Posts tonen met het label kosmos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kosmos. Alle posts tonen

dinsdag 5 februari 2013

Kirsten Dunst als bruid van de dood in “Melancholia”

 Kirsten Dunst als de bruid Justine in "Melancholia"
 
Films waarin de mensheid bijna kopje onder gaat, zijn er zo langzamerhand een heleboel. Ik denk daarbij aan “Asteroid”, “The Day after Tomorrow” en “2012”. De nadruk in deze producties ligt meestal op het vette spektakel. Wolkenkrabbers storten als kaartenhuizen in elkaar, tsunami´s overspoelen met nietsontziend geweld de kust en snelwegen zijn verstopt met automobilisten die in paniek aan apocalyptische verschrikkingen proberen te ontkomen. Veel minder vaak worden films uitgebracht waarin de regisseur probeert te laten zien welk effect zo’n catastrofe heeft op de psyche van degenen die erdoor worden getroffen. Lars von Trier deed met zijn in 2011 uitgebrachte `Melancholia´ een poging om dat thema nader uit te werken; ik denk dat hij in zijn opzet is geslaagd.

De hoofdrol in deze productie is weggelegd voor de actrice Kirsten Dunst. Zij speelt de rol van de depressieve Justine. ‘Melancholia’ begint met een close up van haar. Uiterst traag en met een in-trieste blik opent zij haar ogen, alsof ze het liefst meteen weer terug zou willen zinken in een diepe lethargie. Deze openingsscene wordt gevolgd door minutenlange beelden in slow motion van een parkachtig landschap. Aan de hemel is niet alleen de maan te zien, maar ook een planeet die een blauwige gloed werpt over het landschap. Deze opnamen worden afgesloten met beelden van een botsing tussen deze planeet en de aarde.
In feite is dat de essentie van de hele film: melancholie die zó onnoemelijk zwaar is, dat hij leidt tot het definitieve einde. Toch zou je dat niet denken als je kijkt naar wat er op die slow motion-beelden volgt. De eerste helft van de film speelt zich namelijk af in een landhuis waar een pas getrouwd paar zijn bruiloftsfeest viert. De bruid Justine, gespeeld door Kirsten, probeert de schijn op te houden dat ze gelukkig is, maar achter dat masker wordt ze verteerd door angst en diepe melancholie. Naarmate de avond vordert vlucht ze daarom steeds vaker de feestzaal uit. Haar zus Claire, gespeeld door Charlotte Gainsbourg, en haar zwager, een rol van Kiefer Sutherland, weten haar telkens over te halen om terug te keren, maar haar gedrag blijft zonderling.
Zo rijdt ze ’s avonds laat in een golfkarretje door het park rondom het landhuis om naar een blauwe planeet te kijken die de aarde steeds dichter nadert. Iedereen weet dat hij de aarde rakelings zal passeren, maar het is onzeker wat er daarna gaat gebeuren: misschien keert hij daarna terug om op de aarde te botsen. Bij een volgende ontsnapping uit de feestzaal komt één van de gasten, een collega van haar, bezorgd achter haar aan. Zonder veel omhaal gooit ze hem op het gazon en heeft seks met hem, en dat nota bene op de avond van haar bruiloftsfeest. Alsof er niets gebeurd is, loopt ze daarna terug naar de feestzaal.
Rond middernacht gaat ze samen met haar nieuwbakken echtgenoot naar de bruidssuite. Verlekkerd begint hij zich uit te kleden, maar merkt al snel dat zijn bruid geen gemeenschap met hem wil en de kamer verlaat. Als hij even later ziet dat ze ook nog ruzie met één van de gasten staat te maken, besluit hij om afscheid van haar te nemen.
In het tweede gedeelte van de film wordt steeds duidelijker dat de planeet Melancholia op ramkoers ligt. Opvallend genoeg wordt Claire, die haar zaakjes altijd zo goed voor elkaar heeft, steeds onrustiger, terwijl de depressieve Justine steeds kalmer wordt. Af en toe kijkt Claire naar internetpagina’s met een prognose van de baan van Melancholia. Die zien er niet best uit: na een nauwe passage spiraleert de planeet terug naar de aarde, waarna ze op elkaar zullen botsen. Haar man John probeert haar gerust te stellen, maar dat is maar toneelspel: als duidelijk wordt dat een botsing onvermijdelijk is, pleegt hij zelfmoord. Justine reageert heel anders. In de nacht voor de ramp loopt ze naar buiten en gaat in het blauwe schijnsel van Melancholia naakt op een rots liggen, met haar gezicht naar de planeet toegekeerd. Ze ziet er heel kalm uit, alsof het vooruitzicht van het einde haar oplucht. Het lijkt wel alsof ze met de planeet flirt. 

