Posts tonen met het label leven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leven. Alle posts tonen

zaterdag 19 november 2011

Existentie



Existentie
 
In steeds eender, ander licht
en vaak tegen beter weten in
trekken wij onze sporen op aarde:
na de diepten van de nacht
is er immer een nieuwe dageraad
die voorbij de einder op ons wacht.
 
Door elk gevecht met de engel
verliezen wij aan zwaarte
maar winnen wij aan gewicht –
totdat wij te langen leste,
verankerd op Christus’ liefdeslicht,
bevrijd van alle aardse dromen,
langs een flonkerend lint van sterren
in het Vaderhuis worden opgenomen.

De wervelende tunnel van de tijd
kent geen eind en geen begin –
als het leven zelf zijn wij:
de eeuwigheid ruist diep binnenin.


dinsdag 30 augustus 2011

Uit het leven van een atheïstische blogger


Niemand wist meer precies hoe het begonnen was, maar één ding was zeker: na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd was hij uitgegroeid tot de beruchtste blogger van de Martinistad. Politiek en religie waren zijn favoriete onderwerpen. Als hij daarover een artikel las dat hem niet zinde werd ‘ie razend. Fluks ging hij dan achter zijn laptop zitten om het toetsenbord te ranselen met zijn reacties. Heerlijk toch, dat internet! Gelovigen, vooral christenen, lustte hij rauw. Hij haatte hen gewoon, die verrekte Gereformeerden, want Gereformeerd waren ze allemaal, die christenen.

Als hij daaraan dacht, trokken beelden van de School met den Bijbel aan hem voorbij Hij herinnerde zich hoe de juf hem geniepig met een latje op zijn handjes had geslagen als hij niet oplette. Ook hoorde hij dan in gedachten de preken van ds. Zeldenrust. Dat waren preken over het geween, het tandengeknars en de martelingen die de goddelozen deelachtig zouden worden als ze dood waren gegaan zonder God of gebod. Terwijl de dominee met weidse armgebaren de hel beschreef, klonk achterin de kerk het geluid van de pepermuntjes die met gedempte knalletjes werden stukgebeten. Als hij aan hun schijnheilige koppen dacht gulpte de woede in hem omhoog. Hij zou ze wel krijgen, die christenzwijnen!

Op een dag, toen hij weer een mooi stukje had geschreven waar hij erg tevreden over was, zei zijn vrouw: “Moar mien jong, wat kest doe ja mooi skriev’n, doe bist ja net ‘n parel!” Ze gaf hem een klapzoen. Een verzaligde glimlach tooide daarop zijn trekken. Vanaf die dag gebruikte hij steevast het pseudoniem ‘parel’. Omdat christenen zijn voornaamste doelwit waren voegde hij daar later ‘voor de zwijnen’ aan toe. Gelovigen waren immers zwijnen, dat wist iedereen die een beetje nadacht. Gelukkig was hij er nog om hen van dat religieuze spinrag af te helpen. Hij had immers geen God nodig, hij gebruikte gewoon zijn gezonde verstand. De wereld was vanuit het niks met een grote knal ontstaan - een beetje vreemd misschien - maar verder was alles volkomen logisch. Dood was gewoon dood, niks bijzonders. Aldus was hij een parel voor de zwijnen, een eenzame kruisridder tegen de ongelovige honden, een omgekeerde Tempelier, een dolende ridder die het volk tegen de orks en trollen van de kerk moest beschermen.

Toen hij net weer een leuk stukje had verstuurd staarde hij glazig naar de straat beneden hem. Het verkeersrumoer drong nauwelijks tot hem door; de parel werd geheel door zijn overpeinzingen in beslag genomen. Aan de muur hingen een paar schilderijtjes die hij had vervaardigd als hij niet achter zijn laptop zat. Figuratieve kunst, leuke probeersels. Maar ook fotografeerde hij graag. Misschien was het wel een aardig idee om na al dat schrijfwerk de omgeving van het Wad op te zoeken, dat leverde vast een paar mooie shots op.
Drie kwartier later parkeerde hij zijn auto langs de doorgaande weg naar Lauwersoog. Heerlijk, die zeelucht: het prikkelde zijn neusgaten. Hij opende de kofferbak om camera, statief en telelenzen te pakken. In gedachten stak hij de drukke weg naar de haven over.

