Artist impression van de botsing tussen de aarde en Theia
woensdag 30 januari 2013
zondag 13 januari 2013
Het dartele elfjesbos van New Age
Van 12 t/m 26 januari wordt ‘de maand van
de spiritualiteit’ gevierd. Op zich is het al vreemd om een periode van twee
weken een ‘maand’ te noemen, maar vooruit. Op spiritueel gebied, waar gestoeid
wordt met dimensies, is nu eenmaal alles mogelijk. Zo’n kleine tijdsverdichting
schijnt gewoon bij dit metier te horen. Erger vind ik het dat een begrip als spiritualiteit
- voor veel mensen toch een serieuze
zaak - vooral door aanhangers van New Age wordt uitgehold. Wat bij die regenboogcoalitie van alle
mogelijke bewegingen, stichtingen en groepjes voor mogelijk wordt gehouden, is
bijna met geen pen te beschrijven.
Jaren lang heb ik deels uit nieuwsgierigheid, deels uit een behoefte aan entertainment lezingen van New Age-sprekers bezocht. De mensen, die je op zulke avonden ontmoet, zijn bijna zonder uitzondering sympathiek. Jammer genoeg zijn ze ook nogal lichtgelovig, op het naïeve af. Het zijn eindeloze zoekers die met veel trends meehoppen, maar meestal niets moeten hebben van het christendom in zijn authentieke vorm.
Als vuistregel geldt, dat hoe vrijblijvender een spreker of een leer is, des te meer bezoekers er op zulke lezingen af komen. Over het algemeen willen ze niets weten van een lagere geestenwereld of een hel, ook al is die tijdelijk, want de duivel hebben ze afgeschaft. Dat is immers een reliek van vroeger, een vermolmd, afgedankt overblijfsel uit een tijd waar ze slechts met afschuw aan terugdenken, geassocieerd met kruistochten, middeleeuwen, heksenverbrandingen en donderpreken waar je zwaar depressief van wordt, zodat je weer met prozac moet worden opgekrikt tot een normaal mens.
Volgens deze geestelijk ‘verlichten’ komt iedereen – rijp of groen – na zijn dood terecht in een hemel die rijkelijk gevuld is met zacht glooiende heuvels en kabbelende beekjes. Daar wordt de vermoeide reiziger eindeloos door een begripvolle God gepamperd – wat hij ook uitgevreten heeft, want dat telt dan niet meer.
Sommigen denken dat ze constant terug moeten komen, alsof het leven een eindeloos avontuur is waarbij je alles moet zijn geweest: blanke en neger, Indiaans opperhoofd en parmantige farao, Chinees en bosjesman, Aboriginal en astronaut. Pas als je al die modaliteiten hebt doorlopen, heb je de volledige levenscirkel als een soort super-achtbaan afgelegd, compleet met dubbele loopings en gierende buitelingen. Aan het einde van de rit glijd je tenslotte ego-loos, als een volleerd boeddhist met een milde glimlach om je tijdloze lippen, het nirvana in.
Jezus was volgens hen een pure rebel, iemand die in het openbaar de Farizeeërs bikkelhard op hun nummer zette, maar in het geniep een verhouding had met Maria Magdalena. Deze Maria zou later naar Marseille zijn vertrokken om er de eerste christengemeente te stichten. Ook wordt er door sommigen geloofd dat Hij niet echt aan het kruis is gestorven; dat leek alleen maar zo. In werkelijkheid zou Hij later naar India zijn vertrokken om daar het evangelie te verkondigen. Vandaar al die wijsheidsleraren daar, met wollige baarden en oranje soepjurken aan.
Nog vreemder is het verhaal - dat je trouwens ook bij de antroposofen tegenkomt - dat de geest van Christus tot aan het twaalfde levensjaar zou hebben gewoond in het lichaam van een Joodse jongen, die op die leeftijd gestorven is. Op dat moment zou zijn geest zijn overgehopt naar het lichaam van een ander kind, dat de uiteindelijke Christus zou worden zoals we Hem uit de traditie kennen.
Het ontstaan van de piramiden is volgens New Age heel eenvoudig te verklaren. Nadat Atlantis op een gruwelijke manier in de golven verdween, zijn de bewoners ervan in hun UFO’s naar Egypte gevlogen. Dat kan niet anders, want op eigen kracht hadden de oude Egyptenaren nooit zulke steenkolossen kunnen bouwen, daar hebben ze hulp bij gehad.
Voor iemand die nuchter nadenkt, zijn dit belachelijke en naïeve ideeën. Toch zijn er hele volksstammen die hierin geloven. Een hele industrie drijft er zelfs op. Ik ben allang gestopt om mensen hiervan te ‘genezen’, want dat zullen ze toch echt zelf moeten doen. Je kunt niemand dwingen om nuchter te worden. Bovendien gaat het vaak om aardige mensen die vol goede bedoelingen zitten en niemand tot last zijn. Maar vreemd en bizar blijft het wel, dat dartele elfjesbos van New Age.
woensdag 9 januari 2013
Aankondiging nieuw boek met post-mortale ervaringen
In maart dit jaar verschijnt bij uitgeverij Hampton Roads "The Afterlife of
Billy Fingers". Daarin doet de Amerikaanse schrijfster Annie Kagan verslag van de
boodschappen die zij ontving van haar broer Billy nadat hij overleden was bij een
verkeersongeluk. De eerste twee hoofdstukken van dit boek, dat voorzien is van
een voorwoord door BDE-auteur en onderzoeker Raymond Moody (bekend van boeken als "De tunnel en het licht" en "Leven na dit leven"), kun je sinds kort gratis downloaden. Ga daarvoor naar http://www.afterlifeofbillyfingers.com/ Het is voldoende om op die pagina je voornaam en e-mailadres in te vullen.
Daarna ontvang je een link waarmee je de eerste twee hoofdstukken van dit boek
kunt downloaden.
Ik heb die hoofdstukken inmiddels gelezen en vond ze fascinerend. Het hiernamaals, dat daarin wordt geschetst, is vrij van de zwaarte en de leerstelligheden van kerkgenootschappen. Zo wijst Billy de aardse begrippen van straf en zonde af als menselijke begrippen, die in het hiernamaals geen betekenis hebben. Ook zegt hij dat de mens bij zijn geboorte de herinnering aan zijn voorgeboortelijk bestaan kwijtraakt. De dood is heel anders dan de meeste mensen zich dat voorstellen. Daardoor is dit boek ook heel troostend voor mensen die een dierbare hebben verloren.
Ik heb die hoofdstukken inmiddels gelezen en vond ze fascinerend. Het hiernamaals, dat daarin wordt geschetst, is vrij van de zwaarte en de leerstelligheden van kerkgenootschappen. Zo wijst Billy de aardse begrippen van straf en zonde af als menselijke begrippen, die in het hiernamaals geen betekenis hebben. Ook zegt hij dat de mens bij zijn geboorte de herinnering aan zijn voorgeboortelijk bestaan kwijtraakt. De dood is heel anders dan de meeste mensen zich dat voorstellen. Daardoor is dit boek ook heel troostend voor mensen die een dierbare hebben verloren.
maandag 7 januari 2013
Een blik in de verre toekomst van de aarde
Ons melkwegstelsel en de Andromedanevel botsen over 4 miljard jaar.
Al bijna vijf miljard jaar
is de zon het stralende middelpunt van ons zonnestelsel. Dankzij haar licht en
warmte is het leven op de aarde ontstaan en wordt het in stand gehouden. Ze
schijnt uiterst stabiel, met maar heel kleine schommelingen in haar
lichtkracht. Toch is dat niet altijd zo geweest. Het zal ook niet altijd zo
blijven. Langzaam maar zeker zal ze uitgroeien tot een reuzenster met een
lichtkracht die 10.000 maal zo groot is als het licht dat ze nu uitzendt. Van
een doorsnee sterretje is ze dan een soort vuurtoren geworden die al op enorme
afstanden zichtbaar is. Het spreekt vanzelf dat we het daardoor knap benauwd zullen
krijgen. Maar dat is niet het enige gevaar dat ons te wachten staat. Want op
ruim twee miljoen lichtjaar van de aarde bevindt zich een compleet
spiraalstelsel dat op ramkoers ligt met onze eigen melkweg. Met maar liefst 400.00
kilometer per uur suist het met zijn 1000 miljard sterren recht op ons af. Wat
zullen we van dat alles merken?
