Posts tonen met het label bijna-dood-ervaringen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bijna-dood-ervaringen. Alle posts tonen

vrijdag 30 december 2011

BDE’s: de donkere materie van het bewustzijn (2)


Bruce Greyson is psychiater aan de School of Medicine van de Universiteit van Virginia. In die functie heeft hij meer dan 1000 BDE’s onderzocht. Over dat onderzoek verklaarde hij tijdens een interview met de Amerikaanse zender TVPG: “De specifieke kenmerken van een BDE zijn een gevoel van diepe vrede en welbevinden, het gevoel dat men het lichaam verlaat en het zien van een helder licht dat warmte en onvoorwaardelijke liefde uitstraalt. Soms rapporteren mensen dat ze een godheid ontmoeten die ze identificeren als God of Christus. Soms hebben ze het alleen over een almachtig wezen.” 
Hoewel getuigenissen van mensen die zoiets hebben meegemaakt vaak indrukwekkend zijn, gaan veel wetenschappers ervan uit dat deze verhalen niet een reëel hiernamaals beschrijven, maar alleen de uitdrukking zijn van de psychische mechanismen die optreden als mensen in doodsstrijd verkeren. BDE’s zouden binnen die opvatting niet meer zijn dan hallucinaties die de psyche van de mens produceert om de moed erin te houden als de dood héél dicht bij is. Zuurstofgebrek wordt daarbij vaak als de directe, fysieke aanleiding beschouwd waardoor dergelijke ervaringen worden opgeroepen. 
Om deze hypothese te toetsen heeft men in de zeventiger jaren piloten van de Amerikaanse luchtmacht getest. Deze piloten werden in een laboratorium blootgesteld aan heel hoge versnellingen, waardoor het bloed uit hun hoofd wegtrok. Daarbij raakten ze bewusteloos. Toen ze bijkwamen meldden sommigen dat ze dingen hadden ervaren die ook vaak voorkomen in BDE’s. Zo zagen enkele piloten een helder licht. Anderen konden hun eigen lichaam van buitenaf zien. In de medische literatuur noemt men dat de ‘autoscopische ervaring’.
Hoewel de verhalen van enkele piloten dus in een paar opzichten overeen kwamen met echte BDE’s, ontbraken telkens twee essentiële dingen: 1. De verbrokkelde, fragmentarische waarneming die optreedt bij zuurstofgebrek haalt het niet bij de helderheid en de ingewikkelde structuur van echte BDE’s. 2. Ook is er dan geen weerzien met overleden vrienden en familieleden, noch de ervaring van een opperwezen. 
In het boek “Herinneringen aan de dood” van de Amerikaanse cardioloog dr. Michael B. Sabom kwam ik twee andere onderzoeken tegen die zijn verricht naar de gevolgen van zuurstofgebrek in de hersenen. Zo brachten Y. Henderson en H.W. Haggard verschillende proefpersonen in een kamer waarin het zuurstofgehalte langzaam werd verminderd. Ze merkten dat de geestelijke en lichamelijke vermogens van deze mensen geleidelijk afnamen. Op den duur kregen ze last van stuiptrekkingen en problemen met ademhalen. BDE-achtige ervaringen kwamen bij dit experiment niet voor.
In een later uitgevoerd onderzoek van R.A. MacFarland naar de gevolgen van zuurstofgebrek constateerde deze arts dat bergklimmers op hoge bergtoppen lijden aan concentratiestoornissen, een slecht geheugen en prikkelbaarheid. Kortom: ze zijn dan verward en overgevoelig.   

