Posts tonen met het label uittredingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uittredingen. Alle posts tonen

donderdag 22 september 2011

Uittredingen

 
 
Toen ik 7 jaar oud was vond men het nodig om mijn amandelen te knippen. In die tijd was dat heel gewoon, het was een routine-ingreep waarvoor je een dag in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Na uren wachten werd ik door een verpleegster naar een kamertje gebracht waarin een soort tandartsstoel stond. Twee mannen in witte jassen gebaarden me dat ik daarop moest gaan zitten. Ze vertelden me dat ze me eerst in slaap zouden brengen zodat ik geen pijn zou voelen. Daarop zetten ze een kap op mijn mond en vroegen me om het gas, dat eruit kwam, diep in te ademen, net zolang totdat ik in slaap zou vallen. Maar ik had geen zin om te capituleren voor die stinkende troep. Daarom probeerde ik uit alle macht om wakker te blijven.

De assistenten verbaasden zich erover dat ik niet in slaap viel en gaven me opnieuw een dosis. Toen dat niet lukte werd de kap andermaal op mijn mond gezet om me te bedwelmen. Op dat moment gebeurde er iets vreemds. De beide mannen staken een tang in mijn keel, maar ik kon dat van een afstandje zien gebeuren, glashelder zelfs. Vanuit een positie naast één van die beide witjassen kon ik volgen hoe er achterin mijn keel werd gesneden terwijl er ondertussen met een felle lamp in werd geschenen; ik zag mezelf daarbij van een meter afstand zitten. Ook kon ik alles wat ze zeiden prima verstaan. Ik was een paar minuten buiten mijn lichaam geweest!
In 1976 had ik opnieuw zo’n ervaring. Nadat ik op een zomeravond in slaap was gevallen, werd ik opeens wakker. Ik liep door de kamer en wilde het licht aandoen, maar mijn hand gleed telkens door het lichtknopje. Hoe vaak ik het ook probeerde, mijn vinger kreeg er helemaal geen greep op. Eerst ergerde mij dat, maar daarna maakte het me bang. In het late zomeravondlicht stond ik hulpeloos om me heen te kijken. Ik schrok ervan, maar opeens was ik weer terug in mijn lichaam en lag ik op bed. Op dat moment besefte ik dat ik een uittreding had gehad.
Na die laatste ervaring ben ik me in de relatie tussen lichaam en geest gaan verdiepen. Daardoor kwam ik erachter dat uittredingen een normaal verschijnsel zijn in de meeste religies en in de parapsychologie. Onder bepaalde omstandigheden kan de geest van de mens zich van het lichaam verwijderen. De meest radicale vorm van uittreding is de dood, waarbij de geest het lichaam voorgoed achterlaat. Bij normale uittredingen kan de geest nog terugkeren omdat het ‘zilveren koord’, de verbinding tussen lichaam en geest, intact blijft; bij de dood wordt ook die verbinding verbroken. Helderzienden kunnen dat koord zien als een glinsterende band tussen die twee – vandaar die naam.
Meestal treden mensen uit zonder dat men er controle over kan uitoefenen. Toch zijn er ook mensen die dit verschijnsel beheersen. Eén van de bekendste mensen op dat gebied is Emanuel Swedenborg. Hij leefde in de achttiende eeuw en was een wiskundige, uitvinder, filosoof en theoloog. Al in 1718 maakte hij een ontwerp voor een vliegtuig dat, zo is later gebleken, echt had kunnen vliegen. Verder is hij bekend vanwege zijn helderziende waarnemingen. Zijn gaven op dit gebied waren zo beroemd, dat hij in onze tijd ongetwijfeld door Skepsis en Dick Swaab op de korrel was genomen. Zo beschrijft hij in één van zijn boeken hoe hij tijdens langdurige uittredingen andere planeten bezocht. Misschien is dit boek, dat ik een paar jaar geleden las, wel een curiositeit. Vast staat in elk geval wel dat veel uitvindingen, die Swedenborg in zijn eigen tijd deed, later met succes zijn toegepast. De draagvleugelboot is bv. door hem uitgevonden.
Uittredingen spotten met het idee dat ons bewustzijn het resultaat is van de chemische en elektrische processen die zich in onze hersenpan afspelen. Dat geldt vooral voor die gevallen, waarbij mensen zich met hun geest honderden of zelfs duizenden kilometers van hun lichaam verwijderen en dan waarnemingen doen die later tot in detail blijken te kloppen. Als ons bewustzijn inderdaad het product zou zijn van onze hersenfuncties, zoals een grondregel van de medische wetenschap luidt, is zoiets ondenkbaar. Volgens dat principe moet ons bewustzijn immers zetelen in ons fysieke lichaam. Dat dit uitgangspunt niet klopt, blijkt uit de ervaringen die mystici, BDE’ers, priesters en zieners door alle tijden heen hebben opgedaan. De relatie tussen lichaam en geest lijkt meer op die tussen een kledingstuk, dat iemand draagt, en de persoon van de drager. Niet het lichaam, maar de geest is daarbij de bepalende factor, het vormende en sturende element. De drager blijft bestaan, maar het kledingstuk verdwijnt en kan vervangen worden door een ander.
Wanneer ook in de wetenschap de nadruk komt te liggen op de geest van de mens en men het idee loslaat, dat ons brein onze gevoelens en gedachten voortbrengt, verdwijnt de verkramptheid waarmee veel mensen aan uiterlijke en materiële dingen vasthouden. Er komt dan weer zicht op de oneindig veel grotere wereld van de geest, waarin elk mens zich als een schakel in een veel grotere keten kan ervaren. Materie zorgt immers voor afsplitsing en gehechtheid, het geestelijke verruimt en verwijdt onze blik tot ver voorbij deze wereld. Wij zijn niet ons brein, wij zijn onze geest. Daar ligt onze oorsprong en onze bestemming. Daar ligt ook onze hoop op een betere wereld waarvan de kiem nu nog in onszelf verborgen ligt.     