Het laatste wat hij hoorde was het pompende remmen van een witte Mercedes die hem met hoge snelheid schepte. Met een doffe dreun belandde zijn lichaam in de berm. Terwijl zich een grote plas bloed vormde op het wegdek, verloor hij het bewustzijn. Maar tot zijn verbazing kwam hij even later weer bij. Het leek wel alsof hij nu opeens boven de weg zweefde, een tiental meters boven de plaats van het ongeluk. Hij zag zijn verminkte lichaam in het gras liggen; de bestuurder van de Mercedes stond over hem heen gebogen.
Steeds sneller steeg hij nu op naar een oogverblindend licht in de verte, alsof hij er naartoe werd gezogen. En voordat hij er erg in had kwam hij aan in een schemerachtige hal waar mensen aan weerszijden van een gangpad op rustbedden lagen.

“Waar ben ik?”mompelde hij, “ben ik misschien dood?”
“Er is geen dood”, sprak een man naast hem, “er is alleen leven. Maar voor de aarde ben je gestorven.”
Hij verstrakte. Hij had er dus compleet naast gezeten! God allemachtig, wat nu?
De man naast hem lachte. “Weet je wat, parel, ik weet het goed gemaakt. We sturen je weer terug naar de aarde, je komt op de plek waar je zo onvoorzichtig de weg overstak weer tot leven. Maar nu je dit weet, hou je op met het schrijven van die boze stukjes. Daar kom je niet verder mee. Is dat duidelijk?” Parel knikte, het was niet anders.

Toen hij drie maanden later uit het ziekenhuis ontslagen werd was hij een ander mens geworden. Opener. Vrijer. En hij blogde nooit meer. Op al zijn doeken legde hij de natuur vast en de mensen van wie hij hield. Vanaf die dag droeg hij de naam parel met ere. En het schilderen ging beter dan ooit tevoren. De dood bestond voor hem niet meer, alleen leven.

zondag 3 juli 2011

Bijna-dood-ervaringen en het mensbeeld in de medische wetenschap


"Een vooroordeel is moeilijker te splitsen dan een atoom". 

Deze uitspraak van Albert Einstein citeert Pim van Lommel in zijn boek "Eindeloos bewustzijn" om aan te geven hoe hardnekkig de wetenschappelijke wereld vasthoudt aan het idee dat het bewustzijn een product is van de hersenen. Door activiteit in de menselijke hersenen zou ons bewustzijn tot stand komen. Alsof ons lichaam niet meer is dan een machine.  


Voor de medische wetenschap heeft deze materialistische uitgangspositie enorme consequenties. Als men deze gedachte immers toepast, betekent dat ook dat het bewustzijn zou verdwijnen bij zgn. 'flatliners', d.w.z. mensen bij wie geen hersenactiviteit meer kan worden geregistreerd. Toch kan d.m.v. wetenschappelijk onderzoek naar BDE's worden aangetoond dat ook dan ervaringen mogelijk zijn. Sterker nog: onderzoek naar BDE's leert dat het menselijke bewustzijn bij afwezigheid van aantoonbare hersenactiviteit juist scherper, indringender en alomvattender is dan tijdens het normale waakbewustzijn ooit het geval is geweest. 

Het menselijke bewustzijn is dan niet meer aan tijd en plaats gebonden. Het verkrijgt daardoor vaak inzichten, die ver uitstijgen boven datgene, waar men zich tijdens het normale waakbewustzijn mee vertrouwd heeft gemaakt. Ook ervaart men de continuïteit tussen leven en dood: het bewustzijn houdt na de dood niet op. Bovendien beseft men, dat alles met alles verbonden is en dat alles wat je doet of 'uitzendt', vroeg of laat vanuit je omgeving bij jezelf terugkeert. 

