Posts tonen met het label New Age. Alle posts tonen
Posts tonen met het label New Age. Alle posts tonen

vrijdag 14 december 2012

De oorzaken van de toenemende intolerantie t.a.v. religies (1)

 
“Hoe komt het toch dat wij Nederlanders nog geen vijf decennia geleden als protestant of katholiek massaal iedere zondag naar de kerk gingen, speciaal onderwijs genoten en regelmatig de Bijbel lazen, terwijl we nu net zo massaal snoeihard tegen datzelfde geloof aantrappen?” Dat vraagt Mariska Orbán, journaliste en hoofdredacteur van het Katholiek Nieuwsblad, zich af in haar in 2011 verschenen boek “Blond, brutaal en bidden”. Orban, die regelmatig met de dood wordt bedreigd als de katholieke kerk weer eens ongunstig in het nieuws is, somt een aantal mogelijke oorzaken van kerkverlating op.
Zo noemt zij als factoren o.a. de dweperigheid, lichtgelovigheid en bijgelovigheid van kerkleden. Toch zinken die elementen in het niet bij de allerbelangrijkste oorzaak van allemaal: de verlichting. Deze krachtige stroming, die opkwam in de zeventiende eeuw, beschouwde het menselijke verstand als het enige middel om de waarheid te leren kennen. Als gevolg daarvan verloor de religie geleidelijk terrein in de ethiek, de politiek en de wetenschappen. Voortaan kon het menselijk verstand immers zelf wel bepalen wat goed en nuttig was, en wat niet. Daar had men geen Heilige Schrift of goddelijke openbaring voor nodig. De rol van de wetenschap nam daardoor toe. Sterker nog: zij werd in toenemende mate gezien als een tegenstrever van God, als het nieuwe Opperwezen dat de vorige godheid langzaam maar zeker verdrong.

Het socialisme en het liberalisme, allebei kinderen van de Verlichting, leggen grote nadruk op de waarde van het individu en op onderwijs als middel om het aardse geluk te bereiken. Want niet het eeuwige geluk in een leven over de drempel van dit bestaan, maar het aardse geluk in het hier en nu staat in de Verlichting centraal. De scheiding tussen kerk en staat is een gevolg van deze ontwikkeling. Een ander uitvloeisel hiervan is het ongelimiteerde vooruitgangsgeloof van de neo-liberalen en het socialistische geloof in ‘de maakbare samenleving’. 
Nu leiden de Verlichting en de uit haar ontstane stromingen niet altijd tot het bestrijden van religie. Bovendien hebben de kerken nog heel lang stand gehouden ondanks deze invloeden. De recente oorzaken van ontkerkelijking moeten dan ook ergens anders worden gezocht. Orbán kent de belangrijkste rol toe aan de ontzuiling, die eind jaren zestig begon. Steeds minder mensen wilden zich nog iets gelegen laten liggen aan traditionele verbanden zoals kerken en verenigingen met een confessionele kleur. Het verzet daartegen groeide. Het ‘gebrek aan verinnerlijking’ en de ‘te strakke interne discipline’ brachten volgens Orban deze ontwikkeling op gang.
Ik denk dat zij vooral met die twee elementen de kern heeft benoemd. Zo kwamen vanaf de zestiger jaren allerlei spirituele en New Age-achtige stromingen op. Een deel van de aanhang bestond aanvankelijk uit mensen die zich in de kerk niet thuis voelden omdat ze geen gehoor vonden voor hun opvattingen en ervaringen. Desondanks hebben de kerken een werkelijke dialoog met deze bewegingen heel lang uitgesteld. Toen men daar uiteindelijk toe overging - zo rond het jaar 2000 - was het al te laat. Zo was ik zelf een keer aanwezig bij een ontmoetingsdag tussen vertegenwoordigers van de PKN en leden van spirituele stichtingen. Uiteindelijk leverde dat, ondanks allerlei mooie praatjes, discussies en voordrachten helemaal niets op. Men eindigde dan ook in een sfeer van ‘agree tot disagree’. Zonder meer teleurstellend.