zondag 13 februari 2011

Hoe reizen andere beschavingen door het heelal?

Vroeger was ik een groot liefhebber van de boeken van Erich von Däniken, Jochim Pahl en Stefan Denaerde. Ook werkjes over ufo´s verslond ik, hoewel ik ze met de nodige scepsis las. Al deze schrijvers waren gefascineerd door het idee dat andere beschavingen af en toe onze aarde bezoeken. Volgens hen hebben veel civilisaties het stadium van de interstellaire ruimtevaart bereikt en stimuleren ze de ontwikkeling op planeten waarvan de hoogste levensvormen zich nog met knots en speer staande proberen te houden. Een soort ontwikkelingshulp dus, en niet geheel zonder bijbedoelingen. De aarde moet immers worden opgestoten in de interstellaire vaart der volkeren, zodat ook de andere ruimtevarende intelligenties daarvan kunnen meeprofiteren en het in de ruimte geen rommeltje wordt.

Opvallend bij al deze schrijvers is de Star Trek-achtige manier waarop ze de werkelijkheid van het heelal benaderen. Meestal speelt de techniek een allesoverheersende rol. Toch heb ik daar grote twijfels over. Wat is nl. het belangrijkste doel van de hele materiële schepping? Is dat niet de vergeestelijking van het bewustzijn van de mens en de totale bevrijding uit de wereld van de materie? En als dat het belangrijkste doel van alles is, waarom zouden we dan met technische hulpmiddelen het heelal moeten veroveren? Is dat niet een paradox?

Na het lezen van de boeken van verschillende mystici ben ik dit alles systematisch gaan vergelijken met modern ruimteonderzoek. Daarbij heb ik gemerkt dat er in de hele wereld van de materie wel degelijk één centraal principe is, en wel dat alles in het heelal zich langzaam maar zeker ontwikkelt tot steeds hogere vormen, totdat alles op den duur volkomen vergeestelijkt is en in fysieke zin 'oplost'.
Je ziet dat ook bij sterren, planeten en kometen. Aan het eind van hun ontwikkeling lossen ze volkomen op: ze 'verdampen' als ze hun tijd hebben uitgediend. Precies hetzelfde geldt ook voor de mens. We zijn beslist niet geschapen om in de wereld van de materie te blijven hangen. Dit is maar een tussenstadium, een noodzakelijk kwaad omdat we ooit door een bewuste keuze - de val uit de geestenwereld - onze frequentie hebben verlaagd. Zo kon het stoffelijke heelal ontstaan. Het is een hulpmiddel om via een aantal incarnaties terug te keren naar de geestelijke wereld.