Het mensbeeld dat op die manier wordt verkregen, verschilt hemelsbreed van het traditionele medische model. Meestal wordt in de medische wetenschap aangenomen dat het bewustzijn een manifestatie of product is van de hersenactiviteit. En het is juist dat vooroordeel - meer is het immers niet - dat in de bewoordingen van Einstein "moeilijker te splitsen is dan een atoom". 

Wat voor consequenties heeft dit mensbeeld nu voor de medische wetenschap en ethiek? Wat voor gevolgen zou het bv. ook kunnen hebben voor de psychiatrie en de psycho-geriatrie? 
Als men eenmaal het traditionele concept ('het bewustzijn is een product van de hersenen') heeft losgelaten, gaat men wezenlijk anders aankijken tegen vraagstukken van leven en dood. Het besef dat het bewustzijn met de dood niet ophoudt, zorgt ervoor dat men het leven minder verkrampt probeert te rekken. De biologische dood maakt immers geen einde aan het bewustzijn, maar verandert alleen de condities waarbinnen de menselijke geest de wereld waarneemt. 

Tegelijkertijd zorgt het ervoor dat men minder snel euthanasie zal toepassen. Men hoeft dan immers niet meer zo geweldig bang te zijn voor alle processen die met sterven en de dood te maken hebben. Daardoor ontstaat ook het besef dat men de natuurlijke processen zo veel mogelijk zijn gang moet laten gaan. 

Voor de psychiatrie lijken de consequenties me verstrekkend. Als het menselijke bewustzijn immers wel gebruik maakt van de hersenen, maar daar niet van afhankelijk is, is het wel mogelijk om het bewustzijn tijdelijk met psychofarmaca te beïnvloeden, maar het verandert de mens zelf in feite niet, omdat de menselijke geest er niet door wordt bereikt of veranderd. Hooguit kun je de menselijke geest beperken in zijn mogelijkheden om de hersenen te gebruiken als instrument om zich te manifesteren en te uiten. Anders gezegd: je dempt het bewustzijn van iemand kunstmatig af, maar de persoon zelf verandert er niet door. 

Daaruit mag de conclusie worden getrokken dat de behandeling met psychofarmaca geen echte behandeling is. Dat je iemand met psychofarmaca werkelijk zou kunnen genezen, is gewoon een illusie. Ik durf die stelling wel aan. Mede door het feit dat psychofarmaca vaak gigantisch veel bijwerkingen vertonen (sommige ervan zetten zelfs aan tot suïcide, zoals bij SSRI's is aangetoond) en bij langdurig gebruik het leven kunnen bekorten (intoxicatie, hartfalen e.d.) lijken ze me eerder kwaad te doen dan goed. 

Ik denk dat de consequenties in feite nog véél verder gaan dan deze korte opsomming laat zien. Het loslaten van het wetenschappelijke axioma dat het bewustzijn van de mens zou eindigen met de dood, zal onze hele manier van denken en wetenschap bedrijven grondig veranderen - waarschijnlijk even grondig als de publicatie van "De revolutionibus orbium coelestium" van Copernicus, waarmee hij aantoonde dat de planeten om de zon draaien en niet andersom. In plaats van ons blind te staren op dit ene fysieke leven zullen we ontdekken dat het deel uitmaakt van een geheel dat veel groter is dan we ooit hadden kunnen vermoeden.

zondag 13 februari 2011

Hoe reizen andere beschavingen door het heelal?

Vroeger was ik een groot liefhebber van de boeken van Erich von Däniken, Jochim Pahl en Stefan Denaerde. Ook werkjes over ufo´s verslond ik, hoewel ik ze met de nodige scepsis las. Al deze schrijvers waren gefascineerd door het idee dat andere beschavingen af en toe onze aarde bezoeken. Volgens hen hebben veel civilisaties het stadium van de interstellaire ruimtevaart bereikt en stimuleren ze de ontwikkeling op planeten waarvan de hoogste levensvormen zich nog met knots en speer staande proberen te houden. Een soort ontwikkelingshulp dus, en niet geheel zonder bijbedoelingen. De aarde moet immers worden opgestoten in de interstellaire vaart der volkeren, zodat ook de andere ruimtevarende intelligenties daarvan kunnen meeprofiteren en het in de ruimte geen rommeltje wordt.