Deze twee onderzoeken die Michael Sabom aanhaalt wijzen dus in dezelfde richting: de manier waarop mensen hun omgeving waarnemen is bij zuurstofgebrek veel chaotischer en meer verbrokkeld dan tijdens bijna-doodervaringen. Het karakteristieke verloop van een BDE en de enorme helderheid en het totaaloverzicht die daar bij horen, zijn bij zuurstofgebrek volledig afwezig. Sabom concludeert dan ook dat zuurstofgebrek niet de oorzaak kan zijn van BDE’s: het gaat hier om een wezenlijk ander type ervaringen.   
Eben Alexander, die zelf een BDE heeft gehad, gaat nog een stap verder. Hij is er rotsvast van overtuigd dat het bewustzijn niet ontstaat door de werking van onze hersenen: volgens hem functioneert het onafhankelijk daarvan. De interactie met de wezens die hij tijdens zijn eigen ervaring zag was zó enorm indringend, complex en onverklaarbaar, dat geen enkele traditionele theorie, die BDE’s moet verklaren, naar zijn mening hiervoor toereikend is. De hersenvliesontsteking, die hem op de rand van de dood bracht, zorgde ervoor dat zijn hersenschors niet meer functioneerde. Maar misschien - zo redeneerde hij - was zijn BDE wel veroorzaakt door gebieden van de hersenen die wat dieper liggen. Vervolgens heeft hij onderzocht of daar misschien de oplossing lag van dit raadsel. Jammer genoeg liep dat onderzoek volledig dood. De meer naar binnen gelegen hersendelen zijn nl. niet in staat om dergelijke ervaringen voort te brengen. 
De enige plausibele verklaring die dr. Alexander kon bedenken voor zijn ervaringen is de aanname dat de mens een geest is die tijdelijk een lichaam bewoont en na de fysieke dood terugkeert naar zijn eigenlijke, geestelijke domein. BDE’ers komen voor enkele minuten in dat geestelijke gebied terecht en kunnen ons vertellen hoe dat eruit ziet en welke wetten en principes daar gelden.
Laten we nu ervan uitgaan dat Alexander en Sabom – naast veel andere onderzoekers – gelijk hebben en BDE’s inderdaad bewijzen vormen van een hiernamaals; wat zijn dan de consequenties ervan voor de wetenschap en voor onze samenleving en onze ethiek? Zijn deze ervaringen nu echt de ‘donkere materie van het bewustzijn’? Graag probeer ik daar in het volgende en laatste deel iets over te zeggen.

dinsdag 30 augustus 2011

Uit het leven van een atheïstische blogger


Niemand wist meer precies hoe het begonnen was, maar één ding was zeker: na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd was hij uitgegroeid tot de beruchtste blogger van de Martinistad. Politiek en religie waren zijn favoriete onderwerpen. Als hij daarover een artikel las dat hem niet zinde werd ‘ie razend. Fluks ging hij dan achter zijn laptop zitten om het toetsenbord te ranselen met zijn reacties. Heerlijk toch, dat internet! Gelovigen, vooral christenen, lustte hij rauw. Hij haatte hen gewoon, die verrekte Gereformeerden, want Gereformeerd waren ze allemaal, die christenen.

Als hij daaraan dacht, trokken beelden van de School met den Bijbel aan hem voorbij Hij herinnerde zich hoe de juf hem geniepig met een latje op zijn handjes had geslagen als hij niet oplette. Ook hoorde hij dan in gedachten de preken van ds. Zeldenrust. Dat waren preken over het geween, het tandengeknars en de martelingen die de goddelozen deelachtig zouden worden als ze dood waren gegaan zonder God of gebod. Terwijl de dominee met weidse armgebaren de hel beschreef, klonk achterin de kerk het geluid van de pepermuntjes die met gedempte knalletjes werden stukgebeten. Als hij aan hun schijnheilige koppen dacht gulpte de woede in hem omhoog. Hij zou ze wel krijgen, die christenzwijnen!

Op een dag, toen hij weer een mooi stukje had geschreven waar hij erg tevreden over was, zei zijn vrouw: “Moar mien jong, wat kest doe ja mooi skriev’n, doe bist ja net ‘n parel!” Ze gaf hem een klapzoen. Een verzaligde glimlach tooide daarop zijn trekken. Vanaf die dag gebruikte hij steevast het pseudoniem ‘parel’. Omdat christenen zijn voornaamste doelwit waren voegde hij daar later ‘voor de zwijnen’ aan toe. Gelovigen waren immers zwijnen, dat wist iedereen die een beetje nadacht. Gelukkig was hij er nog om hen van dat religieuze spinrag af te helpen. Hij had immers geen God nodig, hij gebruikte gewoon zijn gezonde verstand. De wereld was vanuit het niks met een grote knal ontstaan - een beetje vreemd misschien - maar verder was alles volkomen logisch. Dood was gewoon dood, niks bijzonders. Aldus was hij een parel voor de zwijnen, een eenzame kruisridder tegen de ongelovige honden, een omgekeerde Tempelier, een dolende ridder die het volk tegen de orks en trollen van de kerk moest beschermen.