In diezelfde periode was ik als initiatiefnemer en bestuurslid betrokken bij de oprichting van verschillende spirituele stichtingen. De meeste stonden in het begin nog wel open voor het christendom en contracteerden voor hun avonden sprekers van authentiek-christelijke origine, maar geleidelijk dreven deze organisaties steeds meer weg naar de sfeer van esoterie en New Age. Dat kwam o.a. doordat de achterban steeds meer moeite begon te krijgen met sprekers die een authentiek-christelijk verhaal uitdroegen. De echte kern van New Age is namelijk behoorlijk ant-kerkelijk en anti-christelijk, hoewel ze Jezus niettemin als een ‘verlichte meester’ erkennen. Net als de hippiebeweging uit de zestiger en zeventiger jaren zijn deze mensen erg anti-autoritair en reageren ze vaak – terecht of onterecht – op christelijke sprekers alsof ze allemaal vertegenwoordigers zouden zijn van een streng, dogmatisch instituut dat hen wil voorschrijven wat ze wel en wat ze niet moeten geloven.
De weerzin tegen het christendom zit dus nogal diep, niet alleen bij mensen die vroeger ooit lid waren van een kerk, maar zelfs binnen een deel van de aanhang van New Age. Graag ga ik in het volgende deel in op de manieren waarop die weerzin en die intolerantie zich in de praktijk uiten. Als de oorzaken van de toenemende intolerantie bekend zijn, mag je er namelijk van uit gaan dat je er ook iets aan kunt doen.  Of is het misschien al te laat en is de kloof tussen christenen en de snel seculariserende wereld al te groot geworden?
- wordt vervolgd -

maandag 13 juni 2011

De binnenwereld, New Age en het licht van Christus


De mystieke weg bestaat voor een groot deel uit een afdaling in het schimmenrijk van je binnenste. Zo vergaat het iedereen die er ernst mee maakt. Wie hem doorloopt, ziet niet alleen de grotten en spelonken in het zielenrijk, maar voelt, betast en proeft ze ook. Veel schimmen en gedrochten komt hij daar tegen. Veel monsters komen daar te voorschijn en grijpen hem naar de keel. Soms drijven ze hem zelfs naar de afgrond. Godzijdank draagt hij echter al die tijd - soms zonder het te weten - een fakkel in z'n hand, waardoor hij de weg door die grotten en spelonken vòòr hem kan blíjven zien.

Zonder die fakkel is hij reddeloos verloren. De mystieke weg is immers een poging tot inwijding, zonder kompas, door het onontgonnen gebied van het onbewuste. Toch komt men er altijd sterker uit te voorschijn. Niet door formules te prevelen, jezelf in een yogazit te knopen of oosterse technieken aan te leren. Nee. Het enige oriëntatiepunt bestaat uit het licht en de liefde van Christus. Maar dat is voldoende. Meer heb je helemaal niet nodig.

Zo verging het ook mij. Ik verlangde niet naar hokus pokus of geheimzinnige openbaringen der antieken, niet naar een cursus in wonderen of therapieën die trauma’s uit een imaginair vorig leven genezen. Alle wonderdoeners, New Age-goeroes en zelfbenoemde profeten, waanwijzen, predikers van de wereld, aurahealers, numerologen en hun paradijsvogel-achtige aanhang wees ik resoluut de deur, nadat ik af en toe van hun wonderlijke leringen had geproefd.
De uiterlijke, fysieke wereld – de alledaagse werkelijkheid – bestaat immers louter uit drogbeelden en illusies. Maar binnenin onszelf, met de vlam van onze geest, kunnen we weer de verbinding aangaan met de oneindige geestelijke wereld, waarvan Christus het middelpunt is. Ik heb zelf ervaren dat alle dingen (nou ja, bíjna alle dingen) mogelijk worden als je je innerlijk voor Hem openstelt en je hart toegankelijk maakt voor Zijn liefde.

Goddelijk zijn wij, maar dan alleen in aanleg. Volgens de aanhangers van New Age zijn wij echter allemaal goden. Daarmee doelen zij op het ego dat zichzelf op de troon zet. Ons werkelijke startpunt is echter helemaal niet het innerlijk. We zijn immers geen ongeschapen, maar geschapen wezens. Zoals we ooit zijn ontstaan van buitenaf, door een wilsdaad van God, waarna we gedurende miljarden jaren van die oorsprong zijn afgedwaald omdat we wegtuimelden uit het Oerlicht, zo zullen we ons ook weer een weg terug moeten vechten, terug naar Hem bij wie onze levenstocht begon.