Justine en Claire staren naar Melancholia.

In het zicht van het definitieve einde voeren de zussen de volgende dag hun laatste gesprekken. Justine is ervan overtuigd dat er geen weg terug is. “Er is alleen leven op aarde”, zegt ze. “Maar niet lang meer”, laat ze er met trillende stem op volgen. Ze weet zeker dat niemand de mensheid ooit zal missen. “De aarde is kwaadaardig. We hoeven er niet om te rouwen.” Vlak voor het moment van de botsing gaan de beide zussen, samen met het zoontje van Claire, naar het gazon voor het landhuis om het einde af te wachten. De film eindigt in een oogverblindende gloed van blauwwit licht, waarna een diepe stilte valt. De aarde heeft opgehouden te bestaan.
Deze film heeft diepe indruk op me gemaakt. Zo vond ik Kirsten Dunst in haar rol van Justine fenomenaal goed. Heel geloofwaardig speelt zij de rol van een zwaar depressieve jonge vrouw. Dat ze er op het filmfestival van Cannes in 2011 een award mee won als beste actrice vind ik dan ook terecht. Maar deprimerend vond ik de film desondanks wel. Er is wat mij betreft maar één tegengif tegen dat gevoel: het besef dat we elkaar vooral als medemensen moeten zien. Dreigingen uit de kosmos werpen ons terug op de essentie. Een open, liefdevolle houding tegen elkaar is voor mijn gevoel dan ook ontzettend waardevol. Samen kunnen we zo’n dreiging misschien aan, maar een diep verdeelde mensheid staat machteloos als er ooit een planeet of grote planetoïde op ons afstormt. En ooit zal dat gebeuren.  

Impending disaster: de planeet doemt op boven de horizon.
 
Slotscène van Melancholia: Justine bouwt een 'magische hut' voor het zoontje van Claire en vertelt hem dat ze daar veilig zullen zijn. Gedrieën wachten ze het einde van de wereld af.  

dinsdag 2 oktober 2012

Integratie, een doodnormaal kosmisch verschijnsel


 
In bijna elk land zijn wel politici te vinden die zo’n hekel hebben aan buitenlanders dat hun politieke programma’s vooral zijn gebaseerd op vreemdelingenhaat. Het idee hierachter is dat een land er wel bij vaart als het ‘van vreemde smetten vrij’ is. Meestal komt dat erop neer dat zo veel mogelijk buitenlanders eruit moeten worden geschopt omdat zij verantwoordelijk zouden zijn voor alle maatschappelijke onrust, criminaliteit en werkloosheid. Als we die gekleurde, koeterwaals sprekende figuren het land uit hebben gewerkt, breken gouden tijden aan en is het weer rustig op straat en in de tram, zo luidt de simpele redenering die nog steeds een grote aantrekkingskracht uitoefent op eenvoudige lieden.
 

Vanuit de kosmos lijkt die gedachtegang nu te worden tegengesproken: ook in het heelal zijn allochtonen een doodnormaal verschijnsel. Heel veel zonnestelsels bevatten namelijk planeten, die vroeger rondom een andere ster hebben gedraaid. Het gebeurt soms dat een planeet op korte afstand wordt gepasseerd door een grotere, zwaardere planeet of door een ster. Daardoor kan hij uit zijn normale baan rondom een ster worden geslingerd. Zijn de krachten, die op zo’n planeet worden uitgeoefend, sterk genoeg, dan verdwijnt hij in de diepten van het heelal. In theorie kan dat zelfs met bewoonde planeten gebeuren!