Toen hij net weer een leuk stukje had verstuurd staarde hij glazig naar de straat beneden hem. Het verkeersrumoer drong nauwelijks tot hem door; de parel werd geheel door zijn overpeinzingen in beslag genomen. Aan de muur hingen een paar schilderijtjes die hij had vervaardigd als hij niet achter zijn laptop zat. Figuratieve kunst, leuke probeersels. Maar ook fotografeerde hij graag. Misschien was het wel een aardig idee om na al dat schrijfwerk de omgeving van het Wad op te zoeken, dat leverde vast een paar mooie shots op.
Drie kwartier later parkeerde hij zijn auto langs de doorgaande weg naar Lauwersoog. Heerlijk, die zeelucht: het prikkelde zijn neusgaten. Hij opende de kofferbak om camera, statief en telelenzen te pakken. In gedachten stak hij de drukke weg naar de haven over.

Het laatste wat hij hoorde was het pompende remmen van een witte Mercedes die hem met hoge snelheid schepte. Met een doffe dreun belandde zijn lichaam in de berm. Terwijl zich een grote plas bloed vormde op het wegdek, verloor hij het bewustzijn. Maar tot zijn verbazing kwam hij even later weer bij. Het leek wel alsof hij nu opeens boven de weg zweefde, een tiental meters boven de plaats van het ongeluk. Hij zag zijn verminkte lichaam in het gras liggen; de bestuurder van de Mercedes stond over hem heen gebogen.
Steeds sneller steeg hij nu op naar een oogverblindend licht in de verte, alsof hij er naartoe werd gezogen. En voordat hij er erg in had kwam hij aan in een schemerachtige hal waar mensen aan weerszijden van een gangpad op rustbedden lagen.

“Waar ben ik?”mompelde hij, “ben ik misschien dood?”
“Er is geen dood”, sprak een man naast hem, “er is alleen leven. Maar voor de aarde ben je gestorven.”
Hij verstrakte. Hij had er dus compleet naast gezeten! God allemachtig, wat nu?
De man naast hem lachte. “Weet je wat, parel, ik weet het goed gemaakt. We sturen je weer terug naar de aarde, je komt op de plek waar je zo onvoorzichtig de weg overstak weer tot leven. Maar nu je dit weet, hou je op met het schrijven van die boze stukjes. Daar kom je niet verder mee. Is dat duidelijk?” Parel knikte, het was niet anders.

Toen hij drie maanden later uit het ziekenhuis ontslagen werd was hij een ander mens geworden. Opener. Vrijer. En hij blogde nooit meer. Op al zijn doeken legde hij de natuur vast en de mensen van wie hij hield. Vanaf die dag droeg hij de naam parel met ere. En het schilderen ging beter dan ooit tevoren. De dood bestond voor hem niet meer, alleen leven.

woensdag 15 juni 2011

BDE-onderzoek, eindeloos bewustzijn en bewustzijnsvernauwing


Wie enkele eeuwen geleden ketterse opvattingen verkondigde over God, hiernamaals of heelal moest voor zijn leven vrezen. De kans was groot dat hij op de brandstapel eindigde, in mootjes werd gehakt of op een andere, even pijnlijke manier naar de andere wereld werd geholpen. Het gebrek aan wetenschappelijke verbeeldingskracht bij de autoriteiten was vaak omgekeerd evenredig aan de creativiteit waarmee men ketterse nieuwlichters te lijf ging, vaak met fatale gevolgen.


Gelukkig ligt de tijd van hakblokken nu achter ons. Maar de weerstand tegen nieuwe ideeën is niet verdwenen. Er zijn nu andere manieren om mensen te lynchen als ze ideeën verkondigen die afwijken van wat door de meerderheid wordt geloofd. Tegenwoordig gebeurt dat meestal digitaal. Kennis van zaken is niet meer nodig, wel een toetsenbord, een p.c. en een internetaansluiting. De richtingenstrijd heeft zich van het marktplein en het gerechtsgebouw naar het internet verplaatst - de emoties zijn onveranderd dezelfde gebleven.  