Opvallend bij al deze schrijvers is de Star Trek-achtige manier waarop ze de werkelijkheid van het heelal benaderen. Meestal speelt de techniek een allesoverheersende rol. Toch heb ik daar grote twijfels over. Wat is nl. het belangrijkste doel van de hele materiële schepping? Is dat niet de vergeestelijking van het bewustzijn van de mens en de totale bevrijding uit de wereld van de materie? En als dat het belangrijkste doel van alles is, waarom zouden we dan met technische hulpmiddelen het heelal moeten veroveren? Is dat niet een paradox?

Na het lezen van de boeken van verschillende mystici ben ik dit alles systematisch gaan vergelijken met modern ruimteonderzoek. Daarbij heb ik gemerkt dat er in de hele wereld van de materie wel degelijk één centraal principe is, en wel dat alles in het heelal zich langzaam maar zeker ontwikkelt tot steeds hogere vormen, totdat alles op den duur volkomen vergeestelijkt is en in fysieke zin 'oplost'.
Je ziet dat ook bij sterren, planeten en kometen. Aan het eind van hun ontwikkeling lossen ze volkomen op: ze 'verdampen' als ze hun tijd hebben uitgediend. Precies hetzelfde geldt ook voor de mens. We zijn beslist niet geschapen om in de wereld van de materie te blijven hangen. Dit is maar een tussenstadium, een noodzakelijk kwaad omdat we ooit door een bewuste keuze - de val uit de geestenwereld - onze frequentie hebben verlaagd. Zo kon het stoffelijke heelal ontstaan. Het is een hulpmiddel om via een aantal incarnaties terug te keren naar de geestelijke wereld.

Wat doen nu al die levende wezens op de sterren en planeten? Als ze zich van hun geestelijke opdracht bewust zijn, zullen ze kiezen voor een ontwikkeling van hun geest en niet van de materie, omdat materie op zichzelf genomen praktisch dood is. Miljarden en nog eens miljarden beschavingen zijn er in het heelal. Hun aantal moet zó onnoemelijk groot zijn, dat we dit niet eens met een aards getal uit kunnen drukken. Toch zullen de meest wijze civilisaties nooit beginnen aan een ongeremde technische ontwikkeling. Waarom niet? Het antwoord is simpel: met de geest kun je veel langere en betere reizen maken dan met een ruimteschip.

De Zweedse ontdekker, geleerde en ziener Emanuel Swedenborg heeft dat in zijn boek "Over de aarbollen in ons zonnestelsel" duidelijk laten zien. Hij trad uit en bezocht met zijn geest verschillende werelden. Hij sprak met de bewoners daar. En overal spreken de meer ontwikkelde wezens dezelfde taal: ze kunnen met elkaar communiceren en bezitten een wijsheid, waarbij vergeleken de wijsheid van ons meestal maar een hersenschim is.
Om te reizen in het heelal heb je geen techniek, geen ruimteschepen nodig, maar een wakkere, heldere geest. Een geest die zich volkomen op Jezus richt en vast op Hem vertrouwt. Neem van mij aan dat de rest dan vanzelf gaat. Maar bijna niemand op aarde heeft dát vermogen, díe geestelijke kracht, omdat we in de materie verzonken zijn. Ons bewustzijn is ongelofelijk mat.

Daar zal beslist verandering in komen. De ontwikkeling op aarde kan niet blijven stilstaan, we móeten echt verder. Zoals Jezus de materie volkomen overwon, zo zullen wij dat ook ooit 'es moeten doen. Niet met techniek, niet met ruimteschepen, maar alleen met onze vrije geest, die peilloos ver boven de materie staat.
Wat er tijdens de laatste fase van de wederkomst van Christus zal gebeuren, God only knows. Maar ik weet wel dat dat een transformatie van de aardse omstandigheden zal betekenen waar we ons nauwelijks een voorstelling van kunnen maken.
Wie zullen er na de wederkomst overblijven? Jezus zei ooit: "De zachtmoedigen zullen de aarde beërven". Ik denk dat dat betekent, dat niet de slechte mensen achter zullen blijven, maar juist de liefdevolle, deemoedige mensen. De rest zal weggevoerd worden. Niet met ruimteschepen, maar in de geest. Op andere werelden mogen ze hun ontwikkeling vervolgen. Soms zal dat materiëel gebeuren, soms ook niet. Want ook de geestelijke wereld heeft heel veel sferen waarin de mens kan worden opgevoed.