Dat betekent trouwens niet dat een dergelijke planeet gedoemd is om voor altijd in zijn eentje door het heelal te zwerven. Na verloop van miljoenen jaren kan onze kosmische landloper opnieuw rakelings een toevallige ster passeren. Als zo’n ster met ongeveer dezelfde snelheid om het centrum van het melkwegstelsel draait en in dezelfde richting beweegt, kan die planeet zelfs voorgoed in zijn zwaartekrachtsveld terecht komen. Hij gaat dan baantjes draaien rondom zijn nieuwe gastheer. In sterrenkundig jargon spreekt men dan van een planeet die is ‘ingevangen’.
Zulke planeten komen redelijk vaak voor. Ongeveer één op de twintig sterren heeft een planeet om zich heen draaien die hij op zijn tocht door de ruimte heeft gevangen. Dat is kort geleden door twee sterrenkundigen ontdekt. De Nederlandse astronoom Thijs Kouwenhoven en zijn Israëlische collega Hagai Perets hebben dit vastgesteld nadat ze hadden onderzocht hoe de sterren in zgn. ‘open sterrenhopen’ om elkaar heen bewegen. Open sterrenhopen zijn groepen van tussen de 100 en de 1000 sterren. Ze staan vrij dicht op elkaar en zijn in dezelfde periode geboren. Omdat men tegenwoordig weet dat er om heel veel sterren planeten draaien – op 2 oktober dit jaar waren er al 838 ontdekt! – zal het in zo’n dichtbevolkte sterrenhoop af en toe gebeuren dat een planeet van het ene zonnestelsel naar het andere hopt. Zo’n reis van het ene zonnestelsel naar het andere kan zo maar miljoenen jaren duren. Sommige migrantenplaneten komen zelfs nooit bij een andere ster aan. Zo zijn er vrije planeten ontdekt die niet om een ster, maar om een andere vrije planeet zijn gaan draaien. Dat zijn twee eenzame zielen die elkaar gevonden hebben, zeg maar. In kosmische zin hokken ze samen op een eiland dat verder onbewoond is.

Sterrenkundigen hebben intussen ook verklapt dat het met die allochtone planeten goed gaat. Van botsingen of opstootjes is geen sprake, laat staan van scheldpartijen over en weer. Autochtone planeten en de pas binnengekomen migranten laten elkaar altijd met rust. Keurig netjes draaien de verse allochtonen op gepaste afstand rondom hun nieuwe ster. Meestal zijn hun banen wat groter dan die van hun autochtone broertjes en zusjes. Dat is normaal. Ze zijn immers net uit het heelal aan komen waaien. Ook gebeurt het vaak dat ze onder een wat andere hoek rondom hun nieuwe ster cirkelen. Toch is hun integratie keurig netjes verlopen. Geen wonder, want in het heelal maakt het geen lichtseconde uit waar je vandaan komt. Naar afkomst en grootte wordt in de kosmos niet gekeken. Relletjes komen in de ruimte dan ook niet voor. Wat wil je ook: in tegenstelling tot op aarde is integratie in het heelal een doodnormaal verschijnsel.

vrijdag 28 oktober 2011

Schepping

 
 
Schepping

“Jij ging op weg als tastend licht
dat over de wateren zwierf:
glanzende kiem, geduldige vonk
waaruit de sterren zijn geboren.

Het melkwegstelsel streek jij aan
tot een flonkerend wiel van licht:
om elke ster, uit gas en stof verdicht,
schiep jij groene werelden
vol hunkerend, denkend leven.”

