vrijdag 26 november 2010

De eeuwige reis


Uit een baaierd van licht, de oernevel van de geest
dalen wij als een nietig vonkje naar de aarde af.
Gewist wordt de herinnering aan al wat is geweest;
als onbeschreven blad leren we van de wieg tot het graf.

Deze wereld is niet meer dan een schakel in een eindeloze keten,
een speelplaats, een toneel: speler en toeschouwer zijn wij tegelijk,
balancerend tussen liefde en ego, oerdrift en geweten,
bannelingen uit de hemel, engelen in wording in 't materiële rijk.

Trede voor trede klimmen wij naar de hemel op, ons hoogste doel.
Al wat wij achterlaten zijn kinderen, tekens en sporen.
Wij zijn reizigers die tastend voortgaan op verstand en gevoel,
totdat we niet uit het lichaam, maar uit de geest worden geboren.

In een lichtzee worden we tot slot als engelen binnengehaald
als alle lessen van 't materiële rijk door ons zijn geleerd.
Als we de overwinning op de illusies van het ik hebben behaald
worden alle tranen gedroogd en wonden in liefde getransformeerd.

2 opmerkingen:

  1. Een prachtig gedicht, Hendrik
    Ik word er een beetje stil van

    Hartegroet
    Francine

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Daar krijg ik tranen van, Hendrik.
    Maar dan niet van verdriet.
    Prachtig

    Warme groet Jeltje

    BeantwoordenVerwijderen