GLOBAL WARMING IN HET KWADRAAT
Een ster kun je vergelijken met een mens. Hij wordt geboren, groeit op, wordt puber, en kent dan meestal een lang leven als volwassene. Maar in tegenstelling tot een mens, die vaak eindigt als een mummelend oudje met een Pamper om, ziet het levenseinde van de meeste sterren er behoorlijk spectaculair uit. Een ster als onze zon wordt namelijk tijdens zijn leven steeds feller. Zo’n vijf miljard jaar geleden, toen de aarde werd gevormd, straalde ze nog niet de helft van het licht uit dat ze nu uitzendt. Als we die lijn doortrekken naar de toekomst, betekent het dat ze over 500 miljoen jaar 10 procent helderder zal zijn dan tegenwoordig. Onze planeet is dan een bloedhete broeikas geworden, een dampende inferno waar nauwelijks leven mogelijk is. We zullen daarom ver voor die tijd moeten emigreren. Gelukkig gaat deze opwarming heel geleidelijk. We hebben dus nog alle kans om te vertrekken. Van grote afstand kunnen we dan volgen hoe het de aarde verder vergaat.
Een ster kun je vergelijken met een mens. Hij wordt geboren, groeit op, wordt puber, en kent dan meestal een lang leven als volwassene. Maar in tegenstelling tot een mens, die vaak eindigt als een mummelend oudje met een Pamper om, ziet het levenseinde van de meeste sterren er behoorlijk spectaculair uit. Een ster als onze zon wordt namelijk tijdens zijn leven steeds feller. Zo’n vijf miljard jaar geleden, toen de aarde werd gevormd, straalde ze nog niet de helft van het licht uit dat ze nu uitzendt. Als we die lijn doortrekken naar de toekomst, betekent het dat ze over 500 miljoen jaar 10 procent helderder zal zijn dan tegenwoordig. Onze planeet is dan een bloedhete broeikas geworden, een dampende inferno waar nauwelijks leven mogelijk is. We zullen daarom ver voor die tijd moeten emigreren. Gelukkig gaat deze opwarming heel geleidelijk. We hebben dus nog alle kans om te vertrekken. Van grote afstand kunnen we dan volgen hoe het de aarde verder vergaat.
HET EINDE VAN DE ZON
Over ongeveer vijf miljard
jaar begint de zon op te zwellen. Ze wordt ook veel helderder. Dat komt doordat
de druk in de kern van de zon in de loop van haar bestaan steeds verder is
toegenomen. In het binnenste van sterren is het namelijk enorm heet, ongeveer
vijftien miljoen graden. Het is daar zó warm, dat waterstofatomen, die elkaar
normaal gesproken afstoten, kunnen samensmelten tot heliumatomen. Het inwendige
van sterren wordt daardoor zwaarder en heter. Maar de lagen rondom die kern
zetten daardoor ook uit. Een tijdje blijft de zon stabiel op een lichtkracht
van 300 keer die van tegenwoordig. Via een korte tussenfase dijt ze daarna uit
tot een rode superreus die tienduizend maal zo helder is als nu. De zon is dan
zo sterk opgezwollen dat haar oppervlak bijna de aardbaan raakt. Er is zelfs
een kans dat de aarde door de zon wordt opgeslokt. Maar misschien ontspringt ze
de dans en blijft ze als een geblakerde steenhoop rondcirkelen. Erg lang zal
die fase niet duren, want de zon dooft daarna langzaam uit. Miljarden jaren
later is ze een bijna onzichtbare dwerg geworden, een glimworm tussen de
sterren.
DE NADERING VAN DE
ANDROMEDANEVEL
In dezelfde periode waarin de zon begint uit te zetten is er een andere verschrikking op komst: de Andromedanevel, die zo’n 1000 miljard sterren bevat, botst dan op ons eigen melkwegstelsel. Op 29 mei vorig jaar hebben sterrenkundigen berekend dat hij recht op ons af vliegt. Nu kun je een sterrenstelsel het best vergelijken met een gigantisch wiel van licht. De vorm ervan is behoorlijk plat, en in de spaken pinkelen miljarden sterren. Tussen die sterren in gloeien gas- en stofwolken. Dat is de materie waaruit door verdichting sterren ontstaan.
In dezelfde periode waarin de zon begint uit te zetten is er een andere verschrikking op komst: de Andromedanevel, die zo’n 1000 miljard sterren bevat, botst dan op ons eigen melkwegstelsel. Op 29 mei vorig jaar hebben sterrenkundigen berekend dat hij recht op ons af vliegt. Nu kun je een sterrenstelsel het best vergelijken met een gigantisch wiel van licht. De vorm ervan is behoorlijk plat, en in de spaken pinkelen miljarden sterren. Tussen die sterren in gloeien gas- en stofwolken. Dat is de materie waaruit door verdichting sterren ontstaan.
Nu is een botsing tussen
twee sterrenstelsels minder desastreus dan zo op het eerste gezicht lijkt. De
ruimte, ook binnen sterrenstelsels, is namelijk zo goed als leeg. De gemiddelde
afstand tussen twee buurtsterren is oneindig veel kleiner dan hun doorsnede.
Daardoor is de kans op een frontale botsing tussen twee sterren heel klein. Dat
geldt zelfs als twee complete sterrenstelsels dwars door elkaar heen vliegen. We
zien dan wel iets heel anders: de gaswolken tussen de sterren botsen op elkaar,
waardoor ze samentrekken en zich verdichten tot sterren. Rij na rij lichten
daardoor nieuwe sterren op in het nieuwe stelsel dat door die frontale botsing
ontstaat. Een kosmisch vuurwerk zoals we nog nooit eerder hebben beleefd is het
gevolg van de ramkoers die de Andromedanevel volgt. De beide stelsels zullen
elkaar doordringen, compleet van vorm veranderen, nog een tijdje doorvliegen,
maar elkaar daarna weer naderen. Uiteindelijk versmelten ze tot één groot
sterrenstelsel.
Tegen die tijd is de zon al begonnen aan haar laatste fase. Terwijl zij nog eenmaal opzwelt in een baaierd van licht, de aarde meesleurend in haar val, vlammen dichtbij en veraf sterren op die pas zijn geboren uit de waterstofwolken van de beide stelsels die dreunend op elkaar zijn gebotst. De ondergang van de aarde en de zon zal dan ook spectaculair zijn, hoe je het ook wendt of keert. We gaan onherroepelijk naar de bliksem, maar wel in een magnifieke stijl, met veel vuurwerk en hemelse geboortegolven.
Tegen die tijd is de zon al begonnen aan haar laatste fase. Terwijl zij nog eenmaal opzwelt in een baaierd van licht, de aarde meesleurend in haar val, vlammen dichtbij en veraf sterren op die pas zijn geboren uit de waterstofwolken van de beide stelsels die dreunend op elkaar zijn gebotst. De ondergang van de aarde en de zon zal dan ook spectaculair zijn, hoe je het ook wendt of keert. We gaan onherroepelijk naar de bliksem, maar wel in een magnifieke stijl, met veel vuurwerk en hemelse geboortegolven.
zaterdag 29 december 2012
Atheïsten 66
Wat mij bij discussies over geloofszaken telkens weer opvalt is de heftigheid waarmee door veel atheïsten (gelukkig lang niet alle) wordt gereageerd op mensen die uitkomen voor hun christelijk geloof. Als je een onderwerp behandelt vanuit een politieke visie, kunnen anderen het ermee eens zijn of niet, maar er is dan niemand die beweert dat je dat niet zou mogen doen omdat je je mening aan anderen op zou dringen. Wie een religieuze visie ergens over geeft, krijgt dat verwijt vaak wel te horen. Bovendien worden er dan vaak allerlei dingen bijgesleept die met het onderwerp zelf helemaal niets te maken hebben.