(Hendrik, 1983)

Traag kolkten donkere massa’s door de ruimte. Als ijle, inktzwarte wolken, lichtjaren diep, wentelden ze door het heelal. Nergens was er een plaatselijke verdichting, nergens flonkerde licht, nergens was er een sprankje leven te bekennen. Miljarden jaren dreven de massa’s zo rond, door geen mensenoog bekeken, door geen hand beroerd – vormloos, stuurloos, onbezield.
Vanuit deze onbezielde leegte, deze ongeordende duisternis, maakte zich een lichtje los – aarzelend nog, tastend, alsof het zocht naar houvast. Allengs werd het sterker, krachtiger, zelfbewuster. Toen het zich sterk genoeg voelde zond het een eerste puls uit die door de verten streek, een zwakke trilling, een vage gloed nog die over de donkere afgronden zweefde. Na deze eerste verkenning trok het zich peinzend in zijn punt van oorsprong terug.
Aeonen verstreken voordat het opnieuw naar buiten trad, krachtiger en zelfbewuster nu dan eerst. Het had de vorm aangenomen van een lans van licht die als een vuurtorenbundel de donkere wolken aftastte, doorboorde, bevoelde met zijn bewustzijn in een steeds versnellende, golvende beweging.  
Als antwoord op het pulserende licht gloeiden de nevels op. Ze klonterden samen, voegden zich aaneen tot steeds grotere massa’s. Behaaglijk koesterden ze zich in het licht vanuit de centrale bron. Tussen hen in ontstonden openingen, miljoenen lichtjaren diep
Traag begonnen de nevels daarop als reusachtige wielen rond te draaien, en in de spaken van die wielen gloeiden de eerste sterren op. Steeds meer sterren werden geboren, rij na rij, golf na golf, totdat er flonkerende netwerken waren ontstaan, lappendekens van lichtpuntjes die traag rondwentelden door de eindeloze wereldruimte. De eerste sterrenstelsels, roterende eilanden van licht, waren geboren. En rond een klein sterretje, geel van kleur, vormde zich een stofring die zich langzaam verdichtte tot een kleine, rotsachtige planeet. De aarde was geboren. 


woensdag 20 oktober 2010

Van individueel naar kosmisch bewustzijn


Tijdens een toernooi als het WK staan 'we' met ons allen achter Oranje. Op zulke momenten zijn we méér dan alleen maar een individu, maar deel van een collectief met een eigen geschiedenis, emoties, vrienden en vijanden. Oranje belichaamt dan ons nationale bewustzijn waar we allemaal deel aan hebben.
Zo'n toernooi duurt maar een paar weken. Daarna worden de slingers met het oud papier meegegeven of - bij winst - opgeborgen in de schuur of rommelkast. Maar ook in het leven van alledag speelt die groepsidentiteit een rol. We kunnen er zelfs niet zonder, want ook als groep of als volk hebben we een bewustzijn nodig van wie wij zijn en - niet minder belangrijk - hoe wij niet zijn en ook niet gezien willen worden.

Dat collectieve bewustzijn van de volken leidt een taai en hardnekkig leven. De moeizame integratie van de landen binnen de E.U. is daar een mooi voorbeeld van. Iedereen wil het liefst zo weinig mogelijk van zijn autonomie afstaan aan een groter, overkoepelend geheel. Ik denk dat dat vooral komt door de behoefte van de mens om zich te profileren en zich van anderen te onderscheiden. Mensen hebben grenzen en houvast nodig, ook in geestelijk opzicht.

Vervelender wordt het als we ons op die groepsidentiteit voor laten staan en ons superieur beginnen te wanen t.o.v. anderen. Gezonde competitiedrang verwordt dan tot de tendens om anderen als inferieur te beschouwen, hun territorium letterlijk en figuurlijk in te perken en hen te onderdrukken. Ook religies kennen dit gevaar, evenals politieke systemen. In feite lopen deze scheidslijnen dwars door de volken heen en moeten we, naast het collectieve bewustzijn van een volk, nog een onderverdeling maken naar regio, religie en politieke opvattingen.