Van ons bestaan vòòrdat wij op aarde kwamen, weten we vrijwel niets. We dronken immers van de Lethe, de rivier der vergetelheid, voordat wij hier werden geboren. Toch zijn de herinneringen aan de voorgeboortelijke wereld niet helemaal verdwenen. Af en toe verschijnen nog flarden daarvan op het netvlies van onze ziel. Het zijn niet de concrete herinneringen zelf die ons dan te binnen schieten, maar het besef dát we er ooit herinneringen aan hadden, zoals een oude man nog vagelijk weet dat hij in zijn vroegste jeugd in een klein dorpje heeft gewoond, zonder dat hem nog scherpe beelden voor ogen staan van het huis of het dorp waarin hij zijn eerste levensjaren sleet. Zo is het gesteld met die voorgeboortelijke herinneringen; ze ontglippen ons als een schim die je vanuit je ooghoeken maar ternauwernood kunt zien, maar opeens verdwenen is zodra je er gericht naar kijkt.

Als wij niet uit het hoge licht waren getuimeld, hadden we nooit hoeven te incarneren op deze duistere wereld die in de greep is van de illusie en de schone schijn. We kunnen ons alleen bevrijden uit de greep van die wereld vol maya door het licht van Christus in ons binnenste toe te laten. Dan doorlicht Zijn liefde ons hart en vlamt het op in liefde voor Hem die ons schiep.
Maar wie – zoals vaak binnen New Age gebeurt - in het labyrint van zijn innerlijk blijft dwalen in de hoop daar het mystieke goud van de alchemisten te vinden, raakt het spoor bijster en verliest zichzelf in eindeloze spiegelingen, drogbeelden en waanbeelden van wijsheid. Waarom? Omdat je je dan bevindt in spiegelzalen vol oud, gebroken licht. Het is afgeleid licht dat je daar door de gangen ziet spelen, stuifmeellicht dat op een zomerdag door het dakraam van een grote zolder binnenvalt en een lichtkolom vol dwarrelend stof vormt in een voor het overige donkere zolderruimte. Het eigenlijke licht van de zon zul je daar nooit vinden, alleen maar reflecties van reflecties daarvan...

Ik zoek mijn heil uiteindelijk in de wereld van de geest buiten me én in m'n binnenste. Het gaat mij om de wisselwerking tussen binnen en buiten, om het laten doorlichten van het hart door Christus. Goden zijn wij, maar dan alleen in aanleg. Pas door de vonk van God in ons binnenste toe te laten worden we gewekt, niet door eindeloos in onszelf rond te cirkelen, zoals New Age de mensen vaak voorhoudt.
De verheerlijking en vergoddelijking van het ego is dan ook één van de grootste spirituele valkuilen van deze tijd. Laten we nooit vergeten dat onze wil en onze liefde wel heel erg belangrijk zijn, maar dat al onze inspanningen pas gezegend worden als we ons liefdevol verbinden met onze Vader. Op eigen kracht draaien we vroeg of laat vast. Maar verbonden met Hem openen zich verten waar we ons nu nog geen voorstelling van kunnen maken.

zaterdag 8 januari 2011

Zijn wij goden?

Steeds vaker hoor ik de laatste tijd mensen zeggen dat we al goden zouden zijn en dat we alleen nog maar het goede en het goddelijke in onszelf hoeven te ontdekken om gelukkig te worden. Soms beschouwen ze dat als dé ontdekking van hun leven en putten zij er tijdelijk veel inspiratie uit. Maar beseffen deze mensen eigenlijk wel waarover ze het hebben?

We weten allemaal dat de geestelijke weg er één is van twijfels, aanvechtingen en verzoekingen - hoe we dat ook verder willen noemen. We gaan allemaal van tijd tot tijd door perioden van angst, onzekerheid en moedeloosheid. Die aanvechtingen worden vaak alleen maar erger als je probeert om ernst te maken met je geloof. Daardoor verander je geleidelijk van binnen. We kunnen immers niet in alle opzichten dezelfde blijven als we oprecht proberen om wijzer en liefdevoller te worden tegenover God, tegenover anderen en tegenover onszelf. Al vechtend en worstelend komen we taaie weerstanden tegen, zowel in onszelf als in de buitenwereld. Daarbij zullen we ook nog vaak ontdekken dat die obstakels in de buitenwereld hard nodig zijn om de zwakten in onszelf aan het licht te brengen, zodat we ze met vallen en opstaan kunnen overwinnen. Wie dergelijke ervaringen opdoet, beseft ook dat hij er álles voor op het spel moet zetten om Jezus echt na te volgen.