Verder richt deze kritiek zich vaak niet alleen op de religie zelf, maar ook en vooral op de persoon van de gelovige. Het lijkt er daarom veel op alsof religie een thema is waar veel mensen hun persoonlijke frustraties bij voorkeur op botvieren. Ik vind dat hypocriet en een uiting van onverdraagzaamheid.
Opvallend is trouwens ook dat atheïsten hun pijlen vaak alleen maar richten op christenen; met boeddhisten, hindoes en joden hebben ze veel minder moeite. Zelfs moslims zijn bij hen veel minder vaak het mikpunt. Over selectieve verontwaardiging gesproken!
Het christendom is al meer dan duizend jaar één van de grote pijlers van de cultuur van de Lage Landen, naast de erfenis van de klassieke Oudheid. Niemand kan dat ontkennen. Literatuur, beeldende kunst en architectuur stonden eeuwen lang voor een groot deel in het teken van het christendom. Het Europa zoals we dat nu kennen is doordrenkt van christelijke tradities, begrippen en waarden. Het is daarom dwaas en wereldvreemd om dat verleden, deze erfenis, te ontkennen en er zelfs uit alle macht tegenaan te schoppen. Wie dat toch doet en alle uitingen van het christendom uit het openbare leven wil verbannen, is, om met Antoine Bodar te spreken, 'nooit volwassen geworden'.
Wat dat laatste betreft ontwikkelt D66 zich tot kampioen secularisering. Of het nu gaat om het intrekken van de subsidie aan de kleine levensbeschouwelijke omroepen, het verbod op weigerambtenaren, het afschaffen van de zondagsrust of het schrappen van het vloekverbod - altijd staat D66 vooraan. Alles, wat aan ons christelijke verleden herinnert, proberen politici van deze partij uit het openbare leven te bannen. Dat gebeurt ook nog met een haast en een gretigheid die grenzen aan fanatisme.
Verder richt deze kritiek zich vaak niet alleen op de religie zelf, maar ook en vooral op de persoon van de gelovige. Het lijkt er daarom veel op alsof religie een thema is waar veel mensen hun persoonlijke frustraties bij voorkeur op botvieren. Ik vind dat hypocriet en een uiting van onverdraagzaamheid.
Opvallend is trouwens ook dat atheïsten hun pijlen vaak alleen maar richten op christenen; met boeddhisten, hindoes en joden hebben ze veel minder moeite. Zelfs moslims zijn bij hen veel minder vaak het mikpunt. Over selectieve verontwaardiging gesproken!
Het christendom is al meer dan duizend jaar één van de grote pijlers van de cultuur van de Lage Landen, naast de erfenis van de klassieke Oudheid. Niemand kan dat ontkennen. Literatuur, beeldende kunst en architectuur stonden eeuwen lang voor een groot deel in het teken van het christendom. Het Europa zoals we dat nu kennen is doordrenkt van christelijke tradities, begrippen en waarden. Het is daarom dwaas en wereldvreemd om dat verleden, deze erfenis, te ontkennen en er zelfs uit alle macht tegenaan te schoppen. Wie dat toch doet en alle uitingen van het christendom uit het openbare leven wil verbannen, is, om met Antoine Bodar te spreken, 'nooit volwassen geworden'.
Wat dat laatste betreft ontwikkelt D66 zich tot kampioen secularisering. Of het nu gaat om het intrekken van de subsidie aan de kleine levensbeschouwelijke omroepen, het verbod op weigerambtenaren, het afschaffen van de zondagsrust of het schrappen van het vloekverbod - altijd staat D66 vooraan. Alles, wat aan ons christelijke verleden herinnert, proberen politici van deze partij uit het openbare leven te bannen. Dat gebeurt ook nog met een haast en een gretigheid die grenzen aan fanatisme.
De partij zou haar naam daarom beter kunnen veranderen. Voortaan kunnen ze zich beter Atheïsten 66 noemen. Dat is wel zo duidelijk. En is transparantie niet één van de belangrijkste waarden die deze partij huldigt?
Tip: kijk voor een discussie hierover op http://www.nederlands.nl/nedermap/hartenkreten/hartenkreet/132924.html.
Labels:
atheïsme,
Atheïsten66,
D66,
weigerambtenaren,
zondagsrust
Is het einde der tijden nabij?
Veel mensen haalden opgelucht adem toen bleek dat 21 december een dag was als alle andere. Er landden geen aliens in Frankrijk om een handjevol eindtijdgelovigen in zilverig glanzende flottieljes te verhuizen naar het Delta Kwadrant. Ook zijn er, voor zover bekend, op die dag geen aardbevingen, tsunami’s of vulkaanuitbarstingen geweest. Niets van dat al. Maar betekent dat nu dat er helemaal geen kans bestaat dat de aarde ooit door een kosmisch ramp wordt getroffen? En hoe staat het met onze kansen om een botsing met een grote komeet of asteroïde te overleven? Erger nog: zijn zulke knapen misschien al in aantocht?
Om met de laatste vraag te
beginnen: er ligt een asteroïde op ramkoers met de aarde. Op vrijdag 13 april
2036 zal hij ons rakelings passeren. De kans op een inslag van deze asteroïde
die toepasselijk Apophis is gedoopt, naar de Oud-Egyptische god van de
onderwereld, is maar klein – 1 op 250.000 – maar toch aanwezig. Toen men hem in
juni 2004 ontdekte, schatte men de kans op een inslag nog op 1 op 40. Alle
alarmbellen begonnen toen te rinkelen. NASA-whizkids maakten met het zweet
onder de oksels overuren, koortsachtig werden ministeries ingeseind. Gelukkig
zijn die berekeningen later bijgesteld. Waarschijnlijk vliegt hij de aarde op
hoge snelheid voorbij. Maar stel dat dit enorme brok steen met een doorsnede
van 320 meter op aarde inslaat, wat voor gevolgen zou dat dan hebben?
De consequenties van een
botsing met een dergelijk object zouden gruwelijk zijn. Zo’n inslag heeft een
kracht die 60.000 keer groter is dan de energie die vrijkwam door de atoombom
op Hiroshima. Mocht hij neerkomen op Los Angeles of San Francisco, dan zal de
hele stad erdoor worden verpulverd. Het eerste wat men van de nadering van zo’n
asteroïde zal merken, is de enorme schokgolf die zich voortplant door de
atmosfeer. De luchtmoleculen worden namelijk door het aanstormende object met
een snelheid van tientallen kilometers per seconde samengeperst. Een zware
schokgolf gaat daardoor aan de directe inslag vooraf. Alle ruiten van
wolkenkrabbers zullen daardoor sneuvelen, bruggen en zwakker geconstrueerde
gebouwen storten in. De stad begint op zijn grondvesten te schudden.
Dat is nog maar het
voorspel. De eigenlijke klap is nog veel erger. In een paar seconden wordt een
stedelijk gebied over tientallen vierkante kilometers volledig vernietigd. Bij
een inslag in zee wordt bovendien nog een torenhoge tsunami opgewekt, die de
hele kust zal overspoelen met een kracht die nog veel groter is dan de
Kerst-tsunami van 2004. Kortom: dit is het ideale scenario voor een rampenfilm.
Het enge is alleen dat dit echt kan gebeuren. Al is de kans daarop gelukkig
maar klein.
Het kan nog veel gekker. Een slordige 65 miljoen jaar geleden werd een groot deel van het leven op aarde, waaronder de dinosauriërs, uitgeroeid door een enorme inslag voor de kust van het Mexicaanse schiereiland Yucatan. Geologen vonden in het flinterdunne laagje tussen het Krijt en het Tertiair (het tijdperk waar we nu in leven) een grote hoeveelheid iridium. Dat materiaal komt in de ruimte veel voor, op aarde is het heel zeldzaam. Bovendien vonden ze sporen van een grote krater die voor een deel door Yucatan liep. De onderzoekers waren eenduidig in hun oordeel: de dader moest wel een grote komeet of asteroïde zijn die aan het einde van het Krijt met donderend geraas was neergekomen.