Wat mij daarbij sterk bezighoudt is de vraag of veel problemen tussen volken misschien zullen verdwijnen als het collectieve bewustzijn van de mens wordt uitgebreid tot het bewustzijn van de mensheid als één onverbrekelijk geheel. De mens is dan in de eerste plaats een wereldburger. Wie zo denkt, kijkt vooral naar de overeenkomsten tussen mensen, zowel uiterlijk als innerlijk. Alle leden van de menselijke soort hebben zó veel met elkaar gemeen in hun psyche en hun gedragingen, dat de onderlinge verschillen daarbij vergeleken volledig verbleken.

Ik hoop dat we als mensheid ooit zo ver zullen komen en dat onze onderlinge verschillen steeds meer zullen vervagen. Ik denk zelfs dat we dat ook hard nodig zullen hebben als we willen overleven. De gigantische milieuproblemen die nu op ons afkomen, vereisen een mondiale aanpak. Paradoxaal genoeg kan juist het botte egoïsme en materialisme van de economische drang tot expansie op den duur leiden tot meer eenheid en samenwerking tussen de staten. Misschien komt dat er ooit nog van en ontwikkelt de mensheid op den duur het collectieve bewustzijn van de menselijke soort. Het zou geweldig zijn als dát de belangrijkste basis wordt voor onze manier van denken.

We kunnen zelfs nog een stap verder gegaan. De kans is immers levensgroot dat de mensheid vroeg of laat te maken krijgt met andere beschavingen. Hoe zullen wij op hen en zij op ons reageren? Het enige antwoord dat ik daarop geven kan, is dat men deze verschillen alleen maar kan overstijgen door het bewustzijn dat we allemaal kinderen zijn van dezelfde Schepper, óf door het seculiere idee dat er universele waarden bestaan t.a.v. de omgang met andere levende wezens, ongeacht hun planeet van herkomst. Wat je nu ziet in de omgang van volken met elkaar - superioriteitswaan, agressie en intolerantie - kan immers ook ontstaan in het contact tussen verschillende beschavingen.

Gelukkig zullen deze problemen zich misschien nooit voordoen. Sommige experts die zich bezig houden met buitenaards leven beweren dat elke beschaving een kritische grens moet passeren. Zodra het geestelijke ontwikkelingsniveau van een beschaving nl. geen gelijke tred meer houdt met de techniek die zij ontwikkelt, zal die beschaving die technische middelen op een onvolwassen manier inzetten, met alle gevolgen van dien. De kans dat de bewoners van zo'n aso-planeet zichzelf vernietigen of hun wereld compleet onbewoonbaar maken, is dan ook levensgroot aanwezig. In dat geval selecteren kosmische beschavingen zichzelf uit en lost het probleem zich vanzelf op. Dat is dan weer een geruststellende gedachte. Echt gevaarlijke aliens liggen dan al lang begraven onder de ruïnes van hun eigen planeet.

Ik geloof daarom dat we niet bang hoeven te zijn voor high-tech beschavingen die plotseling opdoemen uit de hyperruimte om de aarde bij wijze van verzetje aan barrels te schieten. De interstellaire ruimte leent zich ook niet zo goed voor wildwesttaferelen. Eén welgemikt schot in de buitenwand van een ruimteschip zorgt immers al gauw voor onherstelbare panne. Hopelijk lukt het ons om het kritische stadium, waarin de techniek de geest vooruit is gesneld, ongeschonden door te komen. Vanuit een kosmisch perspectief bezien geeft de stortvloed aan onheilsprofetieën over onze nabije toekomst - Nostradamus, 2012, Maya-kalender - aan dat we dat stadium beginnen te naderen. Maar zelfs die profetieën en voorspellingen wijzen niet op de ondergang van de mensheid als geheel. Wél binden ze ons op het hart om coöperatiever, verdraagzamer en bescheidener te worden. Bij alle WK-gekte waar we in ons kleine landje eens in de vier jaar last van hebben lijkt me dat nog niet eens zo'n vreemde gedachte.