wereld was hij terecht gekomen?

- wordt vervolgd -

zaterdag 19 november 2011

Existentie



Existentie
 
In steeds eender, ander licht
en vaak tegen beter weten in
trekken wij onze sporen op aarde:
na de diepten van de nacht
is er immer een nieuwe dageraad
die voorbij de einder op ons wacht.
 
Door elk gevecht met de engel
verliezen wij aan zwaarte
maar winnen wij aan gewicht –
totdat wij te langen leste,
verankerd op Christus’ liefdeslicht,
bevrijd van alle aardse dromen,
langs een flonkerend lint van sterren
in het Vaderhuis worden opgenomen.

De wervelende tunnel van de tijd
kent geen eind en geen begin –
als het leven zelf zijn wij:
de eeuwigheid ruist diep binnenin.