Aan het einde van het
Perm, zo’n 250 miljoen jaar geleden, stierf zelfs meer dan 90 procent van al
het leven op aarde uit. Waarschijnlijk werd ook die massale uitroeiing door de
inslag van een komeet of asteroïde veroorzaakt.
Inslagen door grote knapen uit de ruimte zijn godzijdank zeldzaam. Zo is de kans op de botsing met een asteroïde van enkele kilometers groot ongelofelijk klein. Veel groter is de kans op de inslag door een kleiner object van een paar honderd meter. Zulke krengen komen namelijk veel vaker voor. Als we al worden geraakt, dan zal dat waarschijnlijk gebeuren door een asteroïde van enkele tientallen of enkele honderden meters groot. Maar ook dan is de schade enorm.
Een mooi voorbeeld van dat laatste is de Toengoeska-meteoriet die in 1908 neerkwam in Siberië. Volgens berekeningen ontplofte een brok steen van hooguit 30 of 40 meter groot een paar kilometer boven de grond. Doordat hij met tientallen kilometers per seconde onze atmosfeer binnendrong, werd de lucht rondom de meteoriet zo samengeperst, dat het hele zaakje uit elkaar spatte. Daardoor knapten de bomen in dit gebied tot op een afstand van 40 km. als luciferhoutjes boven de grond af. Gelukkig woonden er bijna geen mensen in dit gebied.
Zulke inslagen zijn
beslist geen zeldzaamheid. Elke eeuw is het wel een keer raak. De ruimte zit
vol puin, Doomsday is coming. De vraag is alleen wanneer. Misschien kunnen we
de baan van zo’n kreng nog afbuigen of hem laten ontploffen. Hopelijk wel. Maar
vroeg of laat krijgen we weer bezoek. Onherroepelijk.
woensdag 19 december 2012
De oorzaken van de toenemende intolerantie t.a.v. religie (slot)
EEN BLIK IN DE TOEKOMST
Er zijn veel redenen te bedenken waarom de kerkelijke vormen van religiositeit het steeds moeilijker zullen krijgen. Aan de ene kant is er de druk vanuit een seculariserende omgeving, die religieuze taal, symbolen en gebruiken niet meer begrijpt en er zelfs aversie voor voelt. Een wereldbeeld, waarin plaats is voor een geestelijke werkelijkheid die als de bron en het eindpunt van het leven wordt beschouwd, staat haaks op het beeld dat de moderne mens van zichzelf heeft. Het idee dat er een God bestaat die sturend en regelend kan optreden in het alledaagse leven komt veel mensen tegenwoordig absurd voor. Wie zichzelf in de eerste plaats ziet als een modern, eigentijds individu dat uit is op zelfontplooiing en persoonlijke vrijheid, moet vaak niets hebben van een onzichtbare macht die op de achtergrond aan de touwtjes trekt.
In de tweede plaats is er de druk op de kerken vanuit de nieuwe spiritualiteit van New Age en vergelijkbare stromingen. Binnen deze bewegingen is het individualisme een stuk sterker dan binnen de kerken. De nadruk ligt er ook veel meer op de persoonlijke ervaring. Deze mensen willen God en de geestelijke wereld (engelen, zielen van overledenen enz.) direct ervaren, zonder tussenkomst van een traditie of een hiërarchie die zich tussen de mens en het geestelijke opstelt en voorschrijft hoe dat contact moet plaatsvinden. Daardoor hebben nieuwe spirituele bewegingen een grotere aantrekkingskracht dan de kerken. Binnen New Age gaat men zelf op onderzoek uit, zonder dat een autoriteit je iets voorschrijft of verbiedt. Door dat eigengereide, vrijgevochten karakter ervan is er een tutti-frutti ontstaan van alle mogelijke clubjes en groeperingen. Wat al deze bewegingen met de niet-gelovige, seculiere mens gemeen hebben, is de grote nadruk op individuele vrijheid en verantwoordelijkheid.
Er zijn veel redenen te bedenken waarom de kerkelijke vormen van religiositeit het steeds moeilijker zullen krijgen. Aan de ene kant is er de druk vanuit een seculariserende omgeving, die religieuze taal, symbolen en gebruiken niet meer begrijpt en er zelfs aversie voor voelt. Een wereldbeeld, waarin plaats is voor een geestelijke werkelijkheid die als de bron en het eindpunt van het leven wordt beschouwd, staat haaks op het beeld dat de moderne mens van zichzelf heeft. Het idee dat er een God bestaat die sturend en regelend kan optreden in het alledaagse leven komt veel mensen tegenwoordig absurd voor. Wie zichzelf in de eerste plaats ziet als een modern, eigentijds individu dat uit is op zelfontplooiing en persoonlijke vrijheid, moet vaak niets hebben van een onzichtbare macht die op de achtergrond aan de touwtjes trekt.
In de tweede plaats is er de druk op de kerken vanuit de nieuwe spiritualiteit van New Age en vergelijkbare stromingen. Binnen deze bewegingen is het individualisme een stuk sterker dan binnen de kerken. De nadruk ligt er ook veel meer op de persoonlijke ervaring. Deze mensen willen God en de geestelijke wereld (engelen, zielen van overledenen enz.) direct ervaren, zonder tussenkomst van een traditie of een hiërarchie die zich tussen de mens en het geestelijke opstelt en voorschrijft hoe dat contact moet plaatsvinden. Daardoor hebben nieuwe spirituele bewegingen een grotere aantrekkingskracht dan de kerken. Binnen New Age gaat men zelf op onderzoek uit, zonder dat een autoriteit je iets voorschrijft of verbiedt. Door dat eigengereide, vrijgevochten karakter ervan is er een tutti-frutti ontstaan van alle mogelijke clubjes en groeperingen. Wat al deze bewegingen met de niet-gelovige, seculiere mens gemeen hebben, is de grote nadruk op individuele vrijheid en verantwoordelijkheid.
Zo worden de kerken van twee kanten in de tang genomen:
aan de ene kant door de sterker wordende druk vanuit een seculariserende
wereld, aan de andere kant doordat steeds meer mensen de kerk de rug toekeren
en overlopen naar moderne vormen van spiritualiteit. Ter vergelijking:
tegenwoordig is nog bijna 40 procent van de Nederlanders lid van een kerk,
terwijl zo’n 26 procent wordt gerekend tot de ‘nieuwe’ of ‘ongebonden’
spirituelen. Ik denk dat in minder dan tien jaar tijd die verhoudingen precies
omgekeerd zullen liggen. Dat de religiositeit over de hele linie af zal nemen,
geloof ik niet. Daarvoor heeft de mens van nature een té grote behoefte aan
geloof en zingeving. Wat zijn eigenlijk die factoren die ervoor zorgen dat de
mens sterk geneigd is om te geloven?
WAAROM DE MENS RELIGIE NODIG HEEFT
Nuchter beschouwd zijn dat minstens twee dingen in het leven: het kwaad en de dood. Daar mag je nog aan toevoegen: ziekte, ouderdom en schuldbesef. Allemaal zijn het factoren die de mens doen beseffen hoe broos en kwetsbaar zijn leven is, en ook hoeveel beperkingen hem door zijn fysieke bestaan worden opgelegd. Het is logisch dat mensen daardoor op zoek gaan naar een geestelijk of metafysisch houvast, en naar zingeving van vooral pijnlijke ervaringen.
Nuchter beschouwd zijn dat minstens twee dingen in het leven: het kwaad en de dood. Daar mag je nog aan toevoegen: ziekte, ouderdom en schuldbesef. Allemaal zijn het factoren die de mens doen beseffen hoe broos en kwetsbaar zijn leven is, en ook hoeveel beperkingen hem door zijn fysieke bestaan worden opgelegd. Het is logisch dat mensen daardoor op zoek gaan naar een geestelijk of metafysisch houvast, en naar zingeving van vooral pijnlijke ervaringen.
In zijn boek “Het nieuw-religieuze verlangen” (Uitg.