Wat zei Hij immers? Hij zei: "Neem je kruis op en volg mij!" Beseffen we eigenlijk wel wat dat betekent? Betekent dat soms, dat we achterover kunnen leunen in het veilige besef dat we er al zouden zijn? Wáár zouden we dan al zijn zónder die navolging? In het 'goddelijke' misschien? Wélk goddelijke? Zijn we dan al 'goden'? Wie zichzelf en zijn binnenste ook maar bij benádering kent, weet dat we volstrekt geen goden zijn, eerder halflichte en halfdonkere creaturen, maar zeker geen lieverdjes!

Wie geen perioden van vertwijfeling, aanvechting en wanhoop heeft gekend, weet niet waarover hij praat als het om de innerlijke loutering gaat. Dan besef je ook dat het volledig waar is wat de mystieken schreven over 'de innerlijke burcht' en over de monsters en peilloos diepe angsten die je tegenkomt op je tocht door het schimmenrijk van het innerlijk. Dat is geen kleinigheid meer. Het is als een tocht door de hel of het louteringsvuur. We komen onszelf daarbij tegen, met alle licht- en schaduwzijden die het menszijn inhoudt. Dan gaan we door de afgronden van het innerlijk - zoekend, tastend, voetje voor voetje. En aan al die mooie boeken die je vòòr die tijd gelezen hebt, heb je dan ongelofelijk weinig meer! Je zult het dan met jezelf en je eigen schaduw moeten uitvechten.

Dát is de leegte, de 'naaktheid', waarin we allemaal ooit komen te staan, of we dat nu willen of niet. Dan maakt het ook helemaal niets meer uit wat we op aarde zijn of waren: arm of rijk, jong of oud, belezen of niet - al die dingen maken dan geen enkel verschil. Want op het innerlijk komt het aan als ons al het uiterlijke uit handen is geslagen. Wie dan overeind blijft, is door geen macht in de buitenwereld meer te verslaan.

Is dat niet wat Jezus bedoelde toen hij zei: "Wie zichzelf overwint, is sterker dan hij, die een stad inneemt"? Wie zijn schaduw overwint, heeft alles al overwonnen. De rest wordt ons geschonken. Dán pas zullen we de hemel bereiken - of dat nu al op aarde is, of in het hiernamaals maakt geen verschil. De hemel verschijnt waar we onszelf de baas zijn geworden door Christus in ons toe te laten. Dat is geen gemakkelijk weg. Het is een weg waarbij we af en toe diep verdeemoedigd zullen worden. Maar er is géén echte geestelijke weg zónder zelfverloochening, zoals er geen echte diamant is zonder dat 'ie eerst aan alle kanten glad wordt geslepen.

De vraag is alleen of we dat ook werkelijk wíllen. Wíllen we dat, of willen we liever veilig aan de kant blijven staan, wegdromend in onze eigen fantasieën, techniekjes, voorwerpen, rituelen en andere uiterlijkheden, die ons nooit verder zullen brengen?

Ten diepste zouden we het wel willen, maar... En dan komen er allerlei tegenwerpingen, smoesjes, kletspraatjes. Gewoon omdat we bang zijn. Bang om het diepe in te gaan. Bang om af te gaan. Bang om te worden uitgelachen, uitgestoten, vernederd. Want we zijn praktisch allemaal bang, laf en klein als ons gevraagd wordt Christus na te volgen. Wie zegt, dat hij of zij Christus zonder problemen durft te volgen in Gethsemane, is een leugenaar of geestelijk verblind.

Ook ikzelf ken die angsten, die worsteling. In feite praat ik net zo hard tegen mezelf. Maar laten we er geen doekjes om winden: de geestelijke weg en de navolging van Christus is een bloedserieuze zaak. Zonder de inzet van onze hele persoon, onze ziel en zaligheid, zal dat nooit lukken. Godzijdank staan we er niet alleen voor.