In die zin kijk ik ook tegen de voorspellingen over de drie dagen van duisternis aan, die volgens velen onmiddellijk voorafgaan aan de transformatie van de aarde. De opvatting dat een heleboel mensen met ruimteschepen van de aarde worden opgehaald, kom je o.a. tegen in de boekjes van Bertha Dudde. Ook binnen New Age doen zulke verhalen de ronde. Toch geloof ik dat niet. UFO's zijn al vaak beschouwd als vertegenwoordigers van de 'goden' of als bezoekers uit een andere dimensie. Ik heb die ideeën bestudeerd, maar er nooit overtuigende bewijzen voor gevonden. UFO's bestaan wel, maar ze kunnen nooit zijn gebouwd door hoogstaande beschavingen. Simpelweg omdat hoogstaande beschavingen hun heil niet zoeken in de materie, maar in de mogelijkheden van de vrije, op God gelijkende geest.
Alleen beschavingen die in het materiële stadium zijn blijven steken, zullen ruimteschepen bouwen die de afstanden tussen de sterren - gemiddeld ca. 4 lichtjaren - kunnen overbruggen. Een bewijs voor hun geestelijke superioriteit is dat echter allerminst. Het wijst eerder op een sterke gehechtheid aan de materie en op een fascinatie voor de verworvenheden van de techniek. De boodschappen die we van dergelijke beschavingen kunnen opvangen, hebben in spiritueel opzicht dan ook maar een heel beperkte waarde. Een civilisatie die immers grondig over haar eigen plaats en oorsprong heeft nagedacht, zal zich vooral in geestelijke zin ontwikkelen en de techniek hooguit gebruiken als een middel om geestelijke doeleinden te verwerkelijken.

vrijdag 26 november 2010

De eeuwige reis


Uit een baaierd van licht, de oernevel van de geest
dalen wij als een nietig vonkje naar de aarde af.
Gewist wordt de herinnering aan al wat is geweest;
als onbeschreven blad leren we van de wieg tot het graf.

Deze wereld is niet meer dan een schakel in een eindeloze keten,
een speelplaats, een toneel: speler en toeschouwer zijn wij tegelijk,
balancerend tussen liefde en ego, oerdrift en geweten,
bannelingen uit de hemel, engelen in wording in 't materiële rijk.

Trede voor trede klimmen wij naar de hemel op, ons hoogste doel.
Al wat wij achterlaten zijn kinderen, tekens en sporen.
Wij zijn reizigers die tastend voortgaan op verstand en gevoel,
totdat we niet uit het lichaam, maar uit de geest worden geboren.

In een lichtzee worden we tot slot als engelen binnengehaald
als alle lessen van 't materiële rijk door ons zijn geleerd.
Als we de overwinning op de illusies van het ik hebben behaald
worden alle tranen gedroogd en wonden in liefde getransformeerd.

zondag 7 november 2010

Gedicht: intercity

Onafwendbaar naderen wij het onbekende doel
dat in de sluier van de toekomst verloren gaat.
Niet door berekening, maar op de tastzin van 't gevoel
bespeuren wij wat ons daar te wachten staat.

Engelen reizen met ons mee, wegwijzers van de geest;
ze fluisteren ons hun zachtheid en hun dromen in.
Wie als een engel de ogen van de ander leest,
is slechts op liefde uit, nooit op zelfzucht of gewin.

Tot slot bereiken wij 't allerlaatste station.
De trein remt af, alle sporen komen hier samen.
Er is een druk gewemel op het perron
en iemand leest van alle reizigers de namen.

Over ons wordt niet geoordeeld. Niet de wet,
maar de liefde is het die uiteindelijk regeert.
Het enige waar de baas van 't station op let
is de vraag wat we van de reis hebben geleerd.