Kok, 2000) noemt prof. Van Harskamp ook nog de tijd en de verveling als
factoren die de mens religieus maken. Ik denk dat je daar nog iets anders aan
mag toevoegen. Doordat de mens steeds verder doordringt in de ruimte – zo zijn
twee nog steeds functionerende ruimteschepen, de Voyager 1 en 2, al bezig ons
zonnestelsel te verlaten – komt daar het besef bij dat onze wereld als geheel
ongelofelijk klein en kwetsbaar is. Ruimtevaarders beschrijven de aarde bijv.
als een prachtige blauw-witte wereld die door een heel dunne schil – de atmosfeer
– omgeven wordt; verdwijnt dat dunne laagje, dan is het met al het leven op
aarde gedaan. Die kosmische blik wordt, vermoed ik, steeds meer deel van de
manier waarop we onszelf ervaren. Eén uitbarsting van een supervulkaan of
botsing met een flinke asteroïde is al voldoende om aan onze beschaving
voorgoed een einde te maken. Deze mogelijkheden zijn minder denkbeeldig dan
veel mensen denken. Al twee keer is bijna al het leven op aarde uitgestorven.
Dat zou zo maar weer kunnen gebeuren – of toch niet?
DE TOEKOMST VANUIT CHRISTELIJK PERSPECTIEF
Onder christenen leeft de eindtijdverwachting tegenwoordig vrij sterk – een gegeven dat ze met moslims gemeen hebben. Onder die eindtijd en de wederkomst verstaan ze een radicaal, goddelijk ingrijpen, waardoor de wereld voorgoed verandert. In feite betekent dat de radicale afrekening met al het kwaad. Dat is niet zo vreemd als je bedenkt dat het christendom deze wereld in het perspectief plaatst van een kosmisch gevecht tussen goddelijke en duivelse machten. Deze wereld is het domein bij uitstek van dat gevecht: hier vindt de eindstrijd plaats, de finale afrekening. Daar hangt nog iets anders mee samen, nl. de gedachte dat het morele handelen van de mens zijn weerslag heeft op de kosmische orde: hoe lager de mensheid zinkt, des te kwetsbaarder wordt zij voor kosmische rampen, ook op wereldschaal.
Eén ding moet ik nog noemen, en dat is dat de sterke opkomst van het atheïsme in het Westen – vooral in West-Europa – door veel christenen wordt geïnterpreteerd als een eindtijdverschijnsel dat direct aan dat goddelijke ingrijpen voorafgaat, en zelfs dat ingrijpen uitlokt. Dat verklaart ook de enorme heftigheid van de strijd die gaande is tussen het militante atheïsme, dat godsdienst uit de openbare ruimte wil weren, en christenen die die vrijheid willen behouden. Hopelijk wordt de hitte van dat gevecht wat getemperd door het idee dat ook het atheïsme uiteindelijk een kind is van de Verlichting, die autonomie, gewetensvrijheid en zelfbeschikking voorop stelt.
Onder christenen leeft de eindtijdverwachting tegenwoordig vrij sterk – een gegeven dat ze met moslims gemeen hebben. Onder die eindtijd en de wederkomst verstaan ze een radicaal, goddelijk ingrijpen, waardoor de wereld voorgoed verandert. In feite betekent dat de radicale afrekening met al het kwaad. Dat is niet zo vreemd als je bedenkt dat het christendom deze wereld in het perspectief plaatst van een kosmisch gevecht tussen goddelijke en duivelse machten. Deze wereld is het domein bij uitstek van dat gevecht: hier vindt de eindstrijd plaats, de finale afrekening. Daar hangt nog iets anders mee samen, nl. de gedachte dat het morele handelen van de mens zijn weerslag heeft op de kosmische orde: hoe lager de mensheid zinkt, des te kwetsbaarder wordt zij voor kosmische rampen, ook op wereldschaal.
Eén ding moet ik nog noemen, en dat is dat de sterke opkomst van het atheïsme in het Westen – vooral in West-Europa – door veel christenen wordt geïnterpreteerd als een eindtijdverschijnsel dat direct aan dat goddelijke ingrijpen voorafgaat, en zelfs dat ingrijpen uitlokt. Dat verklaart ook de enorme heftigheid van de strijd die gaande is tussen het militante atheïsme, dat godsdienst uit de openbare ruimte wil weren, en christenen die die vrijheid willen behouden. Hopelijk wordt de hitte van dat gevecht wat getemperd door het idee dat ook het atheïsme uiteindelijk een kind is van de Verlichting, die autonomie, gewetensvrijheid en zelfbeschikking voorop stelt.
zondag 16 december 2012
De oorzaken van de toenemende intolerantie t.a.v. religies (2)
DE BOTSING TUSSEN TWEE WERELDBEELDEN
In de zestiger jaren begonnen mensen
massaal de kerken te verlaten. Allerlei nieuwe vormen van religiositeit kwamen
op, vooral door een steeds sterker wordende hang om de eigen spirituele
ervaring centraal te stellen. De kerken speelden daar nauwelijks op in. Men
dacht dat de storm na verloop van tijd wel weer zou gaan liggen. Zeker: er
traden af en toe popgroepjes op in de kerk. Er werden beatmissen gehouden. Ook ging
men experimenteren met eredienst en liturgie. Maar inhoudelijk was er weinig
echte ruimte om te luisteren naar de verhalen van mensen die geïnteresseerd
waren in oosterse religie of bijzondere ervaringen hadden waar ze over wilden
praten. Door dat benauwende, afgesloten karakter van de kerken zegden steeds
meer – vooral jonge - mensen hun lidmaatschap op. Het gevolg daarvan was dat de
kerkbankjes steeds meer werden bevolkt door geronten. Voortaan moesten dominees
vooral preken voor een rollatorbrigade die door natuurlijk verloop steeds meer
uitdunde. Voor sommige predikanten werd het zelfs heel gewoon dat ze een groot
deel van hun tijd moesten besteden aan het voorbereiden en leiden van
begrafenissen.
Die starheid heeft men heel lang volgehouden.
Zo maakte ik het zo’n twintig jaar geleden nog mee dat een Nederlands-Hervormde
predikant mij tijdens een groot huisbezoek duidelijk maakte dat Allah toch echt
niet dezelfde was als de God van de Bijbel; als ik daar wel van overtuigd was,
dan had ik er weinig van begrepen. Ik kan me nog herinneren hoe diep
teleurgesteld ik was omdat deze man zo’n beperkt Godsbegrip had en dat ook nog
in zijn gemeente uitdroeg.
Nog veel erger werd het toen de kerken de subsidie introkken van het studentenpastoraat waarvoor ik twintig uur per week in touw was: we waren te links en hielden ons te veel met politiek bezig. Weg met die linkse dramkonten: game over! Voor mij was dat de reden om mijn lidmaatschap van de kerk op te zeggen.
Nog veel erger werd het toen de kerken de subsidie introkken van het studentenpastoraat waarvoor ik twintig uur per week in touw was: we waren te links en hielden ons te veel met politiek bezig. Weg met die linkse dramkonten: game over! Voor mij was dat de reden om mijn lidmaatschap van de kerk op te zeggen.
Nu staat de ontkerkelijking niet op
zichzelf. In een breder verband is er, vooral door de invloed van de medische
en de natuurwetenschappen, een sterke tendens voelbaar om alles, wat niet
concreet en tastbaar is, te ridiculiseren. Samengevat luidt die grondhouding: “Er
is alleen materie, de geest bestaat niet”. Zo zou ons bewustzijn niet meer zijn
dan het product van de chemische en elektrische processen die zich in onze
hersenpan afspelen. Voor zoiets zweverigs als een ‘geest’, die ook
onafhankelijk van de hersenen kan bestaan, is binnen zo’n visie geen plaats. In
feite is dat een reductionistische opvatting van wetenschap, een bewustzijnsvernauwing
t.o.v. een benadering waarbij men open staat voor zaken als metafysica,
parapsychologie en theologie.