Wat doen nu al die levende wezens op de sterren en planeten? Als ze zich van hun geestelijke opdracht bewust zijn, zullen ze kiezen voor een ontwikkeling van hun geest en niet van de materie, omdat materie op zichzelf genomen praktisch dood is. Miljarden en nog eens miljarden beschavingen zijn er in het heelal. Hun aantal moet zó onnoemelijk groot zijn, dat we dit niet eens met een aards getal uit kunnen drukken. Toch zullen de meest wijze civilisaties nooit beginnen aan een ongeremde technische ontwikkeling. Waarom niet? Het antwoord is simpel: met de geest kun je veel langere en betere reizen maken dan met een ruimteschip.

De Zweedse ontdekker, geleerde en ziener Emanuel Swedenborg heeft dat in zijn boek "Over de aarbollen in ons zonnestelsel" duidelijk laten zien. Hij trad uit en bezocht met zijn geest verschillende werelden. Hij sprak met de bewoners daar. En overal spreken de meer ontwikkelde wezens dezelfde taal: ze kunnen met elkaar communiceren en bezitten een wijsheid, waarbij vergeleken de wijsheid van ons meestal maar een hersenschim is.
Om te reizen in het heelal heb je geen techniek, geen ruimteschepen nodig, maar een wakkere, heldere geest. Een geest die zich volkomen op Jezus richt en vast op Hem vertrouwt. Neem van mij aan dat de rest dan vanzelf gaat. Maar bijna niemand op aarde heeft dát vermogen, díe geestelijke kracht, omdat we in de materie verzonken zijn. Ons bewustzijn is ongelofelijk mat.

Daar zal beslist verandering in komen. De ontwikkeling op aarde kan niet blijven stilstaan, we móeten echt verder. Zoals Jezus de materie volkomen overwon, zo zullen wij dat ook ooit 'es moeten doen. Niet met techniek, niet met ruimteschepen, maar alleen met onze vrije geest, die peilloos ver boven de materie staat.
Wat er tijdens de laatste fase van de wederkomst van Christus zal gebeuren, God only knows. Maar ik weet wel dat dat een transformatie van de aardse omstandigheden zal betekenen waar we ons nauwelijks een voorstelling van kunnen maken.
Wie zullen er na de wederkomst overblijven? Jezus zei ooit: "De zachtmoedigen zullen de aarde beërven". Ik denk dat dat betekent, dat niet de slechte mensen achter zullen blijven, maar juist de liefdevolle, deemoedige mensen. De rest zal weggevoerd worden. Niet met ruimteschepen, maar in de geest. Op andere werelden mogen ze hun ontwikkeling vervolgen. Soms zal dat materiëel gebeuren, soms ook niet. Want ook de geestelijke wereld heeft heel veel sferen waarin de mens kan worden opgevoed.

In die zin kijk ik ook tegen de voorspellingen over de drie dagen van duisternis aan, die volgens velen onmiddellijk voorafgaan aan de transformatie van de aarde. De opvatting dat een heleboel mensen met ruimteschepen van de aarde worden opgehaald, kom je o.a. tegen in de boekjes van Bertha Dudde. Ook binnen New Age doen zulke verhalen de ronde. Toch geloof ik dat niet. UFO's zijn al vaak beschouwd als vertegenwoordigers van de 'goden' of als bezoekers uit een andere dimensie. Ik heb die ideeën bestudeerd, maar er nooit overtuigende bewijzen voor gevonden. UFO's bestaan wel, maar ze kunnen nooit zijn gebouwd door hoogstaande beschavingen. Simpelweg omdat hoogstaande beschavingen hun heil niet zoeken in de materie, maar in de mogelijkheden van de vrije, op God gelijkende geest.
Alleen beschavingen die in het materiële stadium zijn blijven steken, zullen ruimteschepen bouwen die de afstanden tussen de sterren - gemiddeld ca. 4 lichtjaren - kunnen overbruggen. Een bewijs voor hun geestelijke superioriteit is dat echter allerminst. Het wijst eerder op een sterke gehechtheid aan de materie en op een fascinatie voor de verworvenheden van de techniek. De boodschappen die we van dergelijke beschavingen kunnen opvangen, hebben in spiritueel opzicht dan ook maar een heel beperkte waarde. Een civilisatie die immers grondig over haar eigen plaats en oorsprong heeft nagedacht, zal zich vooral in geestelijke zin ontwikkelen en de techniek hooguit gebruiken als een middel om geestelijke doeleinden te verwerkelijken.