De cardioloog Pim van Lommel is één van de mensen die dit aan den lijve heeft ondervonden. Na het verschijnen in 2007 van zijn boek “Eindeloos bewustzijn – een wetenschappelijke visie op de bijna-dood-ervaring” barstte de discussie hierover in alle hevigheid los. Veel bloggers, die dat boek niet eens hadden gelezen, verklaarden het voor onwetenschappelijk. Geleerden gingen op hun beurt ijverig aan de slag om de belangrijkste conclusies ervan onderuit te schoffelen.
De reden voor al dat gekrakeel ligt voor de hand: zijn conclusies waren vernietigend voor het medische paradigma dat ons bewustzijn het product zou zijn van onze hersenfuncties. In die gedachtengang verdwijnt ons bewustzijn bij de fysieke dood. Van Lommel toonde echter aan dat mensen tijdens de klinische dood vaak een veel helderder bewustzijn hebben dan tijdens het normale waakbewustzijn. Ze ontmoetten overleden vrienden en verwanten, kregen een andere, mooiere wereld te zien en soms ook een blik op dingen die nog moesten komen. Dat wijst erop dat onze geest de dood overleeft – en dat is iets wat veel mensen niet willen accepteren. Het heeft immers enorme consequenties voor onze manier van denken. Men dacht dankzij Verlichting en secularisatie van al die veronderstelde religieuze onzin af te zijn – en nu kwam er opeens een wetenschapper die meende dat hij het voortbestaan van ons bewustzijn na de dood had aangetoond? Afmaken die hap, want straks komt al die religieuze nonsens over hemel & hel weer terug, weliswaar verpakt in een wetenschappelijk jasje, maar daardoor nog veel moeilijker te bestrijden!
Paradoxaal genoeg zijn door die houding juist die groepen, die zichzelf als vertegenwoordigers van de Verlichting en de Vooruitgang beschouwen, verworden tot een achterhoede die een verbeten moddergevecht levert tegen nieuwe inzichten die door het BDE-onderzoek zijn verkregen. Wetenschappelijk gezien is het idee dat BDE’s slechts hallucinaties zijn als gevolg van zuurfstofgebrek in de hersenen volkomen onhoudbaar gebleken. In zijn boek “Herinneringen aan de dood” heeft dr. Michael B. Sabom, een cardioloog uit de VS, dit met grote precisie aangetoond. Bijna-dood-ervaringen treden immers op als er helemaal geen hersenactiviteit meer is. Klinisch gezien is de patiënt tijdens een BDE dus dood. Sabom kwam tot de conclusie dat een zuurstoftekort in de hersenen ongeveer dezelfde ervaringen veroorzaakt als psychedelische drugs. De consistentie, de helderheid en de grote cognitieve scherpte die kenmerkend zijn voor bijna-dood-ervaringen ontbreken dan echter. Ook van andere verklaringen, waarbij wordt uitgegaan van fysieke oorzaken, heeft hij aangetoond dat ze volledig onhoudbaar zijn, bv. de gedachte dat BDE's zouden ontstaan door chemische veranderingen in de hersenen tijdens het stervensproces.

Sabom is niet de enige die heeft aangetoond dat zuurstofgebrek nooit de oorzaak kan zijn van BDE’s. Uit de studies van Y.Henderson en H.W. Haggard - en een aanvullend onderzoek van R.M. McFarland - naar het effect van zuurstofgebrek in de hersenen, blijkt dat het waarnemingsvermogen van de mens bij het afnemen van de zuurstoftoevoer naar de hersenen steeds meer wordt verstoord. Dat staat in schril contrast met de enorme helderheid van geest die wordt beschreven door mensen die een BDE hadden. Sabom concludeert dan ook: “De reeks van gebeurtenissen die kenmerkend zijn voor een BDE wordt niet in gang gezet door de toenemende verlaging van het zuurstofniveau van de hersenen tot bewusteloosheid intreedt. Dus kan zuurstofgebrek in de hersenen geen verklaring vormen voor de wijze waarop een BDE zich manifesteert."
Is de discussie daarmee nu afgelopen? Absoluut niet. Er zijn veel meer pogingen gedaan om te bewijzen dat mensen tijdens een BDE niet echt dood zijn, of dat hun ervaringen het gevolg zijn van de chemische processen tijdens het sterven. De belangrijkste aanwijzing – hoewel geen wetenschappelijk bewijs - voor de echtheid van BDE’s wordt daarbij meestal over het hoofd gezien. De ingrijpende ervaringen die mensen hierbij hebben zorgen voor een complete verandering van hun persoon: ze worden vaak veel socialer, liefdevoller en minder ego-gericht. Wie aangeraakt wordt door de eeuwigheid hecht minder aan dit leven en meer aan alles wat het tijdelijke overstijgt: de liefde voor anderen, eerbied voor de wereld om ons heen, respect voor alles wat leeft.

Wetenschappelijk gezien schiet je daar misschien niet veel mee op, maar op de samenleving als geheel heeft het wel een grote invloed. Naar schatting hebben ca. 600.000 Nederlanders ooit een BDE gehad. Het zou mij niet verbazen als dat gegeven uiteindelijk de doorslag zal geven bij alle discussies die hierover worden gevoerd. De kans is groot dat de dood over niet al te lange tijd zal worden gezien als een verandering van het bewustzijn, niet als het definitieve einde ervan.