In de media zien we dat bij de soms verhitte discussies die worden gevoerd
tussen aanhangers van Pim van Lommel en Dick Swaab over de interpretatie van
bijna-doodervaringen. Maar ook de druk, die vanuit de reguliere medische hoek
wordt uitgeoefend om alternatieve geneesmiddelen te verbieden, is een voorbeeld
van het mentale gevecht dat op allerlei fronten woedt. Inzet is daarbij de
vraag welke visie prevaleert: een strikt materiële, die elke aanspraak op
niet-fysieke bestaansniveaus uitsluit, of een alternatieve en spirituele, die van
meer werkelijkheidsniveaus uit gaat.
Voor mijn gevoel is dit de kern van de zaak: er is een botsing gaande tussen
twee wereldbeelden, twee manieren om naar de werkelijkheid te kijken en twee
opvattingen over wat wetenschap is of hoort te zijn. Daar horen allerlei normen
en waarden bij die met elkaar ‘vloeken’. En waar twee wereldbeelden frontaal op
elkaar botsen, probeert vaak de ene visie de andere te verdringen. De
toenemende intolerantie t.a.v. religie is daarvan één van de gevolgen.
HOE ZIET DIE INTOLERANTIE ER UIT?Wat ik vaak merk, is dat niet-gelovigen – al of niet atheïst – zich storen aan het feit dat er voor gelovigen een andere werkelijkheid bestaat, een geestelijke dimensie, die voor buitenstaanders volkomen ongrijpbaar is. Voor iemand die seculier denkt, bestaat die geestelijke wereld helemaal niet. Volgens de atheïstische visie is er immers alleen maar materie. De geest is voor zo iemand een relict uit een primitief verleden, een sta-in-de-weg om geestelijk ‘verlicht’ te raken, een duister spook uit een vorige ontwikkelingsfase. Termen als ‘zweverig’ en ‘occult’ worden daarom vaak gebruikt om de religieuze manier van denken aan te duiden. Wie zich desondanks van religieuze taal bedient, zou zich schuldig maken aan ‘zendingsdrang’. Logisch, want het wereldbeeld van de gelovige staat haaks op dat van iemand die alleen maar gelooft in het bestaan van een concrete, fysieke wereld.
In de politiek vertaalt die afkeer van religie zich
als pogingen van vooral linkse partijen (maar ook de VVD) om ritueel slachten,
weigerambtenaren en de kleine levensbeschouwelijke omroepen aan te pakken. Dit
noemt men ook wel de ‘tirannie van de seculiere meerderheid’ – hoewel die
meerderheid in feite helemaal niet bestaat, want slechts 1/7 deel van de
Nederlandse bevolking is atheïst. Het probleem is alleen dat het geloof voor
steeds minder mensen een doorslaggevende rol speelt bij hun stemgedrag.
Seculiere standpunten worden daardoor steeds vaker in wetten vastgelegd – tot
afgrijzen van gelovigen, hun vertegenwoordigers en organisaties.
Je kunt je afvragen hoe dit verder zal gaan, zeker nu steeds meer mensen moeite hebben om rond te komen en de samenleving steeds ingewikkelder wordt. Neemt het belang van religie af, of zal ze zich vernieuwen, tegen alle verdrukking in? Graag probeer ik in het derde en laatste deel iets te zeggen over de toekomst van de religies.
Je kunt je afvragen hoe dit verder zal gaan, zeker nu steeds meer mensen moeite hebben om rond te komen en de samenleving steeds ingewikkelder wordt. Neemt het belang van religie af, of zal ze zich vernieuwen, tegen alle verdrukking in? Graag probeer ik in het derde en laatste deel iets te zeggen over de toekomst van de religies.
Labels:
atheïsme,
geloof,
kerk,
politiek,
tolerantie,
wereldbeeld
vrijdag 14 december 2012
De oorzaken van de toenemende intolerantie t.a.v. religies (1)
“Hoe
komt het toch dat wij Nederlanders nog geen vijf decennia geleden als
protestant of katholiek massaal iedere zondag naar de kerk gingen, speciaal
onderwijs genoten en regelmatig de Bijbel lazen, terwijl we nu net zo massaal
snoeihard tegen datzelfde geloof aantrappen?” Dat vraagt Mariska Orbán,
journaliste en hoofdredacteur van het Katholiek Nieuwsblad, zich af in haar in
2011 verschenen boek “Blond, brutaal en bidden”. Orban, die regelmatig met de
dood wordt bedreigd als de katholieke kerk weer eens ongunstig in het nieuws is,
somt een aantal mogelijke oorzaken van kerkverlating op.
Zo noemt zij als factoren o.a. de
dweperigheid, lichtgelovigheid en bijgelovigheid van kerkleden. Toch zinken die
elementen in het niet bij de allerbelangrijkste oorzaak van allemaal: de
verlichting. Deze krachtige stroming, die opkwam in de zeventiende eeuw, beschouwde
het menselijke verstand als het enige middel om de waarheid te leren kennen. Als
gevolg daarvan verloor de religie geleidelijk terrein in de ethiek, de politiek
en de wetenschappen. Voortaan kon het menselijk verstand immers zelf wel
bepalen wat goed en nuttig was, en wat niet. Daar had men geen Heilige Schrift
of goddelijke openbaring voor nodig. De rol van de wetenschap nam daardoor toe.
Sterker nog: zij werd in toenemende mate gezien als een tegenstrever van God,
als het nieuwe Opperwezen dat de vorige godheid langzaam maar zeker verdrong.
Het socialisme en het liberalisme, allebei kinderen van de Verlichting, leggen grote nadruk op de waarde van het individu en op onderwijs als middel om het aardse geluk te bereiken. Want niet het eeuwige geluk in een leven over de drempel van dit bestaan, maar het aardse geluk in het hier en nu staat in de Verlichting centraal. De scheiding tussen kerk en staat is een gevolg van deze ontwikkeling. Een ander uitvloeisel hiervan is het ongelimiteerde vooruitgangsgeloof van de neo-liberalen en het socialistische geloof in ‘de maakbare samenleving’.
Het socialisme en het liberalisme, allebei kinderen van de Verlichting, leggen grote nadruk op de waarde van het individu en op onderwijs als middel om het aardse geluk te bereiken. Want niet het eeuwige geluk in een leven over de drempel van dit bestaan, maar het aardse geluk in het hier en nu staat in de Verlichting centraal. De scheiding tussen kerk en staat is een gevolg van deze ontwikkeling. Een ander uitvloeisel hiervan is het ongelimiteerde vooruitgangsgeloof van de neo-liberalen en het socialistische geloof in ‘de maakbare samenleving’.
Nu leiden de Verlichting en de uit haar
ontstane stromingen niet altijd tot het bestrijden van religie. Bovendien
hebben de kerken nog heel lang stand gehouden ondanks deze invloeden. De recente
oorzaken van ontkerkelijking moeten dan ook ergens anders worden gezocht. Orbán
kent de belangrijkste rol toe aan de ontzuiling, die eind jaren zestig begon.
Steeds minder mensen wilden zich nog iets gelegen laten liggen aan traditionele
verbanden zoals kerken en verenigingen met een confessionele kleur. Het verzet
daartegen groeide. Het ‘gebrek aan verinnerlijking’ en de ‘te strakke interne
discipline’ brachten volgens Orban deze ontwikkeling op gang.
Ik denk dat zij vooral met die twee
elementen de kern heeft benoemd. Zo kwamen vanaf de zestiger jaren allerlei
spirituele en New Age-achtige stromingen op. Een deel van de aanhang bestond
aanvankelijk uit mensen die zich in de kerk niet thuis voelden omdat ze geen
gehoor vonden voor hun opvattingen en ervaringen. Desondanks hebben de kerken
een werkelijke dialoog met deze bewegingen heel lang uitgesteld. Toen men daar
uiteindelijk toe overging - zo rond het jaar 2000 - was het al te laat. Zo was
ik zelf een keer aanwezig bij een ontmoetingsdag tussen vertegenwoordigers van
de PKN en leden van spirituele stichtingen. Uiteindelijk leverde dat, ondanks
allerlei mooie praatjes, discussies en voordrachten helemaal niets op. Men
eindigde dan ook in een sfeer van ‘agree tot disagree’. Zonder meer
teleurstellend.
In diezelfde periode was ik als initiatiefnemer en bestuurslid betrokken bij de oprichting van verschillende spirituele stichtingen. De meeste stonden in het begin nog wel open voor het christendom en contracteerden voor hun avonden sprekers van authentiek-christelijke origine, maar geleidelijk dreven deze organisaties steeds meer weg naar de sfeer van esoterie en New Age. Dat kwam o.a. doordat de achterban steeds meer moeite begon te krijgen met sprekers die een authentiek-christelijk verhaal uitdroegen. De echte kern van New Age is namelijk behoorlijk ant-kerkelijk en anti-christelijk, hoewel ze Jezus niettemin als een ‘verlichte meester’ erkennen. Net als de hippiebeweging uit de zestiger en zeventiger jaren zijn deze mensen erg anti-autoritair en reageren ze vaak – terecht of onterecht – op christelijke sprekers alsof ze allemaal vertegenwoordigers zouden zijn van een streng, dogmatisch instituut dat hen wil voorschrijven wat ze wel en wat ze niet moeten geloven.
In diezelfde periode was ik als initiatiefnemer en bestuurslid betrokken bij de oprichting van verschillende spirituele stichtingen. De meeste stonden in het begin nog wel open voor het christendom en contracteerden voor hun avonden sprekers van authentiek-christelijke origine, maar geleidelijk dreven deze organisaties steeds meer weg naar de sfeer van esoterie en New Age. Dat kwam o.a. doordat de achterban steeds meer moeite begon te krijgen met sprekers die een authentiek-christelijk verhaal uitdroegen. De echte kern van New Age is namelijk behoorlijk ant-kerkelijk en anti-christelijk, hoewel ze Jezus niettemin als een ‘verlichte meester’ erkennen. Net als de hippiebeweging uit de zestiger en zeventiger jaren zijn deze mensen erg anti-autoritair en reageren ze vaak – terecht of onterecht – op christelijke sprekers alsof ze allemaal vertegenwoordigers zouden zijn van een streng, dogmatisch instituut dat hen wil voorschrijven wat ze wel en wat ze niet moeten geloven.
De weerzin tegen het christendom zit dus
nogal diep, niet alleen bij mensen die vroeger ooit lid waren van een kerk,
maar zelfs binnen een deel van de aanhang van New Age. Graag ga ik in het
volgende deel in op de manieren waarop die weerzin en die intolerantie zich in
de praktijk uiten. Als de oorzaken van de toenemende intolerantie bekend zijn,
mag je er namelijk van uit gaan dat je er ook iets aan kunt doen. Of is het misschien al te laat en is de kloof
tussen christenen en de snel seculariserende wereld al te groot geworden?
- wordt vervolgd -
Labels:
atheïsme,
christendom,
Mariska Orbán,
New Age,
secularisering,
spiritualiteit
dinsdag 11 december 2012
Geen zonnig bestaan
Triomfantelijk keken Manu en Hori elkaar aan: de zon bestond dus toch! Het heldere, warme licht aan de hemel was méér dan een optische illusie, wat doctor Swabius en zijn wetenschappelijke kliek ook beweerden. Hun apensnuiten glommen van opwinding: eindelijk was bewezen dat de zon een echt hemellichaam was en geen gezichtsbedrog!
Maanden lang hadden ze in
het diepste geheim gewerkt aan een zeil dat de warmte van de zon opving en
omzette in energie. Daardoor kon het snel opstijgen en aan de zwaartekracht van
hun apenplaneet ontsnappen. Het nietige scheepje, niet groter dan een flinke boekenkast,
hadden ze op een zonovergoten ochtend opgelaten op een open plek in het bos. Pijlsnel
won het hoogte. Na een dag ontsnapte het aan de zwaartekracht en zette koers
naar het grote licht dat dagelijks aan de hemel te zien was. En eindelijk, na
een half jaar, konden ze het in de telescoop zien verbranden terwijl het in een
steeds sneller tempo naar de zon toe viel.
Ze gaven hun telescoop een
zwieper. Wat voor bewijzen wilden die wetenschappelijke horken nog meer? Dat
grote ding in de lucht was verdorie écht, het was rond, stevig en behoorlijk
zwaar. Hoe had hun scheepje er anders op kunnen neerstorten? Weg met dat
verrekte bijgeloof dat tegenwoordig voor wetenschap doorging! Dat alleen dingen
die je vast kon pakken echt waren, was grote onzin. De zon en de lichtjes die
je ’s nachts kon zien waren net zo goed materieel en hard als de klomp aarde
waar ze op woonden. Wanneer begrepen die ellendelingen dat nu eens?
De volgende morgen stonden
ze in alle vroegte op om het de andere bewoners van de stad te vertellen. Daardoor
verspreidde het nieuws over de zon zich als een lopend vuurtje. De foto’s die
Manu en Hori van het neerstortende scheepje hadden gemaakt, gingen van hand tot
hand. Al snel werden er kopieën van gemaakt.
Jammer genoeg was niet iedereen blij met deze ontdekking. Zo werd er ’s nachts ingebroken in het huis van Manu; de opnamen die moesten bewijzen dat er dingen konden neerstorten op de zon, werden daarbij meegenomen. Bovendien kregen de vrienden de volgende dag bezoek van een ambtenaar van het Ministerie van Waarheid. Hij werd vergezeld door een paar geüniformeerde assistenten.
“Jongelui, we hebben gehoord dat jullie zonder
voorafgaande toestemming een eh… luchtschip hebben opgelaten met als doel de
staatsdoctrine te ondermijnen. Toen dat vliegende voorwerp door onbekende
oorzaak is verbrand, hebben jullie het gerucht verspreid dat het op de zon is
gebotst, ook al beseften jullie dat zoiets onmogelijk is. Alleen dingen die
tastbaar zijn, zijn echt; al het andere is een zinsbegoocheling en verwart slechts
de geest! Wat is daarop jullie antwoord?!”
“We wilden bewijzen dat er buiten onze wereld nog andere hemellichamen zijn”, legde Manu uit, “en daarom hebben we het scheepje naar de zon laten vliegen totdat het erop neerstortte. Het is toch niet verboden om te kijken of iets, wat al heel lang voor waar is gehouden, wel klopt? Wie betwist ons het recht om in alle vrijheid te experimenteren? Staat er niet in het Boek van de Bouwer van de Kosmos geschreven dat elke aap vrij is, omdat hij geschapen is met een vrije geest die alles mag onderzoeken?”
“Dat recht hebben jullie
niet!” brieste de ambtenaar. “Nog nooit heeft iemand kunnen bewijzen dat buiten
onze wereld iets tastbaars in de vrije lucht rondvliegt, noch boven, noch
beneden ons. Alleen wat we kunnen vastgrijpen, kneden, samenpersen en bewerken
voor allerlei toepassingen is echt; al het andere is een illusie. Jullie zijn
vijanden van de Grote Swaab, die ons heeft laten zien hoe we de Wet van de
Bouwer van de Kosmos moeten uitleggen! Mannen, grijp deze wetsovertreders, waar
wachten jullie nog op? Breng deze staatsvijanden ter dood!”
Vijf uur in de ochtend.
Volgens de wetten van de apenplaneet moeten executies nog voor zonsopgang
worden uitgevoerd. Geboeid aan handen en voeten bestijgen onze beide vrienden
het schavot. Een menigte kijkt zwijgend toe. Enkele vrouwen huilen, sommige
mannen ballen hun vuist. Zwijgend horen Manu en Hori hoe de rechter het vonnis
voorleest. Daarna knielen ze op het schavot. Het zwaard van de beul blinkt
onheilspellend in het ochtendgloren. Met twee snelle houwen van het zwaard
wordt het vonnis voltrokken. De onthoofde gestalten stuiptrekken nog even na,
een golf van ontzetting gaat door de rijen. Dan strijkt het eerste zonlicht
door de verten: geel, purper, violet.
Zwijgend druipen de toeschouwers af. Angst staat in hun ogen te lezen. Wie durft zich te verzetten tegen de Grote Swaab? Maar anderen werpen woedende blikken naar de gerechtsdienaren. Hoe lang moet deze waanzin nog duren? Wordt het niet tijd voor een revolte?
Hoopvol kijken ze naar de
zon, die zich steeds verder boven een verre bergkam in het oosten verheft. Ook
de nacht van de geest zal verdwijnen, oplossen alsof hij er nooit is geweest.
Nog even.
donderdag 8 november 2012
Visies op het hiernamaals: deel 2, de zeven niveaus
Zowel oosterse als westerse tradities hebben het over
zeven niveaus of sferen in het hiernamaals. Die indeling is niet dwingend; het
is gewoon een manier om structuur aan te brengen in de beschrijvingen van het
leven na de dood. Hierin is het onderste niveau dat van de aarde. Alle
aardgebonden geesten verblijven daar; het zijn de geesten waarvan men aanneemt
dat ze tijdens Halloween komen ‘spoken’. Ze kunnen dat niveau pas verlaten als
ze zich niet meer zo sterk aan het materiële hechten en het tot hen is
doorgedrongen dat ze zijn gestorven. Ook moeten ze accepteren dat ze hulp nodig
hebben om verder te komen.
Wie dat eenmaal heeft geaccepteerd, komt terecht in de Hades. Dat is het gebied waar je de zwakheden van
je karakter ervaart en ervan moet leren. Voor veel mensen is het een nevelig
gebied waar ze kunnen uitrusten. De omgeving ziet er ongeveer net zo uit als op
aarde, maar dan droomachtig. Sommigen worden er geplaagd door spijt en berouw
over wat ze anderen hebben aangedaan, want bij de terugblik op hun leven hebben
ze die pijn zelf ondergaan. Deze wereld wordt gevormd door de emoties van de
geesten die er verblijven, maar ook door de projecties van de mensen die nog op
aarde leven. Die zijn soms akelig.
Je zou je kunnen afvragen waarom sommige mensen na hun
dood nog moeten lijden. Het antwoord is simpel. Alle visies gaan er namelijk van
uit dat de mens na de dood niet beter of slechter is dan op het moment waarop
hij sterft. “De dood maakt van zondaars geen heiligen”, zoals de Britse
professor Ralph Harlow het uitdrukte. In moreel opzicht kun je immers niet over
je eigen schaduw heen springen. Pas als je je eigen fouten en zwakheden hebt
ingezien en je jezelf daarvan wilt zuiveren, kom je na de dood verder. Maar er
zijn ook mensen die daar geen boodschap aan hebben. Bij hen gaat de
ontwikkeling langzamer.
Verwant aan de Hades is het begrip ‘hel’. Dit kun je
als een zwaardere variant van de Hades beschouwen. De zuivering van de ziel is
hier dieper en grondiger, maar in de christelijke traditie wordt deze sfeer
door veel mystici en kerkvaders niet als definitief beschouwd. Het Tibetaanse
boeddhisme zit ook op die lijn: je zit niet voor eeuwig in de hel, maar moet er
je slechte karma uitboeten. Daarna kun je verder.
Het volgende niveau is dat van de illusie. De omgeving
in deze sfeer wordt bepaald door de mentale beelden van de mensen die zich daar
bevinden. De geesten vormen hier groepen van gelijkgezinden die zich tot elkaar
aangetrokken voelen. Sommige groepen wonen er in een mooie, vreedzame omgeving,
andere in steden. Het is belangrijk om te weten dat dit projecties zijn van die
geesten: het gaat hier niet om een tastbare, fysieke realiteit. Iedereen
creëert hier zijn eigen werkelijkheid.
Op den duur bevredigt dit bestaan op het niveau van de
illusie niet meer, omdat men het wisselvallige en betrekkelijke ervan inziet.
De geesten komen dan terecht in het ‘niveau van de kleur’ of het ‘zomerland’. Evenals
het niveau van de illusie is deze sfeer een projectie van de bewoners ervan,
maar er is een wezenlijk verschil: men schept hier zijn omgeving heel bewust
d.m.v. gedachtekracht, terwijl men op het vorige niveau nog ten prooi was aan
zijn eigen illusies. Ziekte en pijn komen er daarom niet meer voor. Qua
uiterlijk lijkt deze sfeer sterk op de traditionele voorstellingen van de hemel
en het paradijs. Opvallend is verder dat hoogstaande kunst, ontdekkingen en
uitvindingen in eerste instantie in dit mentale gebied plaatsvinden en
vervolgens d.m.v. dromen en inspiratie op aarde worden gerealiseerd. Dat
gegeven komt zowel uit BDE-verslagen als uit parapsychologisch onderzoek naar
voren.
Als de geest zich nog verder ontwikkelt, daagt het
bewustzijn dat men zich moet bevrijden van de vormen die aan het leven op aarde
zijn ontleend. Al het aardse is immers eindig en tijdelijk, terwijl het
geestelijke oneindig en onsterfelijk is. Deze vormen voldoen dus niet meer: men
wil door die barrière heen breken naar de ultieme werkelijkheid, die veel
groter is. Via de drie hoogste sferen, die alleen maar abstract kunnen worden
beschreven omdat ze zo ver van de aardse werkelijkheid af staan, klimt de mens
tenslotte op naar het allerhoogste, goddelijke niveau.
Fontana verwijst in dit verband naar Plato, naar het
Tibetaanse boeddhisme en naar het hindoeïsme. Ze hebben met elkaar gemeen dat
ze alle drie uitgaan van de essentie van de werkelijkheid zelf, waaruit de
aardse vormen voortkomen. Deze essentie wordt in het hiernamaals uiteindelijk
ook bereikt: voor de hindoes is dat het ‘Brahman’, voor mystici zoals meister
Eckhart is dat de sfeer van de godheid, voor de christelijke gnostici het
‘pleroma’. Daar nadert men de bron van het bestaan zelf in het zevende en
hoogste niveau van het geestelijke leven.
Bij dit alles is er wel een essentieel verschil tussen
oosterse en westerse ontwikkelingswegen. Oosterse tradities stellen dat de mens
puur op eigen kracht alle illusies en gehechtheden moet overwinnen, terwijl
westerse tradities geloven dat de mens daarbij hulp van anderen - in het
christendom van Christus - nodig heeft. Die hulp van buitenaf bekort die
ontwikkelingsweg trouwens wel enorm. Boeddhisten en hindoes moeten telkens
reïncarneren om op eigen kracht de uiteindelijke verlichting te bereiken, terwijl
Jezus de mens zijn zonden kan vergeven, zodat hij niet meer terug hoeft te
komen om zich te vervolmaken. Het eindpunt is echter voor iedereen gelijk:
uiteindelijk bereikt de mens een sfeer waarin hij volmaakt gelukkig is en alle
aardse vormen en beperkingen achter zich heeft gelaten. Hij is dan in staat om
oneindig en in alle vrijheid te scheppen en lief te hebben – wie zou dat niet
willen?
Literatuur:
David Fontana: “Na de dood – wat kunnen we verwachten?”. Ned. vert. uitgeverij Ankh-Hermes, 2010.
Raymond Moody: “Een blik in de eeuwigheid – gedeelde ervaringen met de dood”, Ned. vert. uitgeverij Bruna, 2011.
Betty Eadie, “Geleid door het licht”, Ned. vert. uitgeverij Bruna, 2008.
Matthias Schreiber, "De onsterfelijke ziel", Ned. vert. uitgeverij Forum, 2008.
David Fontana: “Na de dood – wat kunnen we verwachten?”. Ned. vert. uitgeverij Ankh-Hermes, 2010.
Raymond Moody: “Een blik in de eeuwigheid – gedeelde ervaringen met de dood”, Ned. vert. uitgeverij Bruna, 2011.
Betty Eadie, “Geleid door het licht”, Ned. vert. uitgeverij Bruna, 2008.
Matthias Schreiber, "De onsterfelijke ziel", Ned. vert. uitgeverij Forum, 2008.
Labels:
BDE,
boeddhisme,
Fontana,
gnosis,
Halloween,
hindoeïsme,
parapsychologie,
Plato
Abonneren op:
Posts